De invoering van de Zorgverzekeringswet leidde voor Nederlandse uitvoerders op 1 januari 2006 tot een nieuwe wettelijke verplichting: zorgbijdrage in te houden op een AOW- en/of aanvullende pensioen- en/of lijfrente-uitkering aan een in het buitenland woonachtige begunstigde (‘de pensionado’). Het bestaansrecht en de rechtmatigheid van deze ‘pensionadoregeling’ heeft van meet af aan ter discussie gestaan. Deze discussie heeft er op 26 augustus 2009 een Europese dimensie bij gekregen.
De Centrale Raad van Beroep(CRvB) heeft namelijk op 26 augustus 2009 een aantal prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. En wel in het bijzonder over de Europeesrechtelijke houdbaarheid van de zorgbijdrage die Nederland met ingang van 1 januari 2006 inhoudt.
De prejudiciële vragen van de CRvB aan het Europees Hof van Justitie zijn een direct gevolg van het beroep dat een (groot)aantal pensionado’s tegen een eerdere (afwijzende) beslissing van het College voor Zorgverzekeringen(CVZ) bij haar had aangetekend.
Het beroep van deze pensionado’s zal worden aangehouden totdat het Europees Hof uitspraak heeft gedaan.
De vragen waarover de CRvB het Europees Hof verzoekt een uitspraak te doen zijn de volgende:
(1) is het in strijd met Verordening 1408/71 dat pensionado’s verplicht zijn zich aan te melden bij het CVZ?;
(2) is het in strijd met Verordening 1408/71 dat Nederland ook van degene die zich niet bij het ziekenfonds van hun woonplaats hebben ingeschreven een bijdrage zorgverzekering inhoudt?;
(3) vormt de verplichte melding en de inhouding van zorgbijdrage een belemmering van het vrije verkeer van werknemers en/of burgers?
Wij houden u vanzelfsprekend op de hoogte van de verdere ontwikkelingen op dit weerbarstige dossier.