Verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, voor zowel de AOW als de pensioenen, levert werkgevers en werknemers alleen op de korte termijn een flinke besparing op.
De komende dertig jaar smelt dit kostenvoordeel weer grotendeels weg, doordat mensen steeds langer leven, en dus langer een pensioen ontvangen. Het geld daarvoor moet ook nog worden opgebracht.
Ieder extra jaar levensverwachting knaagt drie procent af van de pensioenuitkeringen. Dit heeft risicoadviseur Aon berekend op verzoek van deze krant.
Volgens Aon is het beter de pensioenleeftijd te koppelen aan de stijgende levensverwachting. ''Een verhoging naar 67 jaar houdt de stijgende levensverwachting niet bij,'' zegt Aon-directeur Wim Hoek.
Hij noemt het 'een gemiste kans' dat werkgevers en vakbonden het binnen de Sociaal-economische Raad (SER) niet eens konden worden over koppeling aan de levensverwachting van mensen. Volgens de risicoadviseur levert zo'n koppeling een 'toekomstvast systeem' op.
Hoek: ''Op dit moment komt de rekening voor de vergrijzing vooral bij de werkgevers te liggen. Een pensioenleeftijd die gekoppeld is aan de levensverwachting bespaart kosten voor de werkgevers. Voor de werknemers zou het een houdbare, werkbare en rechtvaardige oplossing bieden.''
Politieke discussies over de pensioenleeftijd zijn bij deze koppeling niet meer nodig, zegt Hoek. ''Het kabinetsplan om 67 jaar als AOW-leeftijd te kiezen, is niet objectief hard te maken. Iedere vijf jaar krijg je dan weer maatschappelijke heibel, omdat de pensioenen door de langere levensverwachting opnieuw onbetaalbaar dreigen te worden.''
Aon-deskundigen hebben uitgerekend dat de door het kabinet voorgestelde verhoging naar 67 jaar zowel werkgevers als werknemers twaalf tot twintig procent aan pensioenpremies bespaart. ''Gemiddeld kun je uitgaan van een besparing van vijftien procent,'' zegt Hoek. ''Maar op de lange duur, zeg dertig jaar, blijft van dit voordeel nog maar zes procent over. Als gevolg van de vergrijzing van de werkende bevolking wordt het steeds duurder alle pensioenen op peil te houden.''
Er liggen nog meer onbetaalde rekeningen te wachten. Zo heeft Aon in zijn berekening nog niet meegeteld dat ouderen flink hogere verzuimkosten kennen. Hoek: ''De verzuimlasten van 55-plussers zijn veertig procent hoger dan bij jongeren.''
Verder verwachten verzekeraars dat de premies voor arbeidsongeschiktheid door de vergrijzing vijftien procent zullen stijgen. Hoek: ''Ons stelsel van sociale zekerheid wordt door de steeds hogere levensverwachting stevig geraakt.''
Alleen morrelen aan de AOW en de aanvullende pensioenen is niet genoeg, voorziet Aon. ''Zonder aanvullende maatregelen is het zeer de vraag of we hiermee wel zo veel besparen.''
De onbetaalde rekening voor de almaar stijgende levensverwachting is fors. Ieder extra jaar leven betekent een verlaging van de AOW- uitkering van drie procent, ofwel 270 euro per gepensioneerde per jaar, op een AOW van negenduizend euro per jaar.
Daar komt eenzelfde gat bij in het aanvullend pensioen. Ook hier bedraagt het verlies per extra levensjaar drie procent. Op een aanvullend pensioen van twintigduizend euro per jaar scheelt dit nog eens zeshonderd euro.
Wie straks een jaar eerder dan 67 jaar wil stoppen met werken, zou dus genoegen moeten nemen met 870 euro minder per jaar.