Bij invoering van de Zorgverzekeringswet is geen sprake geweest van een ongunstiger behandeling van burgers met een Nederlands pensioen die in een ander EU-land wonen ten opzichte van burgers die in Nederland wonen. Dit valt op te maken uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 13 december 2012 in het hoger beroep dat door een aantal pensionado’s was ingesteld. Deze uitspraak is een belangrijke bevestiging van de rechtmatigheid van de door Nederland opgelegde pensionadoheffing.
Algemeen
Pensionado’s zijn begunstigden die in het buitenland wonen en vanuit Nederland een pensioen en/of –lijfrenteuitkering ontvangen waarop een (Nederlandse) Zvw-bijdrage wordt ingehouden. Nationale-Nederlanden verricht deze uitkeringen in de sfeer van levensverzekeringen en inkomensverzekeringen.
Uitspraak Europees Hof
Het is met name de rechtmatigheid van de inhoudingvan de Zvw-bijdrage die in talloze procedures door pensionado’s ter discussie is gesteld.Nadat het Europees Hof van Justitie op 14 oktober 2010 op prejudiciële vragen van de CRvB had geantwoord dat de Nederlandse pensionadoregeling in overeenstemming is met EG-recht moest de CRvB van dit Hof nog onderzoeken of de invoering van de pensionadoheffing(op 1 januari 2006) leidde tot een ongerechtvaardigd verschil in behandeling door de Nederlandse regering van ingezetenen en niet-ingezetenen waardoor het vrije verkeer van EU-burgers zou zijn beperkt.
Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De CRvB heeft nu geoordeeld dat van dit laatste geen sprake is omdat Nederland niet de vooropgezette bedoeling had om niet ingezetenen (de buitenlands begunstigden) slechter te behandelen.
Gevolg uitspraak CRvB
De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 december 2011 heeft tot gevolg dat de pensionadoregeling en de hiermee verband houdende inhouding op pensioen- en lijfrentuitkeringen niet (langer) ter discussie staat.
Tot slot
Wel moet de vraag nog worden beantwoord of zorgverzekeraars bij de invoering van de Zvw in 2006 in individuele gevallen in strijd hebben gehandeld met deze wet. De CRvB vindt dat laatste een zaak van de burgerlijke rechter.
Mr. P.J. Kwekel