Minister Donner geeft bedrijven een maand langer de tijd om te kiezen of zij zich bij de overheid of bij een verzekeraar indekken tegen de kosten van gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid van hun personeel. Maar een goede afweging tussen publiek en privaat blijkt echter moeilijk te maken.
Veel bedrijven gaan per 1 januari een fors hogere WGA-premie betalen. Daarmee kopen zij via de overheid de risico's af die zij volgend jaar lopen als personeelsleden gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken. Het bedrijfsleven is geschrokken van de premieverhoging die het UWV heeft aangekondigd. Mkb-voorman Loek Hermans eist dat de premie-explosie wordt uitgesmeerd over meerdere jaren.
Duaal stelsel
Na
de commotie die is ontstaan over de WGA heeft minister van Sociale
Zaken Piet Hein Donner ingegrepen. Maar van premiespreiding wil hij
niet weten. Donner geeft bedrijven wel een maand langer de tijd om te
beslissen of zij ook in 2010 bij de overheid verzekerd willen blijven.
Wie weg wil moet dat vóór 1 november kenbaar maken en moet het risico
voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid dan onderbrengen bij een
verzekeraar. Die keuzevrijheid is er omdat de WGA een duaal stelsel kent.
Volgens het Verbond van Verzekeraars heeft 20% van de bedrijven inmiddels een WGA-polis bij een private partij. Zo'n 80% van de bedrijven zit nog in het publieke bestel. Nu de premie bij de overheid sterk stijgt, overwegen veel bedrijven de overstap naar een verzekeraar omdat zij dan goedkoper uit kunnen zijn.
Kosten, baten en risico's
Theo van Dillen van Human Capital Scan geeft bedrijven de raad niet af te gaan op oppervlakkige adviezen. 'Zij blijven tien jaar lang verantwoordelijk voor het inkomen en de re-integratie van werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken. Een enorm risico dat goed moet worden gedekt. Werkgevers moeten niet zo maar een polis ondertekenen.'
Overheidspremie onvoorspelbaar
Een groot probleem bij de keuze tussen een publieke of private verzekering is dat de voorwaarden, looptijd en dekking sterk verschillen. Daardoor zijn de premies van de overheid en van verzekeraars nauwelijks met elkaar te vergelijken. Zo dekt de overheid gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid voor één jaar, maar geldt een private verzekering vaak voor meerdere jaren. De WGA-premie van de overheid is onvoorspelbaar en kan jaarlijkse sterk fluctueren, terwijl de premie van een verzekeraar voor een aantal jaren vaststaat.Een grote hindernis bij de keuze tussen publiek en privaat is de onduidelijkheid over de overheidspremie. Het UWV heeft begin september uitgangspunten voor de WGA-premie 2010 bepaald, maar de werkelijke premie die een bedrijf gaat betalen wordt pas eind november bekend via een beschikking van de Belastingdienst. Dat is ruimschoots na het sluiten van de overstaptermijn, ook al heeft Donner die tot 1 november verlengd.
Fouten in premieberekeningen
Volgens Van Dillen worden er bovendien veel fouten gemaakt bij het vaststellen van WGA-premies. 'Wij hebben 600 premieberekeningen gemaakt voor bedrijven en instellingen. In 150 gevallen is bezwaar gemaakt tegen de hoogte. Van de afgehandelde 106 bezwaren is 40% gegrond verklaard. Het foutenpercentage is veel te hoog.'
Verzekeraars zijn daarentegen in staat op elk moment een premieberekening aan bedrijven te overleggen. Zij hebben de beschikking van de Belastingdienst niet nodig, maar baseren zich op de samenstelling van het personeelsbestand en het aantal (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten en langdurig zieken binnen een bedrijf.
Inlooprisico
Adviseurs wijzen er wel op dat bedrijven die uit het publieke bestel willen stappen, er goed op moeten letten dat het 'inlooprisico' wordt meeverzekerd. Dat ontstaat omdat werkgevers tien jaar financieel verantwoordelijk zijn voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten, terwijl de looptijd van de verzekering bijvoorbeeld drie jaar is. Dat tienjaarsrisico moet wel gedekt zijn met de driejarige premie. Bij de lage premies waarmee sommige verzekeraars adverteren, is het inlooprisico niet meegeteld.Financieel gat
Van Dillen wijst er bovendien op dat bij volledige privatisering een groot financieel gat kan ontstaan. Een flinke groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten kan niet worden gekoppeld aan een individuele werkgever. Het gaat om ww'ers en zogeheten 'ziektewetvangnetters', mensen die in een tijdelijk arbeidscontract ziek zijn geworden en gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt. Wie in de toekomst opdraait voor hun uitkering en re-integratie is onduidelijk.