In principe is de vennootschap aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. Toch kan het gebeuren dat een bestuurder naast (of in plaats van) de vennootschap aansprakelijk wordt gesteld. Zo'n persoonlijke aansprakelijkstelling zal te maken hebben met het niet behoorlijk vervullen van de taak als bestuurder.
In Artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van bestuurders vastgelegd. Het verplicht de bestuurders tot het voeren van ‘behoorlijk bestuur' over de rechtspersoon.
Persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder is een ingewikkelde vorm van aansprakelijkheid.. Het komt daarom niet al te vaak voor dat een bestuurder aansprakelijk kan worden geacht. In de Nederlandse rechtspraak zijn al veel uitspraken gedaan waarin werd beoordeeld onder welke omstandigheden een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan zijn.
Hoge Raad
In de uitspraken van De Hoge Raad over de omstandigheden waaronder een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, is een duidelijke lijn. Hierbij gaat het steeds om de vraag of de bestuurder heeft toegestaan dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt. Als dit het geval is, kan hem onbehoorlijk bestuur worden verweten. Uiteraard moet dit per geval worden bekeken, of zoals dat zo mooi heet in de rechtspraak: “dat hangt van de concrete omstandigheden van het geval af.”
Voorzienbaarheidscriterium
De Hoge Raad neemt bij de beoordeling van persoonlijke
aansprakelijkheid van een bestuurder het voorzienbaarheidscriterium als
uitgangspunt. Dit criterium houdt in dat de vraag moet worden beantwoord of de
bestuurder wist of had behoren te weten dat de door hem gecreëerde of
toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat de
vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen. Verder is van belang dat de
vennootschap ook niet kredietwaardig genoeg is om de voor de als gevolg daarvan
optredende schade te vergoeden. Dat is
lastig te bewijzen, want hoe toon je aan dat de bestuurder dit wist of had behoren
te weten? Vaak zijn daar geen aantoonbare (schriftelijke) bewijzen van en is
het uit tweede of derde hand vernomen.
Faillissement
Ook al is persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder lastig te
bewijzen, het is voor een bestuurder
uitermate belangrijk om goed op te passen. Bijvoorbeeld wanneer de financiële
situatie van de vennootschap er niet goed voorstaat, maar er toch betalingen
aan crediteuren moeten worden verricht. Ook indien sprake is van een
faillissement kan de bestuurder van een vennootschap door een curator
aansprakelijk worden gesteld. De curator moet dan wel aantonen dat de
bestuurder de vennootschap onbehoorlijk heeft bestuurd in de drie jaren
voorafgaand aan het faillissement. Ook moet worden aangetoond dat het
onbehoorlijk besturen een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Wederom
een moeilijk te bewijzen.
Aansprakelijkheid tegenover de
boedel
De Hoge Raad heeft in een ander arrest naar voren gebracht dat de
aansprakelijkheid van bestuurders voor een faillissement geen aansprakelijkheid
tegenover de vennootschap is, maar een aansprakelijkheid tegenover de boedel.
Dit houdt in dat de aansprakelijkheid tegen de gezamenlijke crediteuren van de
gefailleerde vennootschap geldt.
Schriftelijk vastleggen
Om de bestuurdersaansprakelijkheid ver buiten de deur te houden, adviseer ik bestuurders om alles wat ze doen voor de vennootschap, schriftelijk vast te leggen. Want als je als bestuurder aan kunt tonen dat je er alles aan hebt gedaan om de vennootschap te redden, of het goed voor hebt met de vennootschap, moet de andere partij van zeer goede huize komen om bestuurdersaansprakelijkheid aan te tonen.