Eén van de allerlaatste beleidsactiviteiten van het kabinet Balkenende-IV was de brief van 13 oktober 2010 van (de inmiddels toenmalige) minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer. Donner gaf hierin aan welke wetswijzigingen nodig zijn om de eerder door het kabinet Balkenende-IV ingediende AOW- wetsvoorstellen aan te passen aan het (belangrijke)pensioenakkoord dat de sociale partners op 4 juni 2010 met elkaar in de Stichting van de Arbeid hebben gesloten.
Het op 14 oktober 2010 aangetreden kabinet Rutte-I zal – zo valt uit de brief van 13 oktober op te maken – allereerst de vraag moeten beantwoorden of en hoe de elementen uit dit pensioenakkoord zullen leiden tot wetswijzigingen.
Essentie pensioenakkoord
Het pensioenakkoord van 4 juni 2010 doet op het gebied van de AOW de volgende voorstellen:
Spoorboekje verhoging AOW/pensioenleeftijd
Tegen deze achtergrond wordt in de brief van 13 oktober 2010 het volgende “spoorboekje” door het scheidend kabinet Balkenende-IV ten behoeve van de verdere voortgang van het onderwerp verhoging AOW/pensioenleeftijd aan het kabinet Rutte-I gepresenteerd.
Ad 1 (koppeling AOW- leeftijd aan levensverwachting) Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel verhoging AOW- leeftijd (Kamerstukken II, 2009-2010,32247) in behandeling, waarin de AOW- leeftijd in 2020 naar 66 jaar wordt verhoogd en in 2025 naar 67 jaar. Het pensioenakkoord van 4 juni 2010 stelt hier een methodiek voor in de plaats waarbij om te beginnen in 2015, de AOW- leeftijd wordt aangepast aan de groei van de levensverwachting.
Dit is weliswaar een andere systematiek, maar deze systematiek zal naar verwachting in 2025 niet tot een ander resultaat leiden, aldus de brief van 13 oktober 2010. Om die reden is introductie van een koppeling van de AOW- gerechtigde leeftijd aan de levensverwachting mogelijk via een nota van wijziging op dit wetsvoorstel.
Ad 2 (flexibilisering AOW- leeftijd) In het pensioenakkoord wordt de mogelijkheid voorgesteld om het AOW- pensioen eerder in te laten gaan, met daarbij een ondergrens van 65 jaar. Het wetsvoorstel flexibilisering AOW (Kamerstukken II, 2008-2009, 31774) is bij de Tweede Kamer in behandeling sinds november 2008. In dit wetsvoorstel is vastgelegd dat men vrijwillig het AOW- pensioen kan uitstellen vanaf de AOW- gerechtigde leeftijd tot vijf jaar daarna. De mogelijkheid van een eerdere opname van het AOW- pensioen zou geregeld kunnen worden via een nota van wijziging op dit wetsvoorstel of via een apart wetsvoorstel . Bij een eerdere opname van het AOW-pensioen zal een korting worden toegepast die de vervroeging actuarieel neutraal maakt. In het reeds bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel is reeds een verhoging voorzien bij een latere opname van de AOW. Het is mogelijk om voor het eerder en later laten ingaan van het AOW- pensioen eenzelfde systematiek hanteren.
Ad 3 (AOW-koppeling)Sociale partners hebben in het pensioenakkoord van 4 juni 2010 voorgesteld de budgettaire gevolgen van een koppeling aan de verdiende lonen op te vangen door een geleidelijke beperking van de fiscale ouderenkortingen en de AOW-tegemoetkoming.
In de brief van 13 oktober 2010 wordt aangegeven dat door een nieuw kabinet (Rutte-I) bezien kan worden of en zo ja op welke wijze deze koppeling kan worden vormgegeven.
Ad 4 (Aanvullende pensioenen)Ten aanzien van aanvullende pensioenen geeft de brief van 13 oktober 2010 aan dat een geïntegreerde benadering noodzakelijk is, waarbij onderdelen van het huidig financieel toetsingskader worden aangepast en een aantal nieuwe onderdelen aan de pensioenwetgeving wordt toegevoegd. In deze brief wordt aangegeven dat de sociale partners zich op dit onderwerp nog moeten beraden. Ook moet nog overleg gevoerd worden tussen de sociale partners en het kabinet. Gezien de noodzaak van een spoedige aanpassing verdient het volgens de brief van 13 oktober 2010 de voorkeur om eventuele hieruit voortvloeiende wijzigingen van de pensioenwetgeving op zo kort mogelijke termijn te realiseren, rekeninghoudend met de uitvoerbaarheid.
Ad 5 (Witteveenkader) In het wetsvoorstel verhoging AOW- leeftijd van eind 2009 stelde het kabinet Balkenende-IV voor de richtleeftijd in het Witteveenkader per 2020 te verhogen naar 67 jaar. Over dit onderwerp vindt, aldus de brief van 13 oktober 2010, nog overleg plaats met sociale partners in de Stichting van de Arbeid.
Voorafgaand aan de verhoging van de pensioenleeftijd in de pensioenregelingen is een verhoging van de AOW- leeftijd noodzakelijk. Op deze wijze wordt divergentie tussen de AOW- leeftijd en de pensioenleeftijd voorkomen.
Tot slot
De brief van 13 oktober 2010 besluit met de voor de hand liggende constatering dat aanpassing van de pensioenregeling gebaat is bij een voortvarende behandeling van het wetsvoorstel verhoging AOW- leeftijd.