Het recentelijk in de Tweede Kamer besproken rapport van de commissie Bakker legt een deel van het WW-risico bij werkgevers: gedurende de transferperiode van zes maanden moeten werkgevers het loon doorbetalen en de werknemer proberen te herplaatsen. Voor werkgevers die dit risico willen verzekeren, verwijst Bakker naar de private markt.
De rol van de private markt is vooral voor mkb-werkgevers essentieel om het WW-risico beheersbaar te houden. Daarnaast kan de markt een belangrijke bijdrage leveren om het risico van werkloosheid zo laag mogelijk te houden en de arbeidsparticipatie te vergroten.
De markt heeft de afgelopen jaren bewezen dat private uitvoering werkt. De private uitvoering heeft substantieel bijgedragen aan de structurele verlaging van het ziekteverzuim en van de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Dat succes heeft alles te maken met het intrinsieke schadebelang dat verzekeraars hebben. Vanuit dit belang zullen zij er alles aan doen om verzekerde risico's zo laag mogelijk te houden.
De voordelen voor werkgevers zullen nog groter worden als de sociale risico's in verband met ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid gecombineerd worden verzekerd. Private uitvoerders hebben daardoor een nog groter belang om werkgevers optimaal te ondersteunen.
Om de markt zijn rol te laten vervullen, moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De commissie geeft zelf aan dat een oplossing gevonden moet worden voor het conjunctuurrisico. Daarnaast moet nog een aantal, niet door 'Bakker' benoemde, verzekeringstechnische aspecten worden geregeld, zoals de clustering van risico's per sector en de mogelijkheden van werkgevers om het WW-risico te beïnvloeden. Dergelijke oplossingen zijn goed denkbaar en moeten door overheid en verzekeraars samen worden opgepakt.
Ton Breitenfellner, beleidsmedewerker Sociale Zekerheid Nationale-Nederlanden Inkomen