Duurzaamheid is het codewoord van nu. En zoals duurzaam bouwen en duurzaam produceren langzaam vaste voet aan de grond krijgen, groeit ook het besef dat duurzaam ondernemen de toekomst heeft. Duurzaam ondernemen omvat veel aspecten, waarvan duurzame arbeid een prominente rol inneemt. En dat is niet voor niets, want we hebben te maken met een maatschappelijk veld waarin we langer (moeten) doorwerken, meer mensen een ongezonde levensstijl ontwikkelen en het aantal chronisch zieken groeit. Door die ontwikkelingen verwacht Nationale-Nederlanden een stijging van verzuim in Nederland, die onherroepelijk grote en kleine ondernemers zal gaan raken.
Marcel Moons, directeur Inkomensverzekeringen bij NN: “Als we in de toekomst voldoende en vitale werknemers willen hebben, moet er meer aandacht komen voor de duurzame inzetbaarheid van werknemers. Dat is in het belang van werknemers en werkgevers, en daarmee in het belang van de maatschappij en economie.”
Het is dus verstandig om na te denken hoe je als werkgever er voor zorgt dat je personeel gezond en vitaal blijft. De incidentele fruitschaal of bedrijfshardloopdag voldoen niet meer – duurzaam inzetbaarheidsbeleid wint terrein op de HR-agenda.
Belang voor werkgevers en werknemers
In de afgelopen jaren ging de aandacht van werkgevers voornamelijk uit naar arbeidsrisico’s, door middel van RI&E’s en Arbocatalogi. Werkgevers zijn zich echter steeds meer bewust van het belang van een gezonde leefstijl van werknemers. Dit bewustzijn heeft geleid tot het onderkennen van het belang van de BRAVO-factoren: (meer) Bewegen, (stoppen met) Roken, (matig met) Alcohol, (gezonde) Voeding, (voldoende) Ontspanning. Vanuit werkgeversperspectief is makkelijk geredeneerd: fit en gemotiveerd personeel is productiever en verzuimt minder. Dit draagt bij aan het behoud en versterken van de concurrentiepositie en telt zwaar mee als het gaat om goed werkgeverschap.
Ook voor de werknemer is het van groot belang dat de werkgever aandacht geeft aan vitaliteitsbeleid. Duurzaam inzetbaar personeel werkt in een prettige sfeer, is minder ziek of arbeidsongeschikt en heeft een positief sociaal contract met zijn of haar werkgever. Onderzoek van Nationale-Nederlanden/GFK laat zien dat 73% van de ondervraagde bedrijven vitaliteitsbeleid inmiddels hoog op de HR-agenda heeft staan. Ook heeft driekwart van de bedrijven te maken met de organisatorische en financiële gevolgen van veelverzuimers. Toch lijkt vitaliteitsbeleid en verzuimpreventie in de praktijk vaak lastig te realiseren: meer dan de helft van de bedrijven heeft hier geen budget voor gereserveerd. De kleine groep bedrijven die dit wel doet bestaat met name uit grote bedrijven, die dat budget voornamelijk aanwenden voor een fietsplan of een bijdrage voor sport in bijvoorbeeld een fitnessclub.
Grote bedrijven versus MKB
Grote bedrijven zijn over het algemeen verder met het ontwikkelen van duurzaam inzetbaarheidsbeleid dan het MKB. Voor het MKB lijkt het belang van gezondheidsbeleid kleiner, aangezien bijvoorbeeld het verzuim er relatief laag ligt. Maar ook voor het MKB geldt dat het verzuim zal stijgen als gevolg van een hogere gemiddelde leeftijd van de werknemers. Ook is de impact van verzuim over het algemeen groter bij een MKB bedrijf. Daarnaast kent een bedrijf met vitale werknemers niet alleen een lager verzuim, maar zal het ook productiever zijn. Als de trend van een ongezonde leefstijl, in combinatie met de sterke toename van (medische) aandoeningen als obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten doorzet zal ook de MKB-er niet ontkomen aan gezondheidsbeleid.
Verzuimbeleid
Nederland kent al enige jaren een gemiddelde van 4% ziekteverzuim. Moons: “Je kunt als werkgever veel doen om dat percentage te verlagen binnen jouw bedrijf. Naast de sociale belangen die er zijn in het kader van goed werkgeverschap, is het belangrijk om ook het financieel-economisch belang voor bedrijven te onderkennen: met het juiste beleid verlaag je de bedrijfskosten en wordt de arbeidsproductiviteit verhoogd.”
In het onderzoek van NN/GFK werd de respondenten gevraagd hoe zij tegen verzuim aankijken, of zij op de hoogte zijn van verzuimers binnen hun bedrijf en de kosten die dit met zich meebrengt. In tegenstelling tot de mening die Nationale-Nederlanden is toegedaan, denkt het merendeel dat het verzuim in de komende drie jaar gelijk zal blijven. En hoewel de meerderheid goed op de hoogte is van verzuimoorzaken, zegt 41% van de ondervraagden niet te weten welke kosten hiermee gemoeid zijn. Ook ziet 40% van de bedrijven verzuim als iets dat erbij hoort, en waar je in principe weinig aan kunt veranderen.
Beleid gericht op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid
Bedrijven die aan de slag gaan met beleid gericht op vitaliteit en duurzame inzetbaarheid doen er goed aan de focus niet alleen te leggen op verzuimpreventie. Wel kan een screening van werknemers door middel van Periodiek Medisch Onderzoek (PMO) of Work Ability Index (WAI) een prima start zijn van een vitaliteitstraject.
Zo meet de Work Ability Index het werkvermogen van werknemers. Ook werknemers waar in eerste instantie niets mee aan de hand lijkt kunnen een sterk verminderd werkvermogen hebben. Door gericht met deze werknemers aan de slag te gaan, kan verzuim of arbeidsongeschiktheid worden voorkomen. Hierdoor zijn de kosten van screening bij bedrijven vanaf ongeveer 50 werknemers over het algemeen lager dan de opbrengsten. Voor kleine bedrijven geldt dat zij het beste gezamenlijk zouden kunnen optrekken. Op die manier is het inzetten van de WAI voor het MKB is een zeer praktisch middel.
De effecten van een vitaliteitstraject zijn nog groter als ook op organisatieniveau maatregelen worden genomen. Denk hierbij o.a. aan trainingen voor management en aandacht voor een gezonde leefstijl en werk-prive balans. In praktijk blijkt een goede dialoog hierover met werknemers prima mogelijk en zijn privacyaspecten maar in enkele gevallen een belemmering.
Dat veel bedrijven nog zoeken naar manieren waarop het vitaliteitsbeleid kan worden ingevuld blijkt ook uit het onderzoek van NN/GFK. Bijna de helft van de bedrijven geeft aan meer te gaan doen aan arbeidsvitaliteit en verzuimpreventie, mits ze daarbij ondersteuning zouden krijgen van bijvoorbeeld een arbodienst, de overheid of een verzekeraar.
Interactief webinar
Tijdens het NN-webinar over duurzame inzetbaarheid van werknemers waren de panelleden het er over eens dat duurzaam inzetbaarheidsbeleid loont en de toekomst heeft. Wel bleek uit de discussie dat verzuimpreventie nog door veel werkgevers huiverig wordt bekeken, en dat een harde aanpak van bijvoorbeeld veelverzuimers zowel voor- als tegenstanders heeft. Marko Koers is voormalig atleet en negenvoudig Nederlands kampioen. Nu is hij adviseur bedrijfssport en helpt hij werkgevers bij interne betrokkenheid en vitaliteit van werknemers. Koers: “Veel werknemers richten hun arbeidscarrière nog steeds in alsof het een 100 meter sprint is, terwijl je het eigenlijk zou moeten zien als een marathon: we moeten een leven lang werken, en alsmaar doorgaan, op een hoge intensiteit.” Koers benadrukte dat werkgevers zich meer bewust moeten worden van waarom vitaliteit zo belangrijk is. “Je neemt iemand aan vanwege zijn kennis, kunde en ervaring. Maar je moet niet vergeten dat die werknemer ook de energie en fitheid nodig heeft om die eigenschappen en vaardigheden elke dag in te zetten. Vitaliteitsbeleid is een ondergeschoven kindje, terwijl het net zo belangrijk is als de kennis, kunde en ervaring van je werknemers.”