Op 26 september 2008 hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië (het Verenigd Koninkrijk) een nieuw belastingverdrag tot het vermijden van dubbele belasting ondertekend.
Dit verdrag zal eerst na het doorlopen van de in beide landen gebruikelijke parlementaire goedkeuringsprocedure in werking kunnen treden. Anders dan de titel van het verdrag suggereert is in een aantal gevallen dat een (sociaal zekerheids)pensioen wordt uitgekeerd op grond van het nieuwe verdrag – in tegenstelling tot het huidige verdrag - wel degelijk sprake van dubbele belastingheffing.
Aanleiding verdrag
Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn van oudsher belangrijke handelspartners van elkaar.
De handelsrelatie tussen beide verdragspartners is dynamisch: dus voortdurend aan verandering onderhevig. Dit proces vindt mede plaats onder invloed van Europese ontwikkelingen.
Als onderdeel hiervan nemen de grensoverschrijdende investeringen door het bedrijfsleven in de 21-ste eeuw steeds verder toe, maar ook de mobiliteit van werknemers die hier een logische reactie op is.
Een tweede reden voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk om een nieuw belastingverdrag met elkaar te sluiten is dat ook op het gebied van fiscale wetgeving en niet-fiscale wetgeving de ontwikkelingen na 7 november 1980 niet stil hebben gestaan. Het voorgaande was voor beiden vanaf 2001 een passende aanleiding om een nieuw belastingverdrag met elkaar te sluiten in plaats van het bestaande verdrag - evenals in 1983 en 1989 is gebeurd - aan te vullen met Protocollen.
Uitgangspunten verdrag
Het verdrag van 26 september 2008 dat van toepassing is op de toekomstige fiscale verdragsrelatie tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- In verband met de belastingheffing over pensioenen, lijfrenten en sociale zekerheidspensioenen is naast onbeperkte woonstaatheffing boven een maximum jaarbedrag een beperkte bronstaatheffing opgenomen.
Dit uitgangspunt is mede ingegeven door het huidig verdragsbeleid van Nederland om een zogenoemde onevenwichtige belastingheffing tussen de verdragspartners te voorkomen indien de uitkeringen een bepaald jaarmaximum overtreffen (en in het verlengde daarvan de fiscale claim van Nederland in verband met door haar verleende fiscale tegemoetkomingen te versterken). Het jaarmaximum is in het komend verdrag vastgesteld op € 25.000,- en is daarmee identiek aan het in het verdrag met België toegepaste jaarmaximum
Voor een juiste verdragsinterpretatie is essentieel dat indien de in artikel 17 van het verdrag genoemde uitkeringen onder het jaarmaximum blijven uitsluitend de hoofdregel van exclusieve woonstaatheffing geldt. Bij de introductie van de beperkte bronstaatheffing in het verdrag van 26 september 2008 is sprake van reguliere toepassing van huidig Nederlands verdragsbeleid. Verdragsbeleid dat het afgelopen decennium succesvol is verankerd in de door Nederland gesloten verdragen met Albanië, België, Georgië, Ghana, Koeweit, Polen en Portugal. Ook in deze verdragen is steeds sprake van een beperkte bronstaatheffing over particuliere pensioenen, lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen/- pensioenen. Al de op dit verdragsbeleid geënte verdragen hebben uit de aard der zaak met elkaar gemeen dat particuliere pensioenen, lijfrenten en uitkeringen als gevolg van de sociale zekerheid niet langer worden gespreid over meerdere verdragsbepalingen, maar zijn geïntegreerd in één verdragsbepaling.
- In het verdrag van 26 september 2008 wordt geen verschil (meer) gemaakt tussen particuliere en overheidspensioenen·
- Het verdrag voorziet in een specifieke overgangsregeling in verband met overheidspensioenen Dit is verklaarbaar nu de bronstaatheffing van het verdrag van 7 november 1980 in het verdrag van 26 september 2008 niet terugkeert. In het verdrag van 26 september 2008 is overeengekomen dat belastingplichtigen met een overheidspensioen na het in werking treden van dit verdrag kunnen opteren voor voortzetting van bronstaatheffing op grond van artikel 19 van het verdrag van 7 november 1980
- Anders dan in het thans geldend verdrag is in het komend verdrag een specifieke bepaling gewijd aan pensioenuitkeringen op basis van een sociaal zekerheidsstelsel.
- Het verdrag voorziet in een bepaling voor non-discriminatoire aftrek in de werkstaat van pensioenpremies bij voortzetting van de pensioenregeling van de woonstaat.
- Er geldt een bijzondere regeling voor oorlogs- en daarmee vergelijkbare invaliditeitspensioenen uit het Verenigd Koninkrijk[1]
In het verdrag van 26 september 2008 zijn Nederland en het Verenigd Koninkrijk in verband met pensioenen, soortgelijke beloningen, lijfrenten en ieder pensioen krachtens de sociale zekerheid de volgende heffingssystematiek overeengekomen.
Heffing over pensioenen,soortgelijke beloningen,lijfrenten en sociale zekerheidspensioenen
Op grond van artikel 17 van het verdrag worden pensioenen[2], andere soortgelijke beloningen, lijfrenten en ieder pensioen krachtens een sociaal zekerheidsstelsel als hoofdregel door de woonstaat belast.
Op de hoofdregel van woonstaatheffing wordt in het kader van het voorkomen van een onevenwichtige heffing(zie hiervoor) een belangrijke uitzondering gemaakt.
Naast woonstaatheffing geldt ook (een beperkte: zie hierna) bronstaatheffing voor de zojuist besproken inkomsten, mits cumulatief aan de drie volgende voorwaarden wordt voldaan:
(1) de aanspraak op het pensioen of andere soortgelijke beloning en/of lijfrente en/of sociale zekerheidsuitkering is (was) in de bronstaat vrijgesteld van belasting of de met het pensioen of andere soortgelijke beloning en/of lijfrente en/of sociale zekerheidsuitkering samenhangende bijdragen aan de pensioenregeling of de verzekeringsmaatschappij zijn in de bronstaat in aanmerking gekomen voor een fiscale tegemoetkoming;
(2) indien en voor zover het pensioen, soortgelijke beloning, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering door de woonstaat niet worden belast tegen het algemeen voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid geldende tarief of deze inkomsten voor minder dan 90% in de belastingheffing van de woonstaat worden betrokken;
(3) indien het totale bedrag van de pensioenen, andere soortgelijke beloningen, lijfrenten en sociaal zekerheidspensioen in een kalenderjaar een bedrag van € 25.000,- overschrijden.
In het derde lid van artikel 17 van het verdrag is de toewijzing van de heffingsbevoegdheid vastgelegd in verband met pensioenen, soortgelijke beloningen, lijfrenten en sociaal zekerheidspensioen, voor zover deze inkomsten een niet-periodiek karakter hebben. Indien de uitbetaling van dergelijke inkomsten plaatsvindt voor de einddatum mag de bronstaat belasting heffen.
Hierop wordt een uitzondering gemaakt indien de afkoopsom wordt betaald op of rond het tijdstip van aanvang van een periodiek pensioen.
Uit artikel X van het bij het verdrag behorende Protocol blijkt dat indien een afkoopsom in verband met bovengenoemde inkomsten wordt betaald aan een inwoner van Nederland, het afkoopbedrag in aanmerking moet worden genomen bij het verlenen van inkomensafhankelijke regelingen geldend in Nederland. En wel in het kalenderjaar dat het afkoopbedrag wordt ontvangen.
In het vierde lid van artikel 17 van het verdrag wordt ingegaan op de overdracht van een fiscaal gefacilieerd pensioen en/of soortgelijke beloning en/of lijfrente en/of sociaal zekerheidspensioen aan een uitvoerder gevestigd op het grondgebied van de andere verdragspartner. Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn ten aanzien van dit specifieke onderdeel van het verdrag met elkaar overeengekomen dat een dergelijke
overdracht op geen enkele wijze het heffingsrecht van een verdragspartner aantast. Met deze bepaling wordt een fiscaal oneigenlijke overdracht voorkomen. Een specifieke overdrachtspaling maakt vast onderdeel uit van het afgelopen decennium door Nederland gesloten verdragen met Albanië, Azerbeidzjan, Barbados, Bermuda, Georgië, Ghana, Indonesië,Koeweit, Mongolië, Oezbekistan, Portugal en Saudi- Arabië
In het vijfde lid van artikel 17 van het verdrag is de tussen de verdragspartners overeengekomen procedure in verband met de praktische waarborging van de in het tweede lid van artikel 17 vastgelegde (beperkte) bronstaatheffing.
Het doorlopen van deze procedure geschiedt steeds zoveel mogelijk op basis van onderlinge overeenstemming tussen de fiscale autoriteiten van Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
Het zesde en zevende lid van artikel 17 voorzien in een non-discriminatoire aftrek in de werkstaat voor pensioenpremies die natuurlijke personen betalen bij een voortgezette deelname aan een fiscaal aanvaardbare pensioenregeling in de andere verdragsstaat. Daarbij geldt dat de werkstaat alleen een aftrek van pensioenpremies hoeft te verlenen voor zover deze aftrek niet al in de oorspronkelijke woonstaat is verleend
De in het verdrag van 26 september 2008 gekozen benadering ten aanzien pensioenpremies is conform het huidig Nederlands verdragsbeleid. Een beleid dat eerder,zij het dan redactioneel iets anders geformuleerd, al concreet is toegepast in de belastingverdragen met Albanië, Ghana en last but not least de Verenigde Staten.
Ter verduidelijking is in het achtste lid van artikel 17 vastgelegd wat voor de toepassing van het zesde en zevende lid in verdragstechnische zin wordt verstaan onder pensioenregeling(en).
In artikel IX van het bij het verdrag van 26 september 2008 behorend Protocol is op verzoek van het Verenigd Koninkrijk een specifieke regeling getroffen ten behoeve van oorlogs- en daarmee verband houdende invaliditeitspensioenen uit het Verenigd Koninkrijk. Dergelijke pensioenen die onder het huidig verdrag als overheidspensioen worden belast zouden onder het komend verdrag met woonstaatheffing worden getroffen. Dergelijke pensioenen worden in het Verenigd Koninkrijk niet belast.
Om te voorkomen dat deze pensioenen wel in Nederland worden belast heeft het Verenigd Koninkrijk Nederland een algemene vrijstelling voorgesteld die is geëffectueerd in artikel IX van het Protocol.
Conclusie
Het komende verdrag met het Verenigd Koninkrijk is ten aanzien van (sociale zekerheids)pensioen uitkeringen een getrouwe weergave van het fiscaal verdragsbeleid, zoals dit Nederland anno 2009 voor ogen staat. Een beleid dat het afgelopen decennium ook als zodanig en met succes bij een groot aantal verdragsonderhandelingen is toegepast. Inherent aan dit beleid is dat onder voorwaarden en bij een bepaald jaarmaximum dubbele belastingheffing kan optreden
In hoeverre ons parlement nog aan dit onderhandelingsresultaat zal kunnen en willen tornen zal tijdens de parlementaire goedkeuringsprocedure waaraan het verdrag van 26 september 2008 is onderworpen moeten blijken.
Afwachten dus.
[1]
Zie artikel IX van het Protocol van het verdrag van 26 september 2008.[2]
Uit het nieuwsbericht van het ministerie van Financiën in verband met de ondertekening van het verdrag van 28 september 2008 wordt vermeld dat het verdrag niet het traditioneel onderscheid tussen particulier- en overheidspensioen kent.