Weten waar je aan toe bent
21 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • Arbeidsongeschiktheid
  • Eigenrisicodrager
  • WGA
  • WIA
  • Ondernemer
  • WAO
  • Wetgeving
  • Inkomen
  • Ziektewet
  • WW
4stars

Werkgeverslasten 2011

Ton Breitenfellner

In deze bijdrage van Sociale Zekerheid Actueel een overzicht van de werkgeverslasten 2011. Ten opzichte van het overicht 2010 is de toelichting uitgebreid en geactualiseerd. Daarnaast is rekening gehouden met de Wet Harmonisatie en Vereenvoudiging Socialezekerheidswetgeving.

Werkgeverslasten algemeen                                                                                     Werkgeverslasten zijn die lasten die naast het bruto loon tot de totale loonkosten behoren. Vaak wordt een onderscheid gemaakt in wettelijke en niet wettelijke werkgeverslasten. Wettelijke werkgeverslasten zijn de zogeheten werkgeverspremies in verband met de werknemersverzekeringen: ZW, WW en WAO/WIA en daarnaast de werkgeversbijdrage Zvw. Niet wettelijke werkgeverslasten zijn de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie en de zogeheten afdrachten per sector voor scholing en ontwikkeling van werknemers.

Werkgeverslasten ziekengeldverzekeringen                                                                            Als een werknemer ziek wordt, moet de werkgever het ‘naar tijdsruimte vastgestelde loon’ (BW 7:629) doorbetalen. Dat is in de regel het zogeheten bruto loon. Daarnaast betaalt de werkgever, net als over het loon van niet zieke werknemers, werkgeverslasten. Als de werkgever eigen risicodrager is in het kader van de WGA, dan is deze ook over het loon van zieke werknemers, vrijgesteld van betaling van de gedifferentieerde WGA-premie. Naast de wettelijke werkgeverslasten betaalt de werkgever over het doorbetaalde loon ook de niet wettelijke werkgeverslasten.

Werkgeverslasten verzekeringen voor eigen risicodragers WGA                                           Als eigen risicodrager neemt de werkgever de WGA-uitkeringsverplichting van het UWV over. Die verplichting bestaat enerzijds uit de WGA-uitkering zelf en anderzijds uit de daarop rustende werkgeverslasten. Dit zijn alleen de wettelijke werkgeverslasten. Niet wettelijke werkgeverslasten zijn in de regel alleen aan de orde gedurende de eerste 2 jaar van ziekte.

Verschillen tussen wettelijk werkgeverslasten                                                                         Er is verschil tussen de wettelijke werkgeverslasten gedurende de eerste 2 jaar van ziekte en de periode daarna. Als de werkgever geen eigen risicodrager WGA is bestaan de wettelijke werkgeverslasten gedurende de eerste 2 jaar van ziekte uit de gedifferentieerde WGA-premie, de basispremie WAO/WIA, de sectorpremie en de werkgeversbijdrage Zvw. Als de werkgevers eigen risicodrager WGA is vervalt uiteraard de gedifferentieerde WGA-premie.

Na de eerste 2 jaar, heeft alleen de werkgever die eigen risicodrager WGA is, te maken met werkgeverslasten. Ervan uitgaande dat het UWV de WGA-uitkering betaalt aan de (ex)werknemers en deze vervolgens verhaalt op de werkgever, is de werkgever verantwoordelijk voor de bruto-uitkering en de daarop rustende werkgeverslasten. Deze verschillen in zoverre met de werkgeverslasten gedurende de eerste 2 jaar dat er geen vrijstelling is voor de WGA-premie en dat in plaats van de sectorpremie voor de sector waartoe de werkgever behoort en gemiddelde sectorpremie moet worden betaald. Verder wordt in plaats van de gedifferentieerde WGA-premie de rekenpremie toegerekend aan de werkgever. Deze is net als de sectorpremie op te vatten als een gemiddelde WGA-premie.

UWV betaalt ook werkgeverslasten                                                                                         Het UWV wordt als uitkeringsinstantie voor vangnet ZW- , WW en WAO/WIA-uitkeringen gezien als fictief werkgever. Als ‘werkgever’ betaalt het UWV naast de bruto uitkeringen dezelfde werkgeverslasten als reguliere werkgevers. Dat geldt ook voor WGA-uitkeringen. Omdat eigen risicodragers de uitkeringslast overnemen van het UWV, nemen deze werkgevers ook de werkgeverslasten van het UWV over.  Net als reguliere werkgevers draagt het UWV de werkgeverslasten af aan de belastingdienst. Deze premies komen vervolgens ten goede aan de sociale fondsen waaruit vervolgens weer de uitkeringen in het kader van de ZW, WW en WAO/WIA worden gedaan.

Werkgeverslasten 2011                                                                                                         Deze opgave is beperkt tot de zogeheten wettelijke werkgeverslasten voor eigen risicodragers WGA.

Onderstaand de wettelijke werkgeverspremies per 1 januari 2011 met tussen haakjes de bedragen over 2010.

·        Awf (Algemeen Werkloosheidsfonds)                    4,20%   (4,20%)        

·        Sfn (Sectorfondsen, gemiddelde premie)               1,47%  (1,48%)

·        Sfn (Verplichte bijdrage kinderopvang)                  0,34%  (0,34%)

·        Aof (Arbeidsongeschiktheidsfonds)                        5,10%  (5,70%)

·        Aok (Arbeidsongeschiktheidskas)                           0,00%  (0,07%)

·        Whk (Werkhervattingskas)                                    0,62%  (0,59%)

·        Zvw (Inkomensafhankelijke bijdrage)                     7,75%  (7,05%)

Voor het werkgeverdeel van de Awf-premie geldt een franchise van  € 65,25 per dag. Dat is € 16.965,- per jaar Voor 2010 was dat € 64,- per dag en € 16.704,- per jaar. Ondanks het lagere dagbedrag over 2010 was het jaarbedrag hoger omdat tot en met 2010 de herleiding naar het jaarbedrag plaatsvond op basis van 261 premiedagen. Vanaf 2011 zal dat als gevolg van de Wet Vereenvoudiging en Harmonisatie  Socialezekerheidswetgeving, standaard 260 dagen zijn.  De premies werknemersverzekeringen worden geheven tot een maximaal bedrag van € 49.297,- Dat was voor 2010:  € 48.715,65. De bijdrage Zvw wordt betaald over een maximum loon van € 33.427,-  Voor 2010 was dat  € 33.189,-

De totale werkgeverslasten hangen door de franchise en de werking van de maximumbedragen, af van de hoogte van het loon. Voor een loonbedrag tot aan de Awf-franchise € 16.964,- per jaar, bedragen de werkgeverslasten in totaal 15,28%. Dit zijn de wettelijke premies minus de Awf-premie omdat door de werking van de Awf-franchise tot dit bedrag, geen Awf-premie wordt afgedragen. Bij een loonbedrag van € 33.427,- (het maximum bedrag voor de Zvw-vergoeding) zijn de wettelijke werkgeverslasten het hoogst namelijk 17,35%. In dit percentage is de Awf-premie boven het bedrag van € 16.964,- tot aan € 33.427,- opgenomen en uitgedrukt in een percentage van € 33.427,- De wettelijke werkgeverslasten bedragen bij een loon op het niveau van het maximum SV-loon 15,54%. Dit percentage is weer lager omdat boven € 33.427,- geen bijdrage Zvw meer is verschuldigd. Wel telt  de Awf-premie steeds sterker mee maar dit weegt minder zwaar dan de relatieve afname van de Zvw-bijdrage.

 Afhankelijk van het loon liggen de wettelijke werkgeverslasten dus tussen 15,28% en 17,35%.

Ten slotte wordt herhaald dat de werkgeverslasten in het kader van de loondoorbetaling bij ziekte fors hoger kunnen liggen dan de hiervoor genoemde percentages. Zoals genoemd moeten werkgevers naast het doorbetaalde loon bij ziekte niet alleen de wettelijke maar ook de buitenwettelijke werkgeverslasten betalen zoals in voorkomend geval, een deel van de pensioenpremie en afdrachten aan sectorfondsen.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen