Inleiding
Per 1 mei 2010 zal een nieuwe sociale zekerheidsverordening (883/2004) in werking treden. Deze verordening was al in 2004 goedgekeurd, maar kon pas in werking treden nadat een zogeheten toepassingsverordening zou worden goedgekeurd. Daarover is eind vorig jaar binnen de Europese Unie overeenstemming bereikt.
Grensoverschrijdend werken
Het doel van de gewijzigde verordening is het eenvoudiger maken en het harmoniseren van de regels die de sociale zekerheid betreffen in grensoverschrijdende situaties.
De hoofdregel blijft dat degene die woont in een ander land dan waar hij werkt en enkel werkzaam is in dat werkland, daar verzekeringsplichtig is. Wordt er ook in het woonland gewerkt, dan is men onder voorwaarden onderworpen aan het sociale zekerheidsstelsel in het woonland. Onder de huidige verordening (1408/71) kon volstaan worden met een dag in de maand werken in het woonland om daar verzekerd te zijn. De nieuwe Verordening geeft aan dat er substantieel in het woonland gewerkt moet worden. Pas wanneer 25% of meer van de arbeidstijd in het woonland wordt gewerkt of wanneer men 25% of meer van de beloning aldaar ontvangt, is de werknemer in beginsel verzekerd in het woonland. Een werknemer kan er dus bewust voor kiezen om 25% of meer thuis in het woonland te gaan werken zodat de sociale zekerheid daar van kracht blijft.
Als de werknemer in meerdere lidstaten werkt waaronder het woonland voor minder dan 25%, dan is hij onderworpen aan het socialezekerheidsstelsel waar de werkgever is gevestigd. De oude Verordening wees hier het woonland aan.
Indien een werknemer gelijktijdig werkzaam is voor verschillende werkgevers in verschillende landen, is de sociale zekerheid van het woonland van toepassing. Er geldt dan geen kwantitatief criterium.
Detachering
Voor wat betreft de uitzondering op de hoofdregel: namelijk de detachering, geldt dat deze wordt verlengd van 12 maanden naar 24 maanden. Een werknemer, die sociaal verzekerd is in een lidstaat en door zijn werkgever wordt uitgezonden naar een andere lidstaat, kan via detachering verzekerd blijven in de oorspronkelijke lidstaat. Verlenging onder voorwaarden naar maximaal 5 jaar blijft mogelijk.
Transportsector
Belangrijke wijziging is het verdwijnen van de aanwijsregel voor de transportsector. Daarmee is de huidige zetelvestiging van de werkgever niet meer doorslaggevend en gaat de algemene aanwijsregel gelden. De werknemer die 25% of meer in zijn woonland werkt, valt dus onder het socialezekerheidsstelsel van het woonland. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het transport over de wet, door de lucht en voor de binnenvaart.
Overgangsrecht
De werknemer kan in principe nog 10 jaar onder het oude recht blijven vallen. Tot 3 maanden na 1 mei 2010 kan hij er ook voor kiezen alsnog met terugwerkende kracht onder de nieuwe Verordening te vallen. Vervolgens kan gedurende 10 jaar de werknemer bij gewijzigde of veranderde omstandigheden alsnog een keuze maken voor het nieuwe recht. Er geldt dan echter geen terugwerkende kracht. Werkgevers zullen dus met de verschillende wensen van werknemers te maken krijgen en daarmee rekening moeten houden.
Conclusie
De hoofdregel dat men verzekerd is in het land waar men werkt, blijft bestaan. Wordt echter ook in het woonland gewerkt dan moet dit onder de nieuwe regeling, minimaal 25% zijn. Wordt gewerkt in verschillende landen waaronder het woonland voor minder dan 25%, dan is men verzekerd in het land waar de werkgever gevestigd is. Bij detachering naar het buitenland kan de verzekering van het woonland van kracht blijven voor 24 maanden. Dat was 12 maanden. Verlenging tot 5 jaar blijft mogelijk. Ook voor de transportsector gaan deze regels gelden. Belangrijk is dat er een ruime overgangsperiode is van 10 jaar. Gedurende die 10 jaar blijft de oude regelgeving van kracht tenzij men ervoor kiest om de nieuwe regelgeving van toepassing te laten zijn.