Vandaag heeft het UWV de 'WGA-premies 2011' gepubliceerd in de Staatscourant. De publicatie vorig jaar over de WGA-premie 2010 heeft toen veel stof doen opwaaien omdat alle premies sterk omhoog gingen en omdat de premievaststelling dermate laat was dat werkgevers 1 maand extra tijd kregen om een afweging te maken over eigen risicodragen WGA.
Ook dit jaar stijgen de premies weer. Daarnaast zit er bij nadere beschouwing van de cijfers een behoorlijke adder onder het gras: het systeem van premiedifferentatie leidt er toe dat komend jaar nog meer werkgevers de torenhoge maximumpremies gaan betalen. Hoe dat werkt wordt hieronder uitgelegd.
Allereerst even de premies op een rijtje.
De belangrijkste premie is de rekenpremie. Dit is de basis voor de opslag of korting die als gevolg van het systeem van premiedifferentiatie wordt toegepast. De rekenpremie stijgt van 0,59% naar 0,62%.
De minimumpremie kleine werkgevers bedroeg vorig jaar 0,59% (even hoog als de rekenpremie). Deze premie was eigenlijk kunstmatig hoog vastgesteld als gevolg van een rekenfout van het UWV over 2009. Als de minimumpremie vorig jaar op een normaal niveau was vastgesteld zou deze eveneens zijn gestegen. Dit jaar komt de minimumpremie uit op 0,56%
De minimumpremie voor grote bedrijven komt uit op 0,07% Dat is praktisch gelijk aan de 0,06% van vorig jaar.
De maximumpremies gaan ook omhoog. Kleine bedrijven gaan een maximumpremie betalen van 1,65% terwijl dat voor grote bedrijven 2,20% wordt. De grens tussen grote en kleine bedrijven wordt getrokken bij een loonsom van EUR 747.500,-
Waar zit dan de adder?
Als men achter de cijfers kijkt, blijken er nog 2 cijfers te zijn veranderd. Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage is verlaagd van 0,36% naar 0,28% en de zogeheten correctiefactor verhoogd van 1,47 naar 1,96.
Het werkgeversrisicopercentage is van belang omdat de opslag wordt bepaald door het landelijke gemiddelde risicopercentage te vergelijken met het eigen werkgeversrisicopercentage van het bedrijf. Ofwel de eigen WGA-instroom wordt vergeleken met de landelijke gemiddelde instroom. Als het landelijk gemiddelde cijfer lager wordt zal dit de kans op een opslag op de rekenpremie vergroten. Vervolgens wordt die opslag via de hogere correctiefactor sterker doorbetalast.
Een cijfervoorbeeld om dit mechanisme te verduidelijken!
In onze publicatie van vorig jaar over de vaststelling van de WGA-premie 2010, is het volgende voorbeeld gekozen:
Stel een ander bedrijf met 100 werknemers heeft een loonsom van € 2.8 miljoen. Uitgaande van een risicopercentage van 1% zou de gedifferentieerde WGA-premie over 2009 uitkomen op 0,69%. Voor 2010 zou de premie uitkomen op 1.53%. Voor 2011 zou de premie door de hogere rekenpremie, het lagere landelijke risicopercentage en de hogere correctiefactor, nog verder stijgen tot 2,03%. Zonder dat er in het bedrijf iets verandert stijgt de UWV premie van € 19.000,- in 2009, naar € 43.000,- in 2010 tot € 56.840,-. in 2011. Een stijging van bijna 300%! in slechts 3 jaar tijd.
Slotbeschouwing
De WGA-premie stijgt ook in 2011. Er is alle aanleiding te veronderstellen dat deze premie de komende jaren blijft doorstijgen. Dat blijkt ook uit informatie van het UWV zelf. Het resultaat daarvan is dat publiek verzekerde werkgevers, zonder dat er in het bedrijf iets veranderd, de komende jaren elk jaar een hogere premie zullen gaan betalen. Als het bedrijf 'WGA-schade' heeft, zorgt het systeem van premiedifferentiatie ervoor dat de werkelijk te betalen premie nog veel hoger uitkomt.
Bij dit alles is de voortdurende uitstroom van eigen risicodragers nog niet eens meegenomen. Naarmate meer werkgevers eigen risicodrager worden zal de publieke WGA-premie alleen daarom al sterk stijgen omdat het voornamelijk de betere risico's zijn die uittreden.
Last but not least heeft het fonds waaruit WGA-uitkeringen worden betaald een negatief vermogen. Op enig moment zal daarvoor extra vermogen nodig zijn wat ook weer leidt tot een hogere premie.
Hoe lang de publieke WGA-premie doorstijgt en hoe hoog deze uiteindelijk uitkomt weet niemand. Wel zeker is dat steeds meer bedrijven het zekere boven het onzekere kiezen en de stap zetten om eigen risicodrager te worden. Op dit moment gaat het aantal eigen risicodragers richting 100.000. Gezien de sombere premievooruitzichten bij het UWV zal eigen risicodragen WGA voor een grote groep werkgevers steeds interessanter worden.
Werkgevers die overwegen om uit te treden, wordt geadviseerd dit weloverwogen te doen en zich goed te laten adviseren waarbij met name moet worden gekeken naar de individuele situatie van het bedrijf zelf.