Al jaren speelt de poltieke vraag of de huidige arbeidsongeschiktheidsregeling, de Werkhervattingsregeleing Gedeelteijk Arbeidsgeschikten (WGA), volledig privaat moet worden uitgevoerd. Dit is van belang omdat een privaat uitgevoerde WGA voor werkgevers leidt tot lagere lasten en voor werknemers tot meer zekerheid en een hogere abeidsdeelsname.
De WGA is een regeling die in 2006 van kracht is geworden en een zogeheten hybride uitvoering kent. Dat houdt in dat werkgevers in eerste instantie het risico hebben verzekerd bij het UWV maar er ook voor kunnen kiezen om eigen risicodrager te worden en het financiele risico privaat te verzekeren. Op grond van de succesvolle privatisering van de Ziektewet, heeft het huidige demissionaire Kabinet Balkenende 4 in het coalitieakkoord opgenomen dat de WGA volledig privaat zou worden uitgevoerd.
Sinds 2007 is het lang stil gebleven rondom dit beleidsvoornemen, totdat demissionair minister Donner op 13 april jl, de door Ecorys uitgevoerde tussenevaluatie WGA naar de TK stuurde. Een evaluatie die al is uitgevoerd begin 2009 en waarvan velen zich nog steeds afvragen waarom deze nodig was. De politieke beslissing om de WGA privaat te laten uitvoeren, was immers al gevallen.
Donner laat bij de aanbieding van de tussenevaluatie aan de TK weten dat het kabinet, gezien zijn demissionaire status, niet meer met voorstellen komt om de wettelijke regeling WGA te privatiseren. De evaluatie van de WGA leidt - in de woorden van Donner - niet tot de conclusie dat er uit het oogpunt van preventie een verschil is in de aanpak van langdurig ziekteverzuim en het bevorderen van werkhervatting bij werknemers tussen publieke en privaat verzekerde werkgevers. Minister Donner wijst er ook op dat het huidige systeem efficiënt werkt doordat private verzekeraars en UWV concurreren en werkgevers zelf kiezen voor de beste oplossing voor hun zieke werknemers.
Dat zijn opmerkelijke conclusies waarmee zowel afstand wordt genomen van het coalitieakkoord als van het recente verzkiezingsprogramma van Donners eigen partij. Bovendien valt er het nodige aan te merken op het eveluatierapport zelf waardoor de conclusies op zijn minst multi-interpretabel zijn.
Wat dat laatste betreft zou men zich zelfs kunnen afvragen of de evaluatie niet te vroeg is uitgevoerd en of de resultaten daarvan wel betrouwbaar zijn. Het onderzoek dateert immers van begin 2009 terwij de WGA pas in 2007 volledig van kracht. Gezien de eigen risicotermijn van 10 jaar heeft de WGA veel meer tijd nodig om structurele gedrafseffecten zichtbaaar te maken. De onderzoekers van Ecorys schrijven daarover zelf dat 'Evaluatie op zo'n vroeg tijdstip met veel onzekerheden is omgeven'.
Als tweede kan men zich afvragen of de evaluatie niet achterhaald is. Omdat het rapport bijna 1 jaar is blijven liggen voorrdat het naar de TK werd gestuurd zijn immers belangrijke nieuwe ontwikkelingen zoals een sterk gestegen WGA-premie, een sterk gestegen aantal eigen risicodragers en een verhoogd WGA-risico, niet meegegenomen. Op zijn minst zijn de conclusies over de transities van publiek naar privaat, gezien de grote uitstroom eind vorig jaar, niet meer geldig. Maar dat geldt ook voor andere conclusies zoals uitspraken over een 'gunstige ontwikkeling van het WGA-risicop'. Veel conlusies en constateringen vallen dan ook 'in het water'. Daar waar het rapport wel constateringen bevat die geldigheid hebben, wijzen die dan ook nog eens meer in de richting van private uitvoering dan doorgaan met het huidige hybride stelsel. Zo constateren de onderzoekers dat nu al zichbaar is dat kleine werkgevers die eigen risicodragers al in de ziekteperiode van 2 jaar meer aan re-integratie doen dan publiek verzekerderde werkgevers.
De belangrijkste constatering van Ecorys staat echter los van de WGA en betreft de voorloper daarvan: de pemba WAO. De onderzoekers constateren dat bij deze regeling duidelijk zichtbaar was dat het arbeidsongeschikheidsrisico van eigen risicodragers WAO, duidelijk lager was dan bij publiek verzekerde werkgevers en dat dit ook al enigszins zichtbaar is bij eigen risicodragers WGA maar - zoals de onderzoekers het zelf zeggen: '....de WGA nog wat meer tijd nodig heeft om dat effect zichtbaar te maken'. Een bevinding die aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat.
Ook zonder evaluatie is duidelijk waarom private uitvoering van de WGA gewenst en noodzakelijk is. Het Verbond van Verzekeraars verwoordde dit kort na de openbaarmaking van het rapport door te laten weten dat het huidige hybride uitkeringssysteem teveel onvolkomenheden kent. Bedoeld worden de problemen die voortkomen uit de fundamenteel verschillende financieringssystemen tussen UWV en verzekeraars waardoor de beoogde marktwerking onbestaanbaar is. De praktijk laat duidelijk zien dat werkgevers zich bij de beslissing om eigen risicodrager voornamelijk laten leiden door de vraag welk financieringssysteem het gunstigst is. Voor kleine werkgevers met een relatief hoge minimumpremie bij het UWV en zonder langdurig zieken of WGA-lasten, is deze vraag snel beantwoord. Dat private verzekeraars kostenefficienter uitvoeren en door het intrinsieke schadebelang veel meer re-integratieondersteuning bieden, is en blijft daarnaast een andere belangrijke factor. Deze constateringen maken duidelijk dat de conclusie van Donner dat het huidige systeem efficient werkt, niet klopt en zelf niet kan kloppen omdat er geen sprake is van een level playing field. En daarmee vervalt de legitimatie voor de huidige hybride uitvoering. Waar dit toe leidt is duidelijk zichtbaar: een constante uitstroom van 'goede risico's richting private markt waardoor het publieke bestel op termijn onhoudbaar wordt. De onderzoekers van Ecorys constateren dit ook en noemen dit 'contra productive hybriditeit' en duiden de leegloop van het publieke systeem aan met 'Silent Killing'.
Dit alles overziende dringt de conclusie zich op dat destijds gekozen is voor invoering van een WGA met een beperkte houdbaarheid. Gezien de voortdurende leegloop van het publieke bestel begint de uiterste houdbaarheidsdatum in zicht te komen. Vandaar het door velen gedragen pleidooi voor volledig private uitvoering van de WGA waardoor een stabiele en toekomstbestendige regeling ontstaat die werkgevers en verzekeraars een groter financieel belang geeft om ziekte en arbeidsongeschiktheid aan te pakken. Volledig private uitvoering biedt ook duidelijkheid voor werknemers: zij kunnen de WGA-uitkering rechtstreeks vorderen bij de verzekeraar, die ook de werknemer re-integreert. Ook het CDA wijst in haar verziezingsprogramma op de voordelen van volledig private uitvoering en merkt op dat 'Doordat werkgevers en verzekeraars een combinatie kunnen maken met de verzuimverzekering voor de eerste twee ziektejaren, wordt de ketenaanpak versterkt. Hierdoor wordt de kans op herstel en re-integratie zo vroeg mogelijk in het traject van ziekte of arbeidsongeschiktheid optimaal benut. De gedachte daarachter is dat volledig private uitvoering van de WGA net als bij de privatisering van de Ziektewet zal leiden tot structureel lagere lasten voor werkgeverstot meer arbeidsdeelname voor werknemers en maatschappelijk gezien op termijn tot lagere kosten.