Weten waar je aan toe bent
21 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • Pensioen
  • MKB & Personeel
  • pensioenvoorlichting
0stars

Uitwerking Pensioenakkoord

Hasko van Dalen

Een uitdaging die Nationale-Nederlanden graag aangaat

Nederland heeft een collectief pensioensysteem dat als een van de beste van de wereld wordt gezien. Aanpassingen om het stelsel beter toekomstbestendig te maken zijn onvermijdelijk. Nationale-Nederlanden is daarom blij dat het kabinet en sociale partners het eens zijn geworden over het Pensioenakkoord.

Verhoging pensioenleeftijd

Nederland vergrijst. De gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt als gevolg van verbetering van de volksgezondheid, de welvaart en de hygiëne. Er is daarbij sprake van elkaar versterkende ontwikkelingen; meer kinderen bereiken een volwassen leeftijd en mensen leven langer terwijl de groei van de bevolking afneemt doordat er minder kinderen worden geboren. Hierdoor zal de beroepsbevolking vanaf 2010 kleiner worden, terwijl het aantal 65-plussers snel toeneemt. 


Visie Nationale-Nederlanden:

Er zijn straks minder mensen die werken en de premies voor de AOW moeten opbrengen voor meer mensen. Daarom moeten we straks allemaal langer werken. De afgesproken verhoging van de pensioenleeftijd (naar 66 jaar in 2020 en naar 67 jaar in 2025) past daarbij.



Aanvullende pensioenen

De premies voor de aanvullende pensioenen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Dit legt een steeds groter beslag op de arbeidskosten van werkgevers en op het netto inkomen van werknemers.
Om dit te ondervangen komen de risico’s van langer leven en ontwikkelingen op de financiële markten bij de werknemers te liggen. Als er tegenvallers zijn kan dat niet meer worden opgevangen met premieverhogingen, maar zullen de opgebouwde aanspraken en pensioenuitkeringen moeten worden verlaagd. Sociale partners hebben afgesproken dat dekkingstekorten of dekkingsoverschotten in een periode van tien jaar weggewerkt worden. Opvallend is dat daarbij de bestaande solvabiliteitsbuffers worden afgeschaft of sterk verlaagd. Het Uitwerkingsmemorandum van 9 juni 2011 geeft op dit punt vier verschillende varianten weer. Per bedrijfstakpensioenfonds of ondernemingspensioenfonds moet bekeken worden welke variant men wil kiezen. Pensioenen worden dus onzeker, maar de mate van onzekerheid hangt ook nog eens af van de keuze die het pensioenfondsbestuur maakt.



Visie Nationale-Nederlanden:

Het is een goede zaak dat nu een premiestabilisatie is afgesproken op basis van het in de afgelopen jaren bereikte premieniveau. Nationale-Nederlanden is daarbij enigszins bezorgd over de grote verschillen die kunnen ontstaan tussen bedrijfstakken en bedrijven. Voor werknemers zal het nog moeilijker worden te begrijpen hoe hun pensioenregeling in elkaar steekt en waarom die sterk afwijkt van die van hun familieleden of kennissen. Bovendien kunnen er problemen ontstaan als werknemers van baan veranderen en het in hun vorige baan opgebouwde pensioen willen overdragen naar hun nieuwe pensioenfonds. Dit maakt het nog dringender gewenst dat het kabinet snel komt met een oplossing van de problemen rond waardeoverdracht bij pensioenen.



Pensioenverzekeringen

Het Pensioenakkoord heeft betrekking op pensioenregelingen die worden uitgevoerd door pensioenfondsen. Voor werkgevers en werknemers die hun pensioen hebben ondergebracht bij een pensioenverzekeraar liggen de zaken anders.
Is er sprake van een beschikbare premieregeling (zoals in het Prestatie Pensioen) dan ligt het langlevenrisico en het beleggingsrisico in de opbouwfase (tot aan de pensioendatum) bij de werknemer. Via Life Cycle concepten kan hij dat risico verminderen. Na de pensioendatum wordt een levenslange uitkering aangekocht. Het bedrag van die uitkering is gegarandeerd. De verzekeraar draagt het langlevenrisico en het beleggingsrisico. Een verlaging van ingegane uitkeringen is dus niet aan de orde. Is er sprake van een salaris/dienstjarenregeling (ook wel middelloonregeling of uitkeringsovereenkomst genoemd) dan wordt het langlevenrisico en het beleggingsrisico, zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase, door Nationale-Nederlanden gedragen.


Visie Nationale-Nederlanden:

Nationale-Nederlanden zal beschikbare premieregelingen en salaris-dienstjarenregelingen blijven aanbieden. Wij kunnen ons echter voorstellen dat er werkgevers zijn die ook bij dergelijke pensioenverzekeringen (een deel van) het langlevenrisico en wellicht ook (een deel van) het beleggingsrisico anders willen verdelen. Het gaat dan om het vinden van een nieuw evenwicht tussen zekerheid, ambitie en premieniveau. De bestaande wetgeving laat daar weinig ruimte voor. In het Pensioenakkoord is afgesproken dat het kabinet in overleg treedt met werkgevers, werknemers en pensioenverzekeraars om te bezien in welke mate de afspraken uit het akkoord doorvertaald kunnen worden naar het terrein van pensioenverzekeringen, en welke wettelijke aanpassingen daarvoor nodig zijn. Uiteraard wordt ook Nationale-Nederlanden, als een van de grootste pensioenverzekeraars van ons land, nauw bij dat overleg betrokken.


Opgebouwde aanspraken

Het is een wens van sociale partners dat de pensioenenrechten die gepensioneerden en werkenden in het verleden hebben opgebouwd ook on¬derdeel worden van de nieuwe pensioenregelingen. Zij worden als het ware overgeheveld (het Uitwerkingsmemorandum spreekt over het invaren van bestaande aanspraken). Op dit punt liggen er allerlei juridische belemmeringen. Het kabinet, de sociale partners en externe deskundigen zullen de verschillende aspecten daarvan onderzoeken en zo spoedig mogelijk duidelijkheid verschaffen.


Visie Nationale-Nederlanden:

Pensioenaanspraken die in het verleden bij verzekeraars zijn opgebouwd, zijn onvoorwaardelijk. Verzekeraars hebben niet de mogelijkheid die opgebouwde rechten te verlagen op basis van gestegen levensverwachting, lagere rentestand of tegenvallende beleggingsopbrengsten. Ook een overheveling naar een nieuwe pensioenverzekering waarin meer risico’s bij de deelnemer liggen, kan niet plaatsvinden zonder instemming van de werknemer. Op dat punt wijken de regels voor verzekeraars iets af van die voor pensioenfondsen. Nationale-Nederlanden beschouwt die bescherming van opgebouwde rechten als een groot goed. Het doet recht aan het basisprincipe van verzekeren: zekerheid bieden. Dit aspect zal ongetwijfeld worden meegenomen in het overleg tussen kabinet, werkgevers, werknemers en pensioenverzekeraars over de vraag in welke mate de afspraken uit het akkoord doorvertaald kunnen worden naar het terrein van pensioenverzekeringen.


Hoe verder?

Het Uitwerkingsmemorandum van 9 juni 2011 laat nog veel punten open. Minister Kamp heeft al aangegeven dat hij nog moet onderzoeken welke aanpassingen in de wetgeving nodig zijn om uitvoering van het akkoord mogelijk te maken. Daarbij moet ook een toetsing plaatsvinden aan Europese verdragen en regels. Bovendien moet er nog een achterbanraadpleging plaatsvinden bij de vakbonden. Totdat er duidelijkheid is over de definitieve acceptatie van het Pensioenakkoord en wijzigingen die in de wetgeving zullen worden aangebracht, kan nog geen aanpassing van bestaande producten plaatsvinden en kunnen ook nog geen nieuw type pensioenverzekeringen op de markt worden gebracht. Uiteraard volgt Nationale-Nederlanden alle ontwikkelingen op de voet.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen