De
kredietcrisis heeft flinke impact op de financiële wereld. Nu deze crisis is
overgeslagen naar de ‘reële economie’ verkeren we ook in een economische
recessie. Dat werpt de vraag op wat de gevolgen zijn voor de markt van
inkomensverzekeringen. In dat kader wordt elke week onder de titel ‘Focus op de
economische recessie’, een actueel onderwerp belicht. Deze week het
vierde deel, waarin de maatregelen van het kabinet om de gevolgen van de
economische recessie op te vangen, centraal staan.
De afgelopen
weken heeft het kabinet zich beraden over een pakket maatregelen om de gevolgen
van de economische recessie zoveel mogelijk op te vangen. Op 25 maart jl. is dat pakket gepresenteerd. De kern daarvan is tweeledig. Enerzijds gaat
het om stimulering van de economie met aandacht voor behoud van werkgelegenheid
en anderzijds streeft het kabinet naar financieel evenwicht en op termijn herstel in de
overheidsfinanciën. Dit vanuit de analyse dat de economie in Nederland dit jaar
krimpt met 3,5%-punt, dat de werkloosheid oploopt tot 675.000 in 2010 en dat de
overheidsfinanciën in snel tempo verslechteren: van een overschot van 1% in
2008 naar een tekort van 5,5% in 2010 en van een staatsschuld van 42% in
2008 naar 58% BBP in 2009 met een verdere verslechtering als er niet wordt
ingegrepen.
Om de economie overeind te houden zijn al in 2008 maatregelen genomen om de financiële sector te stabiliseren. Dit jaar en volgend jaar zullen versnelde investeringen plaatsvinden in (onderhoud van) infrastructuur en in versnelde (woning)bouw. Verder zal het kabinet zorgen voor liquiditeitsverruiming voor het bedrijfsleven. Daarnaast voorzien de plannen in stimulering van de zogeheten 'duurzame economie'. Ook wordt het niet compenseren (via hogere premies voor bedrijven) van de oplopende kosten van werkloosheid gezien als een financiële stimulans.
Stimulering van de economie draagt bij aan behoud van werkgelegenheid. Daarnaast worden gerichte maatregelen genomen om jeugdwerkloosheid tegen te gaan door te investeren in (betere) scholing en om werkgelegenheid te behouden via verruiming van de mogelijkheid tot deeltijd-WW.
Doordat in de jaren dat de economie krimpt niet zal worden bezuinigd, loopt het begrotingstekort en de staatsschuld snel op. Voor de toekomst zal bij wet worden vastgelegd dat in tijden van economisch herstel, per jaar het structureel saldo van uitgaven en inkomsten ten minste 0,5% punt van het BBP moet verbeteren. Voor de korte termijn worden maatregelen genomen zoals het ‘bevriezen’ van de salarissen van ambtenaren. Met sociale partners is afgesproken dat ook de lonen in het bedrijfsleven zo min mogelijk boven de inflatiegrens uitkomen. Via de koppeling van uitkeringen aan lonen wordt een verdere besparing bereikt van in totaal 3,2 miljard. Voor de langere termijn wil het kabinet komen tot 'gezonde' overheidsfinanciën door de AOW-leeftijd te verhogen tot 67 jaar. Daarnaast zullen de uitgaven voor zorg met 0,2% omlaag moeten en zal woningbezit voor woningen boven 1 miljoen via het eigen woning forfait verzwaard worden.
De verhoging van de AOW-leeftijd is een van de maatregelen uit het rapport van de werkgroep Gerritse. Deze departementale werkgroep had als taak om de besluitvorming van het kabinet voor te bereiden. Uit het rapport blijkt dat de AOW-leeftijd over een periode van 24 jaar, vanaf 2011 stapsgewijs met 1 maand per jaar zal worden verhoogd tot 67 jaar. Dit in combinatie met verhoging van de leeftijd waarop het recht op aanvullend pensioen ingaat. De fiscale maatregelen zoals doorwerkbonus zouden dan ook meeschuiven. Dat geldt ook voor het vervallen van de ontslagbescherming. De verhoging van de leeftijd voor de aanvullende pensioenen zonder recht op verruiming van rechten betekent daarbij een korting op opgebouwde rechten.
Met
de vakbeweging is afgesproken dat de AOW-leeftijd zal worden verhoogd tenzij
sociale partners voor oktober
in de SER met een unaniem advies komen dat structureel hetzelfde effect zal
sorteren. De kans daarop wordt extreem klein geacht. Het zou kunnen dat de
vakbeweging in dat geval de toegezegde loonmatiging intrekt. Een andere
mogelijkheid is dat partijen tot een compromis komen waarbij voor de zwaardere sectoren zoals de
bouw de AOW-leeftijd toch 65 jaar blijft. Wanneer de leeftijdsgrens ook voor
andere sociale regelingen zoals de loondoorbetalingsplicht bij ziekte en de
WIA opschuift, heeft dit ingrijpende gevolgen voor inkomensverzekeringen. In ieder geval zullen de verzekeringsvoorwaarden moeten worden aangepast en zullen actuariele grondslagen wellicht herzien moeten worden. Voor pensioenverzekeraars kunnen de verplichtingen afnemen
wanneer de verhoging van de AOW-leeftijd ten koste gaat van opgebouwde
rechten. Dit geldt voor verzekeringen met een waardeopbouw.
Verder heeft het kabinet niet gekozen voor het bekorten van de WW-duur. Deze maatregel was wel opgenomen in het rapport van de werkgroep Gerritse. Een kortere WW-duur zou doorgewerkt hebben in de loongerelateerde uitkering op grond van de WGA en dus gevolgen hebben gehad voor collectieve inkomensverzekeringen. Voorlopig lijkt de discussie rondom privatisering van de WW in ieder geval weer vooruitgeschoven. Wel blijft het mogelijk dat de STAR met handhaving van de WW-duur, voorstellen zal doen om de financiële verantwoordelijkheid van werkgevers te vergroten. In dat verband heeft het kabinet al eerder aangekondigd om premiedifferentiatie in de WW in te voeren. Of deze ontwikkelingen concrete en praktische consequenties hebben voor de private verzekeringsmarkt, is op dit moment moeilijk in te schatten.
Ten slotte heeft het kabinet ervoor gekozen de mogelijkheden van deeltijd-WW te
verruimen. De huidige WW kent al de mogelijkheid dat werkgever en werknemer
besluiten dat de werknemer minder uren gaat werken, in plaats van volledig
ontslag. Dit met een WW-recht voor de werknemer waarbij deze zijn dienstverband
gedeeltelijk verliest. Per 1-4-2009 geldt een verruimde mogelijkheid van deeltijd-WW.
Werkgevers hebben de mogelijkheid om het aantal gewerkte uren van een
werknemer met ten hoogste 50% te verminderen. Gedurende de periode waarin dit
van kracht is krijgt de werknemer voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering.
Deze WW-uitkering vermindert de opgebouwde WW-rechten. Over de niet-gewerkte
uren wordt geen nieuw WW-recht opgebouwd. Verder gelden er geen re-integratieverplichtingen. Belangrijk
is dat de werknemer voor de gewerkte EN de niet gewerkte uren in dienst blijft
van de werkgever. De regeling geldt voor maximaal 15 maanden. Wordt de
werknemer tijdens of kort na WW-periode ontslagen, dan moet de werkgever een
vergoeding aan het UWV betalen gelijk aan helft van de door de werknemer
ontvangen WW-uitkering.
Samenvattend heeft het kabinet in overleg met sociale partners gekozen voor een pakket maatregelen waarmee de gevolgen van de economische recessie zoveel mogelijk verzacht worden. Naast stimulering van de economie en behoud van werkgelegenheid is gekozen voor het zoveel mogelijk ‘gezond’ houden van de overheidsfinanciën. Er van uitgaande dat de verhoging van de AOW-leeftijd doorwerkt in de gehele sociale zekerheid, heeft dit duidelijke gevolgen voor inkomensverzekeringen. De WW-maatregelen duiden er vooralsnog niet op dat de private markt op korte termijn een rol gaat spelen bij de werkloosheidswet. Aan de andere kant is deze discussie nog lang niet ten einde en is het zeker niet uitgesloten dat dit nog gaat veranderen.