Er is geen wettelijke bepaling waarin geregeld wordt dat oproepkrachten/nul-urencontractanten buiten de collectieve pensioenregeling mogen worden gehouden. Door de wisselende urenpatronen is dit wel een complexe materie en heel lastig te administreren. Dit argument kan overigens niet van doorslaggevende betekenis zijn om de oproepkrachten uit te sluiten.
Uitsluiten
Als een werkgever oproepkrachten/nul-urencontractanten buiten de pensioenregeling wil houden, zal deze op moeten letten of er geen verboden onderscheid optreedt. De belangrijkste discriminatiegronden waar aan gedacht moet worden zijn:
• discriminatie naar vast/tijdelijk dienstverband. Hierbij is eerst de vraag of er in juridische zin wel een dienstverband is;
• discriminatie naar geslacht;
• discriminatie naar leeftijd.
Daarnaast kan ook aan de pensioenuitvoerder discriminatie verweten kunnen worden, omdat de pensioenuitvoerder op grond van de Pensioenwet verantwoordelijk is voor de uitvoering van de pensioenregeling.
Verboden onderscheid
In algemene zin geldt dat er altijd een afweging gemaakt moet worden in verband met een mogelijk verboden onderscheid. Bij deze afweging moeten onder andere de volgende aspecten meegenomen worden:
• aard van de (oproep)werkzaamheden;
• samenstelling van de (groep) oproepkrachten/nul-urencontractanten;
• vast of zeer wisselend patroon en omvang daarvan;
• de te verwachten duur van de oproepwerkzaamheden (kleine pensioenen).
Mogelijke alternatieven
• Oproepkrachten/nul-urencontractanten onderbrengen in een andere rechtspersoon dan het vaste personeel (niet gegarandeerd veilig).
• parttimepercentages vaststellen en op die basis verzekeren (alleen bruikbaar bij tamelijk vaste werkpatronen);
• de pensioenen achteraf in te kopen.
Conclusie
De beantwoording van de vraag of oproepkrachten/nul-urencontractanten mogen worden uitgesloten van de opname in de pensioenregeling is een complexe juridische aangelegenheid. Oproepkrachten/nul-urencontractanten kunnen slechts onder bepaalde voorwaarden worden uitgesloten van deelname aan de collectieve pensioenregeling omdat dit mogelijk een verboden onderscheid oplevert op grond van arbeidsvoorwaarden. De concrete feiten en omstandigheden van het geval zijn in dit verband van wezenlijk belang.