Weten waar je aan toe bent
19 mei 2012
Geef waardering


4stars

Mijn werknemer heeft vakantiedagen gespaard en geld in de levensloopregeling. Nu wil hij langdurig verlof nemen. Moet ik dat goedvinden?

Hasko van Dalen

Bron: Het Financieele Dagblad

Laten we allereerst hopen dat u het samen eens kunt worden. Daar gaat de wet ook van uit. Toch verschillen de wettelijke regels tussen vakantie en de levensloopregeling. Vakantie is een wettelijk recht. Volgens de wet worden de vakantiedagen vastgesteld door de werkgever op basis van de wensen van de werknemer. Dit betekent dat uw werknemer aan u doorgeeft wanneer en hoe lang hij met vakantie wil. U heeft twee weken om op dit verzoek te reageren. Reageert u niet, dan heeft u zijn verzoek automatisch goedgekeurd.

Wilt u het verzoek afwijzen, dan moet u aangeven om welke reden. Een collectieve vakantie of bedrijfssluiting, zoals in de bouw of het onderwijs, kan een reden zijn. Uw werknemer moet voldoende vakantiedagen overhouden voor die verplichte vakanties en vrije dagen. De tweede reden kan zijn dat het verlof grote problemen oplevert voor uw bedrijf. Wijst u het verzoek af, dan moet u een tegenvoorstel doen. Wel moet u de werknemer de mogelijkheid bieden om in één jaar alle vakantiedagen op te nemen waarop hij dat jaar recht heeft. Ook moet u ervoor zorgdragen dat hij ieder jaar twee weken lang of tweemaal een week met vakantie kan gaan.

Bij de levensloopregeling ligt de zaak anders. Het gaat om onbetaald verlof en wettelijk recht op het opnemen hiervan is er niet. Als uw werknemer zijn geld uit de levensloopregeling wil gebruiken voor onbetaald verlof, heeft hij daarvoor uw toestemming nodig. Dat geldt niet als uw werknemer het levenslooptegoed gebruikt voor ouderschapsverlof. Dit mag u niet weigeren.

Elke ouder heeft voor een kind tot 8 jaar recht op ouderschapsverlof . Dit verlof is sinds 1 januari 2009 maximaal 26 keer de wekelijkse arbeidsduur. Het verlof moet opgenomen worden in een aaneengesloten periode van twaalf maanden. Elke week mag een werknemer maximaal 50% van zijn normale arbeidsduur verlof nemen. In de praktijk komt dit erop neer dat uw werknemer een jaar lang voor de helft van de normale tijd kan werken en voor de andere helft ouderschapsverlof heeft. Uw werknemer kan vragen of hij het ouderschapsverlof mag spreiden over een langere periode dan twaalf maanden. Of dat hij meer uren verlof per week opneemt dan de helft van zijn normale arbeidsduur. Zo kan hij het verlof opdelen in maximaal zes perioden van één maand. Als uw werknemer

om zo’n afwijkende regeling vraagt, kunt u dat alleen afwijzen op grond van een zwaarwegend bedrijfsbelang. Bijvoorbeeld als u geen goede vervanging kunt regelen voor de verlofperiodes.

Ook geldt een aparte regeling als uw werknemer de levensloopregeling wil gebruiken voor langdurend zorgverlof. Dit is een wettelijk recht. Uw werknemer kan dit claimen als hij zijn vader, moeder, partner of kind moet verzorgen vanwege een levensbedreigende ziekte. Per periode van twaalf maanden kan maximaal zes keer de normale arbeidsduur per week voor langdurig zorgverlof worden opgenomen. Bij een vijfdaagse werkweek dus 30 dagen. Het verlof moet worden opgenomen in een aaneengesloten periode van twaalf weken. In overleg kunt u die periode verlengen tot achttien weken. Normaal gesproken mag een werknemer maar maximaal de helft van de normale arbeidsduur per week aan zorgverlof opnemen, maar ook daar kunt u in onderling overleg van afwijken.

Het advies is dus: ga zo snel mogelijk met uw werknemer om de tafel zitten. Vraag waarvoor hij het verlof wil gebruiken en wanneer. Probeer er vervolgens samen uit te komen.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen