Het kabinet heeft afgelopen vrijdag besloten om maatregelen te nemen om de economie te ondersteunen. Als onderdeel daarvan zal werktijdverkorting worden ingezet als middel om bedrijven, die voor korte tijd in de problemen zitten, tegemoet te komen. Voor deze maatregel wil het kabinet 200 miljoen euro uittrekken. Dat is genoeg om 20.000 werknemers in voltijdbanen volledig een tijdelijke uitkering te geven, maar bedrijven kunnen ook besluiten mensen in deeltijd te laten werken met behulp van de WW. Daarnaast komen zogenoemde mobiliteitscentra om mensen die met ontslag bedreigd worden tijdig aan een andere baan te helpen. Tot 1 januari volgend jaar kunnen bedrijven een verzoek bij de minister indienen, tenzij de 200 miljoen euro al eerder is opgesoupeerd.
Het kabinet wil met de genomen maatregel voorkomen dat bedrijven nu door een plotselinge ingezakte omzet ‘overhaaste beslissingen’ nemen en werknemers ontslaan, terwijl duidelijk is dat straks de vraag weer aantrekt en het personeel weer hard nodig.
Maandag heeft minister Donner de voorwaarden bekend gemaakt. De twee maanden voorafgaand aan de aanvraag moet er sprake zijn van een gemiddelde omzetterugval van minimaal 30 procent. Dat is strenger dan de norm van 20 procent die normaal geldt bij werktijdverkorting. Al naar gelang de grootte van de teruggelopen productie kan een deel van het personeel tijdelijk een WW-uitkering krijgen. De werknemers blijven in dienst van het bedrijf en ontvangen gewoon loon; de overheid betaalt de werkgever dan de WW-uitkering. Omdat werkgevers er naar streven de werknemers voor wie ze werktijdverkorting aanvragen in dienst te houden, zal de verlening van werktijdverkorting in het algemeen geen gevolgen hebben voor de WW-uitkering als de werknemer later alsnog ontslagen wordt. De periode van werktijdverkorting kan maximaal een half jaar duren. Ook wordt bij de aanvragen een inspanningsverplichting gevraagd van werkgevers om hun (tijdelijk) overtollige personeel in de tussentijd te scholen en te detacheren naar ander werk. Deze aanscherping is ingegeven door de bijzondere omstandigheden op de arbeidsmarkt waarbij nog veel vacatures open staan.
De eerste mobiliteitscentra worden binnenkort ingericht. Dit gebeurt in regio’s waar het aantal ontslagen als gevolg van de kredietcrisis snel stijgt of bij bedrijven waar de economische terugval niet tijdelijk is. Ze zijn vooral bedoeld om ontslagen te voorkomen en werknemers die overbodig zijn met behulp van publieke en private partijen een plek in een ander bedrijf te bezorgen. Daarnaast gaan de mobiliteitscentra werknemers detacheren en scholen die in de wtv-regeling zitten. Het UWV zet de centra op, in nauw overleg met sociale partners en lokale en regionale overheden. Het UWV krijgt hiervoor een startbudget van € 5 miljoen.
Tot nu toe hebben ongeveer vijftig bedrijven bij Donner een verzoek voor werktijdverkorting ingediend. Volgens hem is nog onduidelijk of zij voldoen aan de criteria.
De beleidsregel voor de werktijdverkorting wordt deze week in de Staatscourant gepubliceerd.
Ton Breitenfellner