De kredietcrisis heeft flinke impact op de financiële wereld. Nu deze crisis is overgeslagen naar de ‘reële economie’ verkeren we ook in een economische recessie. Dat werpt de vraag op wat de gevolgen zijn voor de markt van inkomensverzekeringen. In dat kader wordt periodiek onder de titel ‘Focus op de economische recessie’, een actueel verzekeringsonderwerp belicht. Dit keer aandacht voor de vraag waarom de WW steeds belangrijker wordt voor inkomensverzekeraars.
Door de oplopende werkloosheid als gevolg van de economische recessie, wordt de wettelijke inkomensbescherming bij ontslag steeds belangrijker. Daarbij gaat het vooral om de Werkloosheidswet (WW). Dit is niet alleen een wet die onder voorwaarden inkomen garandeert na ontslag, maar het is ook een politiek-economisch instrument om werkgevers te helpen om personeel vast te houden. Verder is de WW al jaren onderwerp van maatschappelijke en politieke discussies waarbij regelmatig de term privatisering valt. De mogelijkheid dat op termijn (delen van de WW) geprivatiseerd worden, geeft aanleiding om deze wet vanuit het perspectief van de private markt, nauwgezet te volgen.
Wat betreft de wettelijke inkomensbescherming, kan bij werkloosheid, naast de WW, een beroep worden gedaan op verschillende andere wettelijke regelingen zoals de Wet werk en bijstand (WVB), de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW).
De belangrijkste regeling is uiteraard de WW. Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet men verzekerd zijn voor de WW. Dat zijn in de regel werknemers die werkzaam zijn in loondienst. Verder moet men ten miste vijf uur of ten minste de helft van het aantal arbeidsuren per week hebben verloren. Daarnaast moet de ontslagen werknemer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en moet de afgelopen 36 weken in ten minste 26 weken arbeid hebben verricht. Ook mag geen sprake zijn van een uitsluitings- of weigeringsgrond. Een uitsluiting geldt bijvoorbeeld voor personen ouder dan 65 jaar terwijl een weigering van de uitkering kan plaatsvinden als sprake is van verwijtbare werkloosheid. Ten slotte geldt voor het verkrijgen van een WW-uitkering nog een aantal wettelijke regels zoals de verplichte inschrijving als werkzoekende bij het CWI.
Als aan alle voorwaarden is voldaan, biedt de WW in ieder geval een basisuitkering van 3 maanden. Voldoet men ook aan de zogeheten jareneis, dan heeft men recht op een verlenging van deze uitkering met 1 maand voor elk jaar dat men heeft gewerkt. De jareneis houdt in dat men in ten minste vier van de vijf jaren voorafgaande aan het jaar waarin men werkloos werd, over 52 of meer dagen per jaar loon moet hebben ontvangen. De maximale uitkeringsduur is 3 jaar en 2 maanden. De hoogte van de uitkering bedraagt de eerste 2 maanden 75% van het laatstverdiende loon. De resterende maanden is dat 70%. Het loon is daarbij gemaximeerd tot het maximale loon op grond van de SV-wetten. Voor 2009 ligt dat maximum op € 183,15 per dag of wel € 47.802,- per jaar.
Recentelijk heeft het kabinet besloten om het begrip passende arbeid aan te scherpen. Na 1 jaar zal elke arbeid als passend worden aangemerkt en kan de ontslagen werknemer worden gedwongen werk te aanvaarden tegen een lager loon. Daarnaast heeft het kabinet tegen de achtergrond van de economische recessie eind vorig jaar de Regeling Werktijdverkorting ingevoerd. Deze is inmiddels beëindigd en per 1 april 2009 door de regeling Deeltijd WW, ingevoerd.
Voor de langere termijn is het kabinet van mening dat de WW meer
activerend moet worden. Dit wordt onder meer ingegeven door de dreigende krapte op
de arbeidsmarkt als gevolg van de vergrijzing. Minister Donner wijst er regelmatig
op dat wanneer niets wordt gedaan, over 15 jaar de verhouding
werkenden/65-plussers nog meer 2 op 1 zal zijn. Op dit moment is dit nog 4 op
1. Een van de meest actuele maatregelen om dat te voorkomen is de verhoging van
de AOW-leeftijd tot 67 jaar.
Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt heeft
het kabinet verhoging van de arbeidsparticipatie tot 80% dan ook als een van de
belangrijkste speerpunten gedefinieerd. Een van de instrumenten om de
arbeidsparticipatie te bevorderen is een WW die veel meer gericht is op behoud
van werk en het zo snel mogelijk begeleiden van overtollige werknemers van werk
naar werk. Een meer activerende WW kan volgens deskundigen bereikt worden langs
twee sporen. Ten eerste zou de duur van de WW nog verder kunnen worden bekort
waardoor de WW beter aansluit bij de visie dat deze regeling slechts bedoeld is
ter overbrugging van de periode tussen 2 banen. Het andere spoor is om
werkgevers, werknemers en wellicht ook uitvoerende partijen een groter
(financieel) belang te geven bij beperking van het beroep op de WW. In dat
verband vallen vaak termen als (gedeeltelijke) privatisering of private
uitvoering van de WW. Daarbij zijn vele privatiseringsvarianten mogelijk.
Verzekeraars hebben zich in principe positief uitgesproken over privatisering
van de WW maar dan wel onder de strikte voorwaarde dat een oplossing wordt
gevonden voor een aantal verzekeringstechnische problemen zoals de clustering
van risico’s in de tijd en naar regio en de mogelijkheid dat werkgevers en
werknemers de regeling gaan misbruiken.
Samenvattend vergroot de economische recessie het belang van de WW als regeling die inkomensbescherming biedt bij ontslag. Tegelijkertijd is de WW in deze tijd ook een politiek-economisch instrument om ondernemingen in staat te stellen waardevol personeel vast te houden. Ten slotte wordt een discussie gevoerd om de WW, in het licht van de vergrijzing, toekomstbestendiger te maken. Een van de mogelijkheden daartoe is om op termijn (delen van) de WW te privatiseren. Verzekeraars zijn daarover positief onder de voorwaarde dat een oplossing wordt gevonden voor een aantal verzekeringstechnische problemen.