Weten waar je aan toe bent
21 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • 65+
  • Pensioen
4stars

Nieuw fiscaal beleid deeltijdpensioen

Peter Kwekel

Tot 7 september 2011 moest een werknemer die zijn pensioen eerder liet ingaan zijn betaalde werkzaamheden in gelijke mate verminderen.

Gaf een betrokkene aan het laatste geen gevolg dan liep hij/zij de kwade kans te worden geconfronteerd met het intreden van het fiscaal afbreukrisico. Een fiscaal afbreukrisico in de vorm van een stevig fiscaal prijskaartje: belastingheffing over de economische waarde van de pensioenaanspraak (op de vervroegde ingangsdatum). Vanzelfsprekend was deze belastbaarheid niet zonder reden, maar het fiscale resultaat van een door de Belastingdienst ingenomen standpunt.

 

Reden belastingheffing

De Belastingdienst stelde zich ten aanzien van de belastbaarheid van de pensioenaanspraak op het standpunt dat bij ouderdomspensioen sprake moet zijn van een ‘inkomensvoorziening’.

Dit begrip wordt door haar gebezigd om duidelijk te maken dat de fiscale tegemoetkoming waarbij de aanspraken op ouderdomspensioen worden vrijgesteld er principieel op is gericht om verlies van arbeidsinkomsten op te vangen. 

Conclusie: als een werknemer zijn pensioen vervroegd laat ingaan zonder dat hij er in gelijke mate in arbeidsinkomsten op achteruitgaat, voldoet de fiscale tegemoetkoming niet meer aan die doelstelling en wordt de gehele pensioenaanspraak op de vervroegde ingangsdatum belast[1]

 

Nieuw beleid

Gezien het voorgaande behoeft het geen betoog dat toepassing van het tot voor kort bestaand beleid op het gebied van het eerder in laten gaan van het pensioen gevolgd door het in gelijke mate verminderen van de (betaalde) werkzaamheden voor een betrokkene in financieel opzicht bezwaarlijk is.

Een ander belangrijk bezwaar tegen toepassing van dit beleid is dat het belemmerend is voor een groot aantal situaties dat het pensioen wordt vervroegd en de (betaalde) werkzaamheden niet in gelijke mate worden verminderd. Met andere woorden: dat langer wordt doorgewerkt.

En zoals bekend: langer doorwerken is één van de voornaamste speerpunten van het huidig overheidsbeleid.

Het besluit van 30 augustus 2011, nr. BKLB2011/1231 M[2] maakt deels een einde aan bestaande belemmeringen voor pensioenvervroeging en in gelijke mate arbeidsinkomsten verminderen door de formulering van nieuw fiscaal beleid. Een nieuw beleid dat volgens dit besluit vanaf 7 september 2011 van toepassing is.

Een beleid dat zoals het besluit zelf al aangeeft wordt ingegeven door (veranderde) maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Maatschappelijke ontwikkelingen

Ook staatssecretaris van Financiën (Weekers) constateert in het besluit dat het beleid van pensioenvervroeging en gelijke mate vermindering van de werkzaamheden belemmerend blijkt te werken.

In dit verband noemt de bewindsman de flexibele invulling van situaties van samenloop van samenloop van (gedeeltelijk) vervroeg uittreden in combinatie met:

(1) werken in deeltijd;

(2) demotie.

Daar komt volgens de staatssecretaris nog bij dat de tot 1 januari 2006 opgebouwde rechten op prepensioen, vroegpensioen en overbruggingspensioen bij invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling niet in alle gevallen zijn omgezet in (een hoger) ouderdomspensioen vanaf 65-jarige leeftijd.

In een aantal situaties zijn de tot 1 januari 2006 opgebouwde rechten op prepensioen, vroegpensioen en overbruggingspensioen gewoon intact gebleven en kan na de bij deze regelingen behorende reglementaire (pre)pensioendatum gewoon worden doorgewerkt. De werkzaamheden hoeven in dergelijke situaties dus niet in gelijke mate te worden verminderd.

De staatssecretaris trekt daaruit de (terechte) conclusie dat het tot 7 september 2011 geldende beleid kon leiden tot ongelijke behandeling in materieel gelijke gevallen.

Tegen deze achtergrond houdt het vanaf 7 september 2011 geldende (nieuwe) fiscale beleid in dat bij een vervroeging tot de 60-jarige leeftijd niet meer door de Belastingdienst zal worden getoetst of de werkzaamheden dienovereenkomstig worden verminderd.

Het gevolg van de recente beleidswijziging is dat de mogelijkheden om (gedeeltelijk) vervroegde pensionering in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken aanmerkelijk verbeteren.

Peter Kwekel, senior stafjurist bij de afdeling Legal & Compliance van Nationale-Nederlanden:’het besluit is te beschouwen als een reële stimulans voor het langer doorwerken’.

(NB. Vanzelfsprekend dient de werkgever aan een verzoek tot vervroeging van de reglementaire ingangsdatum van het pensioen zijn medewerking te verlenen alvorens het nieuwe fiscale beleid van langer doorwerken in een vervroegingssituatie kan worden toegepast).

 

Conclusie

Dat met deze beleidswijziging het langer doorwerken door oudere werknemers met een vervroegde pensioendatum wordt gestimuleerd mag duidelijk zijn.

Niet vergeten mag worden dat het tot 7 september 2011 geldend fiscaal beleid nog wel van toepassing blijft op een vervroegde ingangsdatum van de pensioenuitkeringen voor het bereiken van de 60-jarige leeftijd. In een dergelijke situatie blijft dus als voorwaarde gelden dat het pensioen slechts kan worden vervroegd voor zover de werknemer er dienovereenkomstig in arbeidsinkomsten op achteruitgaat.

   

Mr. P.J. Kwekel

 

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen



[1] Zie artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964

[2] Dit besluit is op eenvoudige wijze te raadplegen op www. belastingdienstpensioensite.nl, rubriek ‘Beleidsbesluiten’.