Miljoenennota en MEV 2012
De situatie zoals traditioneel beschouwd op Prinsjesdag staat dit jaar meer dan ooit in het teken van mondiale en Europese ontwikkelingen. Het is bijna onnodig om te wijzen op de ontwikkelingen in Griekenland die een exponent zijn van het Europese probleem van landen die al jaren hun begroting niet op orde hebben en nu dreigen te bezwijken onder een te hoge schuldenlast. Naast de vraag hoe om te gaan met het Griekse schuldenprobleem en wat de financiële consequenties zijn voor Nederland als Griekenland het financieel niet gaat redden is het nog meer de vraag of landen als Portugal, Spanje, Italie en Ierland het zullen redden zonder europese steun.
Het probleem van landen met een te hoge schuldenlast is geen Europees maar een veel groter mondiaal probleem. Veel meer rijke economieen hebben daarmee te maken. Niet in de laatste plaats de VS.
Tegelijk met de sterke groei in opkomende economieën ondervinden de rijke landen de nodige problemen. Diverse Europese landen, de Verenigde Staten en Japan hebben de afgelopen jaren omvangrijke publieke en private schulden opgebouwd. Deze hoge schulden vormen momenteel een belangrijk risico bij het herstel van de wereldeconomie.(Miljoenennota 2012)
De noodzaak om een te hoge schuldenlast af te bouwen en dus ombuigingen door te voeren, betekent tevens een rem op de economische groei. Een exportland als Nederland heeft daar relatief veel last van.
De wereldeconomie is sinds het begin van dit jaar duidelijk aan het vertragen en de voorlopende indicatoren lijken op de zomer: verre van zonnig. Als gevolg hiervan vertraagt de Nederlandse bbp-groei naar 1½% in 2011 en 1% in 2012. Door de voorgenomen bezuinigingen verbetert het begrotingstekort tot 2,9% in 2012. (MEV 2012)
In veel landen zal het afbouwen van de hoge (overheids)schulden worden bemoeilijkt door de vergrijzing. Door de vergrijzing dreigt de arbeidsproductiviteit af te nemen en zullen de kosten van collectieve voorzieningen stijgen terwijl door een afnemende beroepsbevolking het financiële draagvlak kleiner wordt. Het is dan ook niet voor niets dat dit kabinet, in navolging van vorige kabinetten, maximaal inzet op verhoging van de arbeidsparticipatie.
Verhoging van de arbeidsparticipatie is ook een centraal thema voor de verzekeringsbranche. Verzekeraars zijn zich steeds meer bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om hieraan een bijdrage te leveren.
Om terug te keren naar de ‘eurocrisis’. Naast het gevaar van financiële instabiliteit leidt dit uiteindelijk tot een afname van het consumentenvertrouwen en daarom tot een extra belemmering voor economische groei.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. De volatiliteit van de financiële markten in de afgelopen periode illustreert dit. Beleggers zoeken een veilige haven, consumenten houden vaker hun hand op de knip voor grote uitgaven en bedrijven stellen investeringen uit. (MEV 2012)
Begroting SZW
SZW neemt tal van maatregelen om de uitgaven te beperken dan wel de sociale zekerheidsregelingen te activeren.
In 2012 betekent dit onder meer bezuinigingen op kinderopvang en re-integratie. Op de lange termijn dragen de verhoging van de pensioenleeftijd en de Wet Werken naar Vermogen, het meeste bij aan het op orde brengen van de overheidsfinanciën.
In 2012 worden maatregelen in gang gezet om de omvang van zowel het kerndepartement als de uitvoeringsorganisaties SVB en UWV te verkleinen èn hen efficiënter te laten werken. De aanpak van fraude wordt versterkt.
De beroepsbevolking krimpt, daarom moet iedereen die kan werken zo lang mogelijk meedoen op de arbeidsmarkt. Dat maakt extra investeringen in scholing en vitaliteit van werknemers nodig.
Kernpunten voor de private sociale zekerheid
Uit de begrotings SZW wordt tevens duidelijk dat aanvullende maatregelen zullen worden genomen om de uitgaven verzuim en arbeidsongeschiktheid te beheersen.
Het kabinet blijft de ontwikkelingen op het terrein van de arbeidsongeschiktheid echter op de voet volgen. Nog steeds komen er elk jaar minder mensen nieuw in de WIA dan bij de invoering werd verwacht, maar sinds 2006 stijgt het aantal nieuwe arbeidsongeschikten wel en met name in 2009 en 2010 is die stijging aanzienlijk en groter dan verwacht. Die instroom komt vooral van mensen vanuit de Ziektewet. Deze zogenoemde vangnetters – in het bijzonder zieke uitzendkrachten, werknemers met een tijdelijk contract dat afloopt tijdens de ziekte en zieke werklozen – hebben als ze ziek zijn geen werkgever meer. De hervormingen van het afgelopen decennium waren juist gericht op werkgevers en zijn daarom voor deze groep slechts gedeeltelijk effectief geweest. Het kabinet wil daarom juist het langdurig ziekteverzuim en de WIA-instroom van vangnetters terugdringen. Eind 2011 bereikt de Tweede Kamer hiertoe een wetsvoorstel. De kern daarvan is: meer prikkels voor uitkeringsgerechtigden én werkgevers om weer te werken. Zo zal na één jaar ziekte alle passende arbeid geaccepteerd moeten worden. Werkgevers op hun beurt krijgen financiële prikkels om hen te stimuleren arbeidsongeschiktheid van vangnetters te voorkomen. (Begroting SZW 2012)
Het wetsvoorstel in het kader van de 'Modernisering van de ZW', zal zoals aangegeven eind 2011 naar de TK worden gezonden. Eerder dit jaar is tijdens een zogeheten 'rondetafelbijeenkomst' in de TK al aangekondigd dat daarbij tevens zal worden gekeken naar de financiering van de WGA. Inmiddels is al besloten tot verhoging van de minimumpremie WGA voor grote werkgevers 2012.
Een ander belangrijk punt uit de begroting SZW is het voornemen om de AOW-leeftijd te verhogen tot 66 jaar om op deze manier langer doorwerken te stimuleren.
Het kabinet verhoogt om te beginnen in 2020 de pensioenleeftijd naar 66 jaar. Daarnaast worden de fiscale faciliteiten voor het opbouwen van anvullend pensioen beperkt en wordt het stelsel van aanvullend. Pensioenen toekomstbestendiger gemaakt. Ook werkgevers en vakbonden zijn bereid om de benodigde aanpassingen mede vorm te geven en te realiseren. Kabinet, werkgevers en bonden hebben op 10 juni 2011 in het pensioenakkoord afspraken gemaakt over de toekomst van het pensioenstelsel en de noodzakelijke aanpassingen. De afspraken in het pensioenakkoord, die de houdbaarheid van de overheidsfinanciën verbeteren met circa € 4 miljard, ofwel 0,7% van het bruto binnenlands product, zijn ook in lijn met de landenspecifieke aanbevelingen van de Europese Commissie op grond van de Nationale Hervormingsprogramma’s. (Begroting SZW 2012)
Zoals gisteren bekend is geworden, is de FNV akkoord gegaan met het zogeheten Pensioenakkoord. Het akkoord voorziet onder meer in een financiele compensatie voor degenen die straks eerder met pensioen willen gaan dan 66 of 67 jaar. Knelpunt is de vrijheid van pensioenfondsen om in 'goede tijden' rekening te houden met hogere beleggingsopbrengsten waardoor een te rooskleurig beeld kan ontstaan van het vermogen om te voldoen aan toekomstige verplichtingen.
Voor Inkomensverzekeringen betekent een verschuiving van de AOW-leeftijd en het meeschuiven van de eindleeftijd in de werknemersverzekeringen dat vraag zal ontstaan naar verzekeringen die doorlopen tot leeftijd 66 jaar en later tot 67 jaar. Een punt van aandacht en zorg is dat de wetgever een probleem veroorzaakt voor degenen die op dit moment al een lopende aanvullende uitkering hebben. Dit zijn rechten uit verzekeringscontracten die gebaseerd zijn op een uitkering tot 65 jaar en die bedoeld waren om aan te sluiten op een AOW-uitkering die zou ingaan op 65-jarige leeftijd. Als de AOW-leeftijd opschuift ontstaat daarmee voor degenen met een lopende arbeidsongeschiktheidsuitkering een inkomensgat van 1 of 2 jaar.
Slot
Het is deze dagen veel gezegd en geschreven dat de situatie op Prinsjesdag 2011 somber is een aanleiding geeft tot een gevoel van onzekerheid. Tegen deze achtergrond is gisteren het Pensioenakkoord definitief tot stand gekomen en heeft de FNV een looneis voor 2012 van 2.5% neergelegd.
De wereldwijde schuldencrisis leidt tot extra ombuigingen en heeft samen met de vergrijzing in de traditioneel sterkere landen een remmende invloed op de economische groei. In Nederland is dit duidelijk merkbaar aan een verwachte economisiche groei van slechts 1%, tegenvallende koopkrachtplaatjes en een nog grotere inzet van het kabinet op arbeidsparticipatie om daarmee de kosten van vergrijzing op de vangen. Het Pensioenakkoord is daarvan een exponent. Ook in de sociale zekerheid wordt ingezet op arbeidsparticipatie getuige de Wet Werken naar Vermogen, het aanstaande wetsvoorstel 'Modernisering van de ZW' en de aanpassing van andere sociale regelingen.
Als het gaat om arbeidsparticipatie spelen verzekeraars als private uitvoerder van sociale zekerheidsregelingen als de ZW en de WGA, een steeds belangrijkere rol. Verzekeraars zijn steeds actiever in het begeleiden van werkgevers bij preventie en re-integratie van werknemers. Het succes van de geprivatiseerde ZW en de Wet verbetering Poortwachter mag dan ook gedeeltelijk op het conto van de private sector worden geschreven. Er is een duidelijke tendens dat steeds meer werkgevers de eerste 2 jaar van ziekte en de daaropvolgende 10 WGA-jaren bij één private partij verzekeren. Op deze manier ontstaat een 12-jaars keten van ziekte en arbeidsongeschiktheid waarin alle partijen een maximaal financieel belang hebben om uitval van werknemers te voorkomen dan wel te beperken en op deze manier een bijdrage te leveren aan arbeidsparticipatie. Verzekeraars zien dit als hun maatschappelijke verantwoordlijkheid omdat het verzekeren van sociale regelingen ook een sociale verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Uiteindelijk zijn het werkgevers en vooral werknemers die via maximale arbeidsdeelname daarvan het meest profiteren. Dat dit uiteindelijk ook een bijdrage levert aan het financierbaar houden van sociale voorzieningen is een meer dan welkome bijkomstigheid.