Uitgangspunt van de aanpassing van het zogenoemde “Witteveenkader” aan AOW- leeftijd 67 is dat het fiscaal mogelijk moet zijn op 67 jaar een aanvullend pensioen op te bouwen dat hetzelfde niveau heeft als het bereikbare aanvullende pensioen op de huidige AOW- leeftijd(65).
Aangezien de ingangsdatum van de AOW op termijn verandert naar 67, zal ook de fiscale pensioenrichtleeftijd voor aanvullende pensioenopbouw daarop worden afgestemd en worden verhoogd naar 67 jaar.
Dit kondigt het kabinet aan in haar brief van 16 oktober 2009 aan de Tweede Kamer.
Als gevolg van de beoogde verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 is sprake van 2 extra opbouwjaren. Het kabinet kondigt om die reden in haar brief van 16 oktober 2999 aan dat het fiscaal gefaciliteerde maximale opbouwpercentage per dienstjaar - 2% bij eindloon, 2,25% bij middelloon en het maximumpercentage van de beschikbare premiestaffel - zal worden aangepast.
De aanpassingen zullen volgens het kabinet ineens worden doorgevoerd per 1 januari 2020, bij de eerste verhoging van de AOW- leeftijd(van 65 naar 66).
Het kabinet erkent het primaat van de sociale partners de pensioenleeftijd in de afzonderlijke pensioenregelingen vast te stellen.
Inzet van het kabinet is dat een mogelijke lastenverlichting of de vrijval van pensioenlasten die daardoor optreedt(voor en na 2020) zal worden aangewend voor een robuust pensioenkader, herstel van de dekkingsgraden en van een spoedige terugkeer naar indexering.
Tegen deze achtergrond nodigt het kabinet sociale partners uit om tot aanvullende pensioenafspraken te komen.
Ter ondersteuning
hiervan – zo geeft het kabinet in haar brief van 16 oktober 2009 aan – is het kabinet
bereid om het moment van aanpassing van het Witteveenkader daarop nader aan te
sluiten.