Weten waar je aan toe bent
21 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • Arbeidsongeschiktheid
  • WGA
  • WIA
  • Verbond van Verzekeraars
  • Sociale verzekeringen
  • Pensioen
4stars

'Zwaard van Damocles' boven WIA!

Ton Breitenfellner

Werknemers die het slachtoffer worden van een arbeidsongeval, een beroepsziekte of een verkeersongeval vanwege hun werk, komen hogere uitkeringen toe dan zij nu van de overheid ontvangen. Dat stelt mr. Y.R.K. Waterman in haar proefschrift ‘De aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsgevallen en beroepsziekten'. De Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) moet daarom volgens Waterman ingrijpend worden gewijzigd om hier recht aan te doen. Ook moet er een verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor werkgevers komen.

Waterman concludeert eveneens in haar proefschrift dat de WIA in strijd is met het ILO-verdrag nr. 121. In dit verdrag is afgesproken hoe de inkomensbescherming is geregeld voor mensen die het arbeidsgerelateerde slachtoffer zijn geworden van een ongeval, een beroepsziekte of een verkeersongeval. ‘Nederland houdt zich niet aan de regels en op dit gebied loopt ons land achteraan.' Daarom pleit zij voor de invoering van de Extra Garantieregeling Beroepsziekten (EGB). Dat betekent wel dat de WIA ingrijpend zal moeten worden aangepast. In wezen betekent het ook een terugkeer naar het risque professionnel systeem van de oude Ongevallenwet, die in 1967 werd afgeschaft ten gunste van de WAO.

Het bovenstaande is aanleiding om nog eens te wijzen op het ‘zwaard van damocles’ dat sinds het bestaan van de WIA boven deze wet hangt. In de kern komt het erop neer dat het ILO- verdrag 121 voor werknemers die door hun beroep arbeidsongeschikt zijn geworden recht hebben op een uitkering die minstens gelijk is aan 60% van hun laatstverdiende loon. Daarnaast mag de duur van de uitkering niet afhankelijk zijn van het aantal gewerkte jaren. Zoals bekend voldoet wel de IVA maar niet de WGA aan deze voorwaarden. De duur van de loongerelateerde uitkering (die wel voldoet aan de 60%-eis) is afhankelijk van het arbeidsverleden en bedraagt maximaal 3 jaar en 2 maanden. De daarop volgende uitkering loonaanvullingsuitkering voldoet niet altijd aan de 60%-norm en de WGA Vervolguitkering, waarop recht bestaat als minder dan 50% van de theoretische verdiencapaciteit wordt verdiend, voldoet in het geheel niet aan de ILO-norm.

Het voorgaande was voor het Verbond van Verzekeraars argument om bij de invoering van de WIA te pleiten voor een directie beroepsrisicoverzekering. Dit was echter zeker niet het belangrijkste argument. De werkelijke reden voor dit pleidooi is gelegen in de nadelen van het huidige systeem van aansprakelijkheidsverzekeringen voor bedrijven en door toenemende claims het onverzekerbaar dreigen te worden van dit systeem. Het gaat daarbij om het volgende.

Onzekerheid over voldoende verzekeringsdekking voor werkgever

De AVB is niet wettelijk verplicht, kan variëren in dekkingsonderdelen en kent maximale verzekerde bedragen. De aansprakelijkheid van de werkgever blijft echter onbeperkt.

Daarnaast geldt dat verzekeraars vrezen voor een toename van claims op de AVB en hierbij staan voor de keuze bepaalde beroepsrisico’s uit te sluiten dan wel slechts onder bepaalde oorwaarden te dekken. Uit een onderzoek van het CVS is gebleken dat 64% van de aansprakelijkheidsverzekeraars beroepsrisico’s in meer of mindere mate uitsluit. Dit zal als gevolg hebben dat werkgevers in toenemende mate geen adequate verzekeringsdekking kunnen vinden voor het beroepsrisico. Dit kan aanzienlijke financiële gevolgen hebben voor de werkgever in het geval hij aansprakelijk wordt gesteld en de claim wordt toegekend. Hier komt nog bij dat als gevolg van de verschralende sociale zekerheid werknemers eerder geneigd zullen zijn een procedure te starten tegen de werkgever voor zaken als smartengeld en toekomstschade. Het beroep op de werkgeversaansprakelijkheid neemt hiermee toe.

Onzekerheid over toekenning claim voor werknemer

Indien een werknemer een arbeidsongeval krijgt dan wel ziek wordt als gevolg van een beroepsziekte, kan hij zijn werkgever aansprakelijk stellen. Daarmee staat niet vast dat de claim daadwerkelijk wordt toegekend. De werknemer zal moeten aantonen dat zijn werkgever feitelijk aansprakelijk is. De werkgever mag dan van zijn kant aantonen dat hij aan de op hem rustende zorgplicht heeft voldaan en daarom niet aansprakelijk is. Dit traject kan leiden tot weerbarstige discussies en eventueel tot lange juridische procedures en hoge (advocaat)kosten. De werknemer heeft er gedurende dat traject een groot financieel belang bij om zo lang mogelijk ziek te blijven, aangezien dat de hoogte van het schadebedrag kan beïnvloeden. Deze situatie zal zijn re-integratie aanzienlijk belemmeren.

Onzekerheid over adequate premiestelling voor verzekeraar

Voor verzekeraars is het, als gevolg van de open eindfinanciering van het aansprakelijkheidsrecht, niet mogelijk om van te voren te voorspellen voor welke bedragen werkgevers aansprakelijk gesteld kunnen worden. Hierdoor is het een probleem om een adequate premie voor de AVB vast te stellen. Daarnaast is het niet goed mogelijk om rekening te houden met claims als gevolg van nieuwe, nog onbekende beroepsziekten, vooral wanneer deze een lange incubatietijd hebben.

Nauwelijks mogelijkheden voor preventie en re-integratie

Het is voor de aansprakelijkheidsverzekeraar met de huidige financiering van beroepsrisico’s via de AVB, niet mogelijk een adequaat preventie- en re-integratiebeleid te voeren. Immers, dat beleid kan de aansprakelijkheidsverzekeraar pas inzetten wanneer er daadwerkelijk sprake is van schade en de werkgever daarvoor aansprakelijk is gesteld. Dan is het ziektestadium over het algemeen in een vergevorderd en lastig omkeerbaar stadium geraakt. De aansprakelijkheidsverzekeraar is hierdoor beperkt in het voeren van een effectief re-integratiebeleid bij de verzekerde werkgever. Aangezien het traject van compensatie via de AVB noodzakelijkerwijs veel tijd en juridisch onderzoek vereist, wordt de werknemer onbedoeld gedwongen langer ziek te blijven. Re-integratiemaatregelen zullen hierdoor niet of nauwelijks van de grond komen.

Een directe beroepsrisicoverzekering

Een goed alternatief voor de huidige verzekeringsdekking via de AVB is een voor werkgevers verplicht af te sluiten directe verzekering ten behoeve van het beroepsrisico met hieraan gekoppeld geobjectiveerde schadebedragen en een direct vorderingsrecht op de verzekeraar. De aansprakelijkheid van de werkgever voor het beroepsrisico kan dan wettelijk worden uitgesloten. Het beroepsrisico is een risico dat via een directe verzekering goed privaat verzekerbaar is. Werknemers hebben een direct vorderingsrecht op de verzekeraar en hoeven niet langer hun werkgever aansprakelijk te stellen. Hiermee worden langdurige juridische procedures voorkomen en kan laagdrempeligheid en rechtszekerheid worden gegarandeerd. Wanneer een werknemer bijvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en nog gedeeltelijk werkt, hoeft de relatie tussen de werkgever en werknemer niet te worden verstoord door aansprakelijkheidsclaims, etc.

Met een directe verzekering kan werkgevers een adequate verzekeringsdekking ten behoeve van het beroepsrisico worden gegarandeerd. Binnen de beroepsrisicoverzekering worden duidelijke criteria gesteld over welke ziekte of ongeval recht geeft op een uitkering. Daarnaast staat van te voren vast welk bedrag aan inkomensschade, personenschade en smartengeld wordt uitgekeerd. Langdurige discussies over causaliteit en over de hoogte van de schade behoren hiermee tot het verleden.

De inkomensverzekeraar, waar de directe beroepsrisicoverzekering zal worden ondergebracht, zal geprikkeld worden om door middel van preventiemaatregelen en activiteiten op het gebied van re-integratie de schadelast zo beperkt mogelijk te houden. Werkgevers zal een financiële prikkel gegeven worden door te werken met experience rating. Hiermee wordt de hoogte van de premie bepaald aan de hand van de schade die de werkgever veroorzaakt. Werkgevers zullen dus preventieve maatregelen moeten nemen om het beroepsrisico in te perken en maatregelen op het terrein van re-integratie om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Werknemers zullen, wanneer zij arbeidsongeschikt raken als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, professioneel begeleid worden om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan.

Een directe beroepsrisicoverzekering kan op verschillende manieren worden ingepast in het stelsel van sociale zekerheid. De verzekering kan worden ingericht als een aanvullende verzekering op bestaande arbeidsongeschiktheidsregelingen dan wel hierop vóórgaan. In het laatste geval wordt dan, na de ziekengeldperiode, bepaald of iemand arbeidsongeschikt is als gevolg van een beroepsziekte of arbeidsongeval. Indien dit het geval, wordt een uitkering verstrekt vanuit de directe beroepsrisicoverzekering. Indien dit niet het geval is, ontvangt de werknemer een uitkering vanuit de normale arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Financiële aspecten

Op de lange termijn zal een directe beroepsrisicoverzekering de kosten van beroepsrisico’s doen dalen als gevolg van de objectivering van de schadebedragen en het feit dat er veel minder juridische procedures nodig zijn. In het huidige aansprakelijkheidsrecht is tot op heden het aantal toegekende claims beperkt gebleven, aangezien de werknemer in veel gevallen onvoldoende bewijs kon vergaren, te weinig schade had geleden dan wel de psychische consequenties van het tegen de werkgever moeten procederen niet aankon. Dit kost veel geld en ergernis voor zowel de werkgever als de werknemer, dat later nooit in een claim vergoed zal kunnen worden.

Bij een directe beroepsrisicoverzekering zal door de inkomensverzekeraar betere ondersteuning gegeven kunnen worden met betrekking tot preventie. Vervolgens hebben inkomensverzekeraars gedurende 2 jaar de gelegenheid om tot herstel te komen respectievelijk naar ander werk te begeleiden. Pas daarna zal de eventuele beroepsziekte worden vastgesteld. Hiermee kan veel leed voor de werknemer voorkomen worden en behoudt hij de mogelijkheden om het inkomen zo volledig mogelijk te behouden. Werkgever en werknemer besparen veel geld en de werkgever heeft er baat bij wanneer de werknemer zoveel mogelijk aan het werk blijft.

De werkgever loopt minder financiële risico’s als gevolg van claims tegen een – naar verhouding – beperkte premie. Aldus een win-win situatie voor zowel de werkgever als de werknemer.

Ten slotte

De hier beschreven problematiek speelt al jaren en raakt de oude discussie van een splitsing van ons ziekengeld- en arbeidsongeschiktheidsstelsel in een risque sociale en een risque professionel regeling. In tegenstelling tot vele omringende landen, heeft de Nederlandse overheid een dergelijke splitsing nooit willen invoeren uit angst voor onbeheersbare grensverschillen over wat werkgerelateerde en wat ‘prive-gerelateerde’ oorzaken zijn van ziekte en arbeidsongeschiktheid.  Los daarvan waren er redenen om voor beroepsrisico’s een aparte regeling in te richten naast de WIA. Ten tijde van de totstandkoming van de WIA was dat inderdaad een serieuze optie die vorm kreeg in de zogeheten Extra Garantieregeling Beroepsziekten. De Verdragsverplichting op grond van ILO 121 speelde hierbij zeker een rol. Zoals bekend heeft de regering uiteindelijk besloten deze regeling niet in te voeren en daarbij bewust het risico genomen dat de Europese Gemeenschap, in casu de Europese Commissie op enig moment Nederland zal wijzen op de ‘Verdragsschending’. De gevolgen daarvan kunnen aanzienlijk zijn: van boetes tot de verplichting om het sociale stelsel op dat punt aan te passen. Het is meer dan  waarschijnlijk dat dit onderwerp volgend jaar bij de algehele evaluatie van de WIA weer op tafel komt waarbij opnieuw aan de orde zal komen dat een directe verzekering voor beroepsrisico’s alle partijen alleen maar voordelen biedt.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen