Vakantie, je bent er aan toe en je hebt het verdiend. Maar heb je nog wel genoeg vakantiedagen voor die mooie reis? De meeste werknemers hebben meer dagen dan ze denken!
Opbouw vakantiedagen
Iedereen die recht heeft op salaris bouwt vakantiedagen op. Het wettelijk minimum aan vakantieopbouw is vier keer de arbeidsduur per week. Werk je vijf dagen per week dan heb je dus in ieder geval recht op vier keer vijf is twintig vakantiedagen. Dit worden ook wel de ‘wettelijke’ vakantiedagen genoemd. Ben je met je werkgever overeengekomen dat je meer vakantiedagen hebt dan wordt het meerdere aangemerkt als ‘bovenwettelijke’ vakantiedagen.
Recuperatiefunctie
De wetgever heeft bedacht dat voor de wettelijk vakantiedagen andere regels gelden dan voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Wettelijk vakantiedagen mogen bijvoorbeeld niet gedurende het dienstverband worden afgekocht. Dat mag met bovenwettelijke vakantiedagen weer wel. De gedachte hierachter is dat vakantie noodzakelijk wordt geacht om van de zware arbeid te herstellen (de ‘recuperatie functie’) en dat je die vakantie dus ook daadwerkelijk moet kunnen genieten en niet mag omzetten in geld.
Hoe deze strenge regel van de wetgever zich verhoudt met het feit dat vakantie pas na vijf jaar verjaart en dat je als werknemer de ‘recuperatie functie’ in de wind mag slaan door vijf jaar lang geen vakantie op te nemen en zo alles op te sparen voor die ene lange reis heeft niemand mij tot nu toe kunnen uitleggen.
Verval vakantiedagen?
In veel arbeidsovereenkomsten komt een bepaling voor dat maar een beperkt aantal vakantiedagen ‘op straffe van verval’ mag worden meegenomen naar het volgende jaar.
Dit is op zich geen vreemde bepaling omdat de werkgever daar enerzijds mee bereikt dat werknemers ook echt gebruik maken van hun vakantie, en zo voldoende uitrusten, en anderzijds dat er geen stuwmeren van vakantiedagen ontstaan die roostertechnisch op den duur voor grote problemen kunnen zorgen.
Er is echter een probleempje. Een dergelijke bepaling is volgens de wet helemaal niet toegestaan. Zoals hiervoor aan de orde gesteld verjaart vakantie na vijf jaar. Deze bepaling is van dwingend recht en daar mogen werkgevers en werknemers niet van afwijken. Heb je zo een bepaling in je arbeidsovereenkomst staan dan is die dus van geen enkele waarde en loont het de moeite om met de oude agenda’s erbij eens te bekijken hoeveel vakantiedagen in de afgelopen vijf jaar ten onrechte zijn komen te vervallen.
Opbouw bij ziekte
Een ander ingewikkeld punt is opbouw van vakantiedagen bij ziekte. Omdat de opbouw doorloopt zolang er recht bestaat op salaris en in Nederland de verplichting tot doorbetaling van salaris bij ziekte twee jaar voortduurt, bouw je ook tijdens die periode gewoon vakantie op. Omdat de wetgever het wel iets te gortig vond dat je na twee jaar ziekte ook nog recht zou hebben op je volledige vakantie over die periode, is in de wet bepaald dat je in geval van volledige arbeidsongeschiktheid alleen over de laatset zes maanden vakantie opbouwt.
Eind vorig jaar is door het Hof van Justitie bepaalt dat die regel in strijd is met het Europese recht en dat een werknemer daadwerkelijk recht heeft op alle vakantie over de hele periode dat hij volledig arbeidsongeschikt is geweest.
Inmiddels is er een wetsvoorstel om de wet op dit punt in overeenstemming te brengen met het Europese recht. Voor langdurige zieke werknemers betekent dit zij recht krijgen op een aanzienlijk aantal extra vakantie dagen. Als doekje voor het bloeden voor de werkgevers heeft Minister Donner in het wetsvoorstel ook opgenomen dat vakantiedagen (alleen de wettelijke!) niet meer binnen vijf maar binnen anderhalf jaar moeten worden opgenomen.
Tel maar na!
Opbouw van vakantiedagen is dus minder simpel dan het lijkt. Veel werkgevers zullen ten onrechte vakantiedagen hebben laten vervallen. Daarnaast geldt voor de toekomst dat langdurig zieke werknemers recht krijgen op aanzienlijk meer vakantiedagen. Wie nu of straks vakantiedagen tekort komt voor die mooi reis moet nog maar eens goed tellen!