Generaties zijn er mee opgegroeid: de AOW gaat in op de eerste dag van de maand dat iemand 65 wordt.In deze vertrouwde situatie komt binnenkort (hoogstwaarschijnlijk) verandering. Algemeen bekend is de door het kabinet gewenste verhoging van de AOW- leeftijd van 65 naar 67 jaar en de heftige discussie die dit oproept. Minder bekend is dat momenteel het wetsvoorstel keuzemogelijkheid uitstel AOW bij de Tweede Kamer in behandeling is. Voorgesteld wordt de AOW- gerechtigde de (vrijwillige) keuzemogelijkheid te geven zijn AOW uit te stellen. Het kabinet heeft hiermee een tweede ijzer in het vuur om het langer doorwerken na leeftijd 65 te stimuleren.
Het wetsvoorstel keuzemogelijkheid uitstel AOW dat op 18 november 2008 bij de Tweede Kamer is ingediend voorziet in de mogelijkheid dat mensen als ze dat willen hun AOW maximaal 5 jaar later kunnen laten ingaan. Dit betekent dat de uitstelperiode automatisch stopt bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd. Dit tijdstip komt exact overeen met de uiterlijke leeftijd waarop een fiscaal aanvaardbaar aanvullend pensioen mag worden uitgekeerd. Dit heeft tot gevolg dat de fiscale behandeling van aanvullend pensioen niet wordt geraakt door de beoogde wijziging van de uit te stellen AOW.
Een logisch gevolg van het mogelijk uitstellen van de AOW is dat de te ontvangen AOW hoger wordt.
De omvang van deze verhoging wordt in belangrijke mate bepaald door de resterende levensverwachting, zoals die geldt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
Doel wetsvoorstel
Het doel van het wetsvoorstel is tweeërlei.
In de eerste plaats wil het bijdragen aan een cultuuromslag
waarbij mensen 65 jaar niet meer als het definitieve eindpunt zien van hun
arbeidzame leven. Het kabinet zegt dat steeds meer mensen hierover positief
denken. Met andere woorden: volgens het kabinet is er draagvlak voor deze
cultuuromslag.
In de tweede plaats introduceert het wetsvoorstel de keuzemogelijkheid om na de 65-jarige leeftijd de AOW geheel of gedeeltelijk te ontvangen. De AOW wordt daarmee een individuele keuze gebaseerd op de fysieke en financiële mogelijkheden van mensen. Op die manier kunnen betrokkenen er voor kiezen hun werkzame leven na hun 65-ste verjaardag geleidelijk af te bouwen.
Afbreukrisico(!)
Het uitstellen van de AOW is voor de direct betrokkenen echter
niet zonder financiële risico’s.
De nabestaande van degene die de AOW heeft uitgesteld zonder dat een verzoek tot betaling van de AOW-uitkering is ingediend heeft géén recht op een overlijdensuitkering. Volgens het wetsvoorstel is dit gevolg volstrekt logisch: de AOW- gerechtigde heeft er immers zelf bewust voor gekozen om de AOW-uitkering in zijn geheel later in te laten gaan, waarbij door hem/haar onder ogen is gezien dat door een plotseling overlijden de uitgestelde AOW-uitkering in zijn geheel wordt verspeeld.
Dit afbreukrisico is hiermee hoe dan ook een belangrijk
aandachtspunt waarvan de uitsteller zich op het moment dat hij/zij beslist (en
kiest voor uitstel) terdege bewust moet zijn.
Deeltijdpensioen
Wanneer personen alleen de mogelijkheid krijgen aangeboden
om fulltime door te gaan met werken of geheel te stoppen met werken dan is de
natuurlijke neiging te stoppen met werken. Dit staat haaks op het huidig kabinetsbeleid.
Een kabinetsbeleid dat er met het oog op de in aantocht zijnde vergrijzing op
is gericht zoveel mogelijk ouderen zo lang mogelijk aan het werk te houden.
Het is om die reden dat het wetsvoorstel de mogelijkheid biedt om de AOW-uitkering gedeeltelijk uit te stellen. Hierdoor kan beter aangesloten worden bij het feitelijk arbeidspatroon van de betrokkene na zijn 65-ste. Gedeeltelijk uitstel van de AOW-uitkering kan in stappen van 10% plaatsvinden.
Randvoorwaarden wetsvoorstel
Het wetsvoorstel noemt een aantal belangrijke
randvoorwaarden waaronder het geheel of gedeeltelijk uitstel van de AOW kan
geschieden.
Eén daarvan is dat de AOW- opbouw stopt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij het geheel of gedeeltelijk uitstel van de AOW vindt geen opbouw plaats en is logischerwijze door de betrokkene geen AOW-premie verschuldigd. Verder is de betrokkene na het 65-ste jaar niet meer verzekerd voor de zogenoemde werknemersverzekeringen(WIA/WW, etc.). Als gevolg daarvan is voor deze verzekeringen geen premie meer verschuldigd, maar bestaat er ook geen recht op uitkering.
Uitvoeringslasten
De door het wetsvoorstel beoogde flexibilisering van de AOW-
ingangsdatum biedt de mogelijkheid om op individuele basis een deel van het
pensioeninkomen naar de toekomst te verschuiven. De financiële gevolgen voor de
individuele AOW- gerechtigde en de overheid zijn vanzelfsprekend afhankelijk
van het verwachte gebruik.
Dit laatste is uit de aard der zaak een vooraf moeilijk in te schatten gegeven.
Totdat het parlement over het wetsvoorstel keuzemogelijkheid in uitstel AOW heeft beslist geldt vanzelfsprekend de huidige situatie.