www.volkskrant.nl
Eigenlijk zijn vakbeweging en werkgevers het roerend met elkaar eens: ze zitten geen van tweeën echt te wachten op verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar, zoals het kabinet wil. Ze hebben nog tot 1 oktober de tijd om samen alternatieven voor te stellen. Maar vooralsnog beperken ze zich tot schijnbewegingen.
Het kabinet heeft één doel voor ogen met de verhoging van de AOW-leeftijd: bezuinigen. Niet al morgen, maar op de lange termijn. Vanaf 2015 zou de AOW-leeftijd jaarlijks met een maand kunnen worden verhoogd. Dat moet op termijn 4 miljard euro per jaar aan besparingen opleveren.
De vakbeweging en de werkgevers mogen met door het kabinet benoemde kroonleden in de Sociaal-Economische Raad (SER) alternatieve bezuinigingen aandragen. Daarbij moeten ze politieke én eigen taboes omzeilen. Een politiek taboe is de hypotheekrenteaftrek. Een zelfopgelegd taboe van de sociale partners is de belastingaftrek van pensioensparen.
Maar met het vinden van alternatieven schiet het nog niet op. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een aantal voorstellen becijferd. Die leveren echter te weinig op.
De tijd begint te dringen, want over een maand moet het SER-advies er liggen. De kleine christelijke vakcentrale CNV heeft deze week als eerste met de ogen geknipperd en wil ‘onder strikte voorwaarden’ akkoord gaan met verhoging van de AOW-leeftijd. Mogelijk zit in het aanprijzen van een flexibele AOW-leeftijd de ruimte voor een compromis.
Maar zover is het nog niet. De FNV ziet niets in doorwerken tot 67 jaar, omdat werklozen van 50 jaar en ouder nu vrijwel kansloos zijn op de arbeidsmarkt. Zij vinden geen nieuw werk. De FNV dreigt al met stakingen in het najaar.
De werkgevers (VNO-NCW) zijn evenmin enthousiast over later staatspensioen, omdat ze nu al moeite hebben met oudere werknemers. Die zien ze vaak liever gaan dan komen. Maar het ontslag van oudere werknemers is vaak lastig én duur: wie lang bij een baas werkt, krijgt een hogere ontslagvergoeding.
Omdat de FNV zo moeilijk doet, kunnen de werkgevers redelijk veilig hameren op de noodzaak van een hogere AOW-leeftijd. Ondernemers sparen zelf vaak ruimhartig voor hun eigen pensioen (dat is een leuke aftrekpost bij de belastingaangifte) en ze worden niet echt in de portemonnee geraakt, zelfs al wordt de AOW afgeschaft.
Ogenschijnlijk moet de FNV nu een voorzet doen, maar die wacht ermee ook met de ogen te knipperen. Er is, in onderhandelaarstermen, nog een eeuwigheid om te praten: vier weken. In die tijd kan er veel gebeuren. De politiek kan op drift raken. Neem de PvdA. Die kan onder druk van de FNV, de SP of de eigen achterban zenuwachtig worden en morrelen aan het kabinetsbesluit.
Tegelijk voert de FNV de druk op werkgevers op door te speculeren over ‘reparatie van het AOW-gat’. In cao’s kan met extra pensioensparen de verhoging van de AOW-leeftijd ongedaan worden gemaakt. Een dure grap, maar in de jaren tachtig en negentig waren zulke ‘reparaties’ schering en inslag bij bezuinigingen op de sociale zekerheid – WAO en Ziektewet. De kosten verschuiven dan van de overheid naar cao’s.
VNO-NCW kent zijn achterban en weet van de zwakke knieën van werknemersonderhandelaars. De werkgevers pareren het FNV-dreigement door te lobbyen voor wetgeving die reparatie lastig of onmogelijk maakt. Zo schaken alle partijen op een paar borden tegelijk om hun uitgangsposities te markeren.
De komende weken moet duidelijk worden of er nog zaken gedaan worden. De sociale partners voeren de druk op elkaar op onder het motto van oud-FNV-voorzitter Johan Stekelenburg: ‘Onder druk wordt alles vloeibaar.’
Komt er op 1 oktober geen akkoord in de SER, dan staat CDA-minister Donner (Sociale Zaken) sterker om het kabinetsplan voor een hogere AOW-leeftijd uit te werken. In dat geval moeten de sociale partners elk op eigen kracht het najaar in.