De koopkracht van alle Nederlandse huishoudens zal het komende jaar met gemiddeld 1 procent dalen. Dat blijkt uit de macro-economische verkenningen, een belangrijk deel van de stukken van Prinsjesdag, die al in handen zijn van RTL Nieuws.
De macro-economische verkenningen vormen het raamwerk onder de financieel-economische paragraaf van de Miljoenennota. Op basis van deze vooruitzichten worden de plannen van het kabinet doorgerekend. Uit de cijfers blijkt dat de economische groei van Nederland komend jaar 1 procent bedraagt. In juni ging het Centraal Planbureau nog uit van een groei van 1,75 procent.
De inflatie is wel iets lager in vergelijking met de verwachtingen van juni, namelijk 2 procent. De verwachte werkloosheid stijgt iets en bedraagt 4,25 procent. Het EMU-saldo blijft met 2,9 procent net onder de afgesproken grens van 3 procent.
Volgens Jan Meeus, chef van de economieredactie van NRC Handelsblad, valt vooral de economische groei van 1 procent tegen:
“De economische groei van 1% is de grootste tegenvaller, dat is echt een gematigde groei. Als je gaat bezuinigen en de groei is beperkt, dan moet je wel in je kosten snijden. En dat zorgt voor een daling in de koopkracht. Ook het werkloosheidscijfer van 4,25 procent is net iets hoger dan verwacht.”
Toch geven de cijfers niet een heel verontrustend beeld, aldus politiek redacteur Erik van der Walle:
“Je moet het in perspectief zien. De cijfers verschillen niet heel veel van de eerdere ramingen van het Centraal Planbureau. De verschillen zijn klein. Alleen het EMU-saldo, het begrotingstekort gebaseerd op EU-normen is flink gestegen, namelijk van 2,2 procent naar 2,9 procent. De cijfers zijn niet heel gunstig, maar zijn ook niet schokkend of verrassend. Het gaat om een relatief kleine bijstelling van de groei en het Centraal Planbureau houdt met zijn groeiprognose altijd een foutmarge van 1 procent aan.”
Het Centraal Planbureau wil tot en met vrijdagmiddag – wanneer de cijfers eigenlijk beschikbaar zouden komen – niets zeggen. Ook niet of de cijfers kloppen.