Onder de titel ‘Zzp’ers in beeld’ bracht de SER eind 2010 een advies uit over de positie van zelfstandigen zonder personeel. De SER meent dat de private markt voldoende mogelijkheden biedt om de risico’s van arbeidsongeschiktheid te verzekeren en dat er geen noodzaak is hiervoor een wettelijke regeling te treffen. Intussen zijn er nog steeds (te) veel zzp’ers die zich niet hebben verzekerd, terwijl ze toch substantiële risico’s lopen. Een goed startpunt om hier nog eens dieper op in te gaan is het SER-advies.
‘Zzp’ers in beeld’. In dit unanieme advies gaat de SER in op de sociaaleconomische positie van zelfstandigen zonder personeel. De aanleiding voor de adviesaanvraag aan de SER was de constatering van het (vorige) kabinet dat sinds de opkomst van freelancers en later de zzp’ers ‘het grijze gebied’ tussen werknemer- en ondernemerschap groter is geworden. De centrale
vraag aan de SER was of het stelsel van arbeidsverhoudingen, fiscaliteit en sociale zekerheid hierop nog wel toegesneden is. Na een uitgebreide analyse komt de SER tot de conclusie dat er voorlas- nog geen aanleiding bestaat voor een fundamentele herziening van het stelsel van arbeidsverhoudingen, fiscale voorzieningen en sociale zekerheid. Wel pleit de SER voor
initiatieven gericht op vergroting van het risicobewustzijn van zzp’ers. Het kabinet-Rutte onderschrijft de conclusie van de SER en is van mening dat de private markt zzp’ers ruime mogelijkheden biedt tot de afdekking van arbeidsongeschiktheidsrisico’s. Voor het kabinet staat voorop dat een keuze voor het ondernemerschap een nadrukkelijke keuze is voor eigen verantwoordelijkheid, ook wat betreft het wel of niet verzekeren van risico’s.
OMVANG ZZP’ERS GROEIT
De SER definieert zzp’ers als IB-ondernemers zonder personeel. Volgens deze definitie waren er in 2007 675.700 zzp’ers. CBS-cijfers laten zien dat het aandeel zzp’ers in de werkende beroepsbevolking in de afgelopen vijftien jaar is gestegen van ruim 6 procent tot meer dan 8 procent. In vergelijking met andere landen behoort Nederland wat het aandeel zzp’ers betreft tot de middenmoot. Twee derde van de zzp’ers is man, zo blijkt uit de cijfers van het CBS. Zzp’ers zijn gemiddeld ouder dan werknemers; bijna de helft van de zzp’ers is ouder dan 45 jaar. Het overgrote deel van de zzp’ers is eerst werkzaam geweest in loondienst en voor een deel van de zzp’ers geldt dat zij het zzp-schap combineren met arbeid in dienstbetrekking. Qua opleidingsniveau zijn er grote verschillen. Verhoudingsgewijs zijn er onder zzp’ers meer hoogopgeleiden dan onder werknemers. Ook qua inkomen bestaan er grote verschillen tussen zzp’ers. Uit cijfers van de Belastingdienst blijkt dat voor meer dan 40 procent van de zzp’ers de winst uit onderneming hoogstens 10.000 euro per jaar bedraagt, ongeveer 30 procent van de zzp’ers een winstinkomen heeft dat gelijk of hoger is dan
modaal en 10 procent met de onderneming een inkomen realiseert gelijk of hoger dan tweemaal modaal. Een aanzienlijk deel van de zzp’ers (45 procent) heeft ook andere inkomsten, zoals loon of pensioen. Voor ongeveer twee derde van deze groep bedragen deze andere inkomsten meer dan 10.000 euro per jaar.
ARBEIDSONGESCHIKTHEID
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ongeveer de helft
van de zzp’ers zich verzekerd heeft tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid.
Als het gaat om de groep die zich niet verzekerd heeft gaat het in de meeste
gevallen om een bewuste keuze, bijvoorbeeld omdat sprake is van voldoende eigen vermogen, een partner
met inkomen, inkomen uit loondienst of juist onvoldoende inkomen om te
verzekeren. Toch blijft er nog steeds een groep over nog geen bewuste keuzes
heeft gemaakt. Als de zelfstandig ondernemer het arbeidsongeschiktheidsrisico wel wil afdekken, dan past
daarbij in de visie van zowel de SER als het kabinet, keuzevrijheid en maatwerk
ten aanzien van de wijze waarop het risico wordt afgedekt voor wat betreft de
hoogte van het verzekerd bedrag, de uitkeringsduur het arbeidsongeschiktheidscriterium
en andere relevantie factoren. De private sector biedt deze mogelijkheden in
ruime mate.
Na de afschaffing van de WAZ (Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen)
in 2004 is de markt voor particuliere aov’s gegroeid. In de markt van aov’s
voor zelfstandig ondernemers en dga’s ging in 2008 1,8 miljard premies om. In
2003 ging er nog 1,1 miljard premie om. Bovendien is de markt na de
afsluiting van de toegang tot de WAZ een grotere variëteit aan arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
gaan aanbieden. Naast de reguliere aov’s zijn er onder meer instapproducten op
de markt gekomen waarbij de looptijd en risicodefinitie beperkter zijn ten opzichte van
bestaande, meer uitgebreide dekkingen.
Naast het reguliere aanbod van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zijn er twee specifieke alternatieve regelingen: de vrijwillige voortzetting van de WIA-verzekering en de door verzekeraars in het leven geroepen vangnetregeling voor moeilijk verzekerbare zelfstandigen. Verder is er nog het algemene, publieke vangnet in de vorm van de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen evenals de Wet Werk en Bijstand.
VERBETERING VERZEKERINGSPOSITIE
Voorop staat de politiek gedragen conclusie dat zelfstandigen toegang hebben tot een breed assortiment verzekeringen die over het algemeen een betere prijs en/of aantrekkelijkere polisvoorwaarden bieden dan de WIA voor werknemers en dus ook de vrijwillige voortzetting van de WIA. Het blijft echter van belang dat ook de specifieke groepen zelfstandigen die zich moeilijker kunnen verzekeren, daartoe in staat zijn. Het gaat vooral om zelfstandigen met een gezondheidsprobleem, oudere zelfstandigen en zelfstandigen met een risicovol beroep.
Deze zelfstandigen kunnen te maken krijgen met een afwijzing
van de verzekeringsaanvraag, een opslag op de premie of een medische
uitsluiting. Zij kunnen naast de reguliere aov, waarvoor in veruit de meeste
gevallen wordt gekozen, een beroep doen op de vrijwillige WIA-verzekering en op de particuliere vangnetverzekering. Wat
die laatste mogelijkheid betreft heeft de SER de verzekeringssector gevraagd om
de aanmeldtermijn voor de private vangnetverzekering voor starters te verruimen
van drie naar vijftien maanden en de vangnetverzekering voor de derde maal open
te stellen voor ondernemers die op of na 1 februari 2009 (de einddatum van de
laatste openstelling) hun onderneming zijn begonnen.
De sector heeft daarop positief gereageerd en deze verruiming inmiddels toegepast. Wat de publieke mogelijkheden betreft heeft de SER voorgesteld om de aanmeldtermijn voor de vrijwillige WIA voor starters fors te verruimen en open te stellen voor startende ondernemers die niet voorafgaand aan het ondernemerschap werknemer zijn geweest. Het kabinet heeft deze voorstellen om budgettaire redenen helaas niet overgenomen. Dat geldt ook voor de voorstellen van de SER om het beroep op de IOAZ en Bpz/WWB te vergemakkelijken. Wel deelt het kabinet de mening van de SER dat het risicobewustzijn van zelfstandigen met betrekking tot arbeidsongeschiktheid vanaf de start van de onderneming versterkt zou moeten worden. Verzekeraars hebben deze ‘handschoen’ samen met andere partijen inmiddels opgepakt door in december 2010 de website www.verzekerenvoorzelfstandigen.nl online te zetten.
BEWUSTMAKINGSCAMPAGNE
Het is duidelijk dat zzp’ers in sociaaleconomisch opzicht
een belangrijke rol vervullen. Als ‘ondernemers’ ontberen ze de sociale bescherming van
werknemers, terwijl ze daar tegelijkertijd een duidelijke verwantschap mee vertonen.
Daarom is het belangrijk dat zzp’ers risico’s zoals de kans op arbeidsongeschiktheid,
op adequate wijze kunnen afdekken. Dat is ook de inzet van de verzekeringssector. Daarom zijn de
voorstellen van de SER ook volledig en voortvarend opgepakt en heeft de private
markt nog andere initiatieven genomen om de toegang en transparantie te
vergroten voor zzp’ers. Voorbeelden daarvan zijn de gedragscode ‘Geïnformeerde verlenging en verkorting van contractstermijnen’,
het ontwikkelen van eenduidige productwijzers en schadeprotocollen en het
transparanter maken van de medische beoordeling voor aov’s. Informatie
over deze activiteiten is inmiddels te vinden op de websites van de meeste
verzekeraars. Dat alles neemt niet weg dat er nog steeds ruimte is tot verbetering.
Nationale-Nederlanden is
van mening dat vergroting van het risicobewustzijn en het informeren en adviseren
van zzp’ers een continu proces is. Om die reden heeft NN vorig jaar in het
kader van de bewustmakingscampagne ‘mijn risico’ zzp’ers ‘geholpen’ hun
risico’s in beeld te brengen en zal dit binnenkort opnieuw doen waarbij speciale
aandacht zal worden besteed aan branchespecifieke kenmerken. In de komende
campagne zullen de bedrijfsmatige risico’s van zzp’ers centraal staan. Verder
is het van belang na te gaan of de reguliere aov-producten geen elementen
bevatten die de toegankelijkheid belemmeren voor specifieke groepen zzp’ers
zoals te krappe aanmeldleeftijden of eindleeftijden voor zware beroepen.
Al met
al zet de verzekeringssector vanuit de eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid volop
in op het belang van de zzp’er door vergroting van het risicobewustzijn en het
bieden van ruime mogelijkheden om deze risico’s op transparante en verantwoorde
wijze af te dekken. Het spreekt vanzelf dat in deze complexe materie de verzekeringsadviseur een cruciale
rol speelt.