Op woensdag 27 april heeft een Algemeen Overleg over de WIA plaatsgevonden. Terecht was er veel aandacht voor de kwetsbare positie van vangnetters ZW en de zogeten 35-minners. Wat betreft de WGA heeft staatssecrataris de Krom op verzoek van een deel van de Tweede Kamer toegezegd in 2012 onderzoek te laten uitvoeren naar de stabiliteit van de financiering van de hybride WGA en de TK daarover in de loop van 2013 in te lichten. Dit onderzoek is gericht op het kwantificeren van het 'silent killing effect'; ofwel het oplopen van de publieke WGA-premie als gevolg van een selectieve uitstroom van MKB-bedrijven zonder WGA-lasten of langdurig zieken. De uitstroom is selectief omdat door het systeem van omslagfinanciering bij het UWV bestaande of toekomstige 'WGA-lasten' zelf gedragen moeten worden, wat voor de meeste MKB-bedrijven te zwaar is. Het resultaat van het onderzoek zou alsnog aanleiding kunnen zijn om de WGA te stabiliseren door de hybriditeit in de financiering en uitvoering te beeindigen en de verantwoordelijkheid voor de WGA, in lijn en in combinatie met de verantwoordelijkheid voor de ZW, volledig in handen van werkgevers te leggen.
Dat betekent dat de beslissing over de toekomst van de WGA vooralsnog is uitgesteld tot 2013. Dit kan een de late kant kan zijn omdat na een eventuele beslissing om de hybriditeit te beedindigen er altijd nog een implementatietermijn is van naar schatting 2 jaar, zodat e.e.a. pas in 2015 gerealiseerd zal zijn. Op dat moment kan de WGA-premie voor MKB-bedrijven met WGA-lasten en langdurig zieken al behoorlijk zijn opgelopen. Dit risico is niet slechts denkbeeldig omdat nu al bekend is dat WGA-instroom veel sterker toeneemt dan verwacht hetgeen leidt tot een extra stijging van de WGA-premie. Nationale-Nederlanden zal hiervoor nog bij volgende gelegenheid aandacht voor vragen.
Onderstaand de actuele visie van Nationale-Nederlanden mbt het functioneren en de financering van de WGA, zoals dit kenbaar is gemaakt aan de TK in de aanloop naar het AO en waarin is gepleit voor het onafhankelijke onderzoek waartoe de staatssecretaris op een verzoek van een deel van de TK inderdaad heeft besloten.
Kernboodschap Nationale-Nederlanden mbt de uitvoering van de WGA
Anders dan het kabinet concludeert, functioneert een hybride uitgevoerde WGA minder dan een WGA waarbij de verantwoordelijkheid geheel bij werkgevers komt te liggen. De WGA is door zijn hybride karakter te weinig activerend en door dubbele uitvoeringskosten niet kostenefficiënt. Daarnaast is de hybride WGA instabiel omdat het eigen risicodrager leidt tot steeds hoger wordende publieke WGA-premies totdat de regeling onbetaalbaar wordt. Ecorys noemt dit mechanisme in de tussenevaluatie WGA: silent killing. Het ministerie van SZW gebruikt hierbij de term ‘kantelen van het systeem’ terwijl prof. dr. Ph. de Jong de WGA ‘inherent onevenwichtig noemt. Ten slotte noemde Ecorys de WGA in de tussenevaluatie WGA door zijn hybriditeit een ‘tussenoplossing’.
Wanneer het uitgangspunt is een activerende, kostenefficiënte en toekomstbestendige WGA, kan dit alleen worden bereikt door de verantwoordelijkheid voor de WGA (in het verlengde van de verantwoordelijkheid voor de ZW) in handen te leggen van werkgevers.
Kabinetsconclusie mbt de hybride WGA strookt niet met de werkelijkheid.
De conclusie van het kabinet dat het, gezien de WGA-instroomcijfers, niet uitmaakt of werkgevers publiek of privaat verzekert zijn, wordt in dagelijkse uitvoeringspraktijk niet herkend. De praktijk is dat WGA-eigen risicodragers een veel groter financieel belang hebben om (ondersteund door private uitvoerders) al in de eerste 2 jaar te proberen om (langdurig) zieke werknemers weer aan het werk te helpen dan niet eigen risicodragers. Het kabinet baseert zijn oordeel volledig op de conclusies van de tussenevaluatie WGA terwijl de evaluatie plaatsvond begin 2009 terwijl het eigen risicodragen WGA pas vanaf 2007 mogelijk is. Zoals ook Ecorys zelf liet weten kwam de evaluatie eigenlijk te vroeg. De belangrijkste nuancering van Ecorys is evenwel dat bij werkgevers die al langer eigen risicodrager zijn, namelijk de WGA/WAO-eigenricodragers significant lagere WGA-instroomcijfers laten zien. Dit is ook wat men kan verwachten van het veel grotere financiële re-integratiebelang van WGA eigen risicodrager in de eerste 2 ziektejaren.
Kansen op re-integratie blijven onbenut
De kerndoelstelling van de WGA is ‘werkhervatting van gedeeltelijk arbeidsgeschikten’. De hybriditeit van de WGA belemmert echter het realiseren van deze kerndoelstelling van de WGA. Dat vloeit voort uit de relatie tussen de hybride WGA en de geprivatiseerde ZW. Het meest activerend is immers de combinatie van private verantwoordelijkheid van werkgevers voor zowel de ZW als de WGA. Het financiële belang om tijdens de eerste 2 jaar (langdurig) zieke werknemers weer aan het arbeidsproces te laten deelnemen is dan maximaal. Bovendien kan re-integratie plaatsvinden als een integrale keten van maximaal 12 jaar. De WGA is niet activerend genoeg als de re-integratieverantwoordelijkheid na 2 jaar overgaat op het UWV. Op dat moment is immers sprake van een breuk in de integrale re-integratieketen. Het gevolg van deze breuk is dat het WGA-belang geen rol kan spelen tijdens de voor re-integratie cruciale eerste 2 jaar van uitval en dat het UWV geheel opnieuw moet beginnen met re-integratie. Overigens heeft het UWV geen financieel maar ‘slechts’ een wettelijk re-integratiebelang.
De hybride WGA is onnodig duur
De bedoeling van de WGA was onder meer dat publieke uitvoerder en private uitvoerders ‘elkaar scherp zouden houden’ door via concurrentie geprikkeld te worden tot een kostenefficiënte uitvoering. De praktijk is een geheel andere. Er is geen sprake van concurrentie tussen publieke uitvoerder en private uitvoerders omdat het level playing field ontbreekt. Dit komt door de fundamenteel verschillende financieringsstelsels. Het UWV hanteert een systeem van omslagfinanciering terwijl private uitvoerders het systeem van rentedekking hanteren. Het kenmerkende verschil tussen beide systemen is dat bij rentedekking toekomstige uitkeringslasten zijn afgefinancierd en bij omslagfinanciering niet. Dat betekent marktwerking binnen de private markt maar niet tussen het publieke domein en de private markt omdat werkgevers met WGA-lasten meestal niet kunnen uittreden omdat op dat moment ‘afgerekend’ moet worden met het UWV. Terwijl verzekeraars door onderlinge concurrentie gedwongen worden tot kostenefficiënte uitvoering heeft het UWV deze prikkel niet. Sterker nog; in de praktijk is zelfs sprake van dubbele uitvoeringskosten omdat het UWV ook voor eigen risicodragers tal van taken blijft uitvoeren.
MKB-bedrijven raken financieel in de knel
De hybriditeit van de uitvoering en het ontbreken van een level playing field als gevolg van fundamenteel verschillende financieringssystemen, maakt de WGA instabiel, ofwel ‘inherent onevenwichtig’. Bedoeld is het mechanisme dat alleen ‘schone’ MKB-bedrijven eigen risicodrager kunnen worden waardoor een concentratie van WGA-lasten ontstaat binnen het publieke bestel. Dit leidt onmiddellijk tot hogere WGA-premies waardoor het voor ‘schone’ werkgevers nog aantrekkelijk wordt om eigen risicodrager te worden. Door dit mechanisme loopt de publieke WGA-premie steeds verder op totdat een kritische grens wordt bereikt. Op dat moment ‘kantelt’ in de woorden van het ministerie van SZW de WGA en dreigt onbetaalbaar te worden. Dat geldt vooral voor MKB-bedrijven met WGA-lasten die gedwongen worden in het publieke bestel te blijven. Nationale-Nederlanden heeft het tot zijn verantwoordelijkheid gerekend om het silent killing effect te laten kwantificeren. Op verzoek van Nationale-Nederlanden heeft PwC in dat verband berekend, dat er realistische scenario's zijn waarbij de WGA-premie voor MKB-bedrijven die ingegane schades hebben na kanteling van het hybride systeem, kan oplopen tot boven de 4,5-5% van de loonsom.
Voorstel voor onafhankelijke onderzoek naar 'silent killing'
Omdat veel partijen het silent killing effect benoemen, maar geen consensus bestaat over het tempo, omvang en de effecten daarvan, geven wij in overweging om het silent killing effect door een onafhankelijke expertcommissie te laten onderzoeken.
Eindconclusie
Dit laat onverlet dat wij van mening zijn dat wanneer het uitgangspunt is een activerende, kostenefficiënte en toekomstbestendige WGA, dit alleen kan worden bereikt door de verantwoordelijkheid voor de WGA (in het verlengde van de verantwoordelijkheid voor de ZW) in handen te leggen van werkgevers.