Weten waar je aan toe bent
19 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • Eigenrisicodrager
  • Preventie
  • Re-integratie
  • WGA
  • Ondernemer
  • Verzuim
  • WAO
  • Wetgeving
  • Inkomen
  • Sociale verzekeringen
  • Verzekeringen
  • Verzekeringsadviseur
  • Overheid
  • Economische Crisis
5stars

Focus op de Economische Recessie (10): Financiële risico's door premiedifferentiatie WGA

Ton Breitenfellner

De kredietcrisis heeft flinke impact op de financiële wereld. Nu deze crisis is overgeslagen naar de ‘reële economie’ verkeren we ook in een economische recessie. Dat werpt de vraag op wat de gevolgen zijn voor de markt van inkomensverzekeringen. In dat kader wordt  onder de titel ‘Focus op de economische recessie’, periodiek een actueel verzekeringsonderwerp belicht. Dit keer aandacht voor het financiële risico voor werkgevers door de differentiatie van de WGA-premie.

In een tijd als deze krijgt risicobeheersing steeds meer aandacht. In verzekeringstermen spreekt men van een toenemende risico-aversie. Als het gaat om sociale zekerheid in relatie tot inkomensverzekeringen, zullen ondernemers bijvoorbeeld geneigd zijn om nog eens te bezien of de kosten van (langdurend) verzuim zelf gedragen kunnen worden of dat het beter is deze risico’s via een verzekering af te dekken. Een andere afweging in dat verband is, of ondernemers nog wel in staat zijn om de premielasten WGA te betalen. Deze vraag is relevant omdat het gaat om een gedifferentieerde premie die sterk afhankelijk is van de individuele arbeidsongeschiktheidslasten van het bedrijf en daardoor van jaar tot jaar zeer sterk kan fluctueren.

Om precies te zijn houdt premiedifferentiatie WGA in, dat voor elk bedrijf een individuele WGA-premie wordt bepaald. Uitgangspunt is de zogeheten rekenpremie WGA. Deze is door het UWV voor 2009 vastgesteld op 0,47% van de loonsom. Vervolgens wordt een korting of opslag op deze premie berekend die afhankelijk is van de hoogte van de WGA-lasten die 2 jaar geleden zijn betaald aan (ex) werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden. Het UWV kijkt 2 jaar terug omdat de administratie niet actueel genoeg is om met recentere cijfers te werken. Voor de bepaling van de opslag of korting hanteert het UWV een zeer ingewikkelde formule waarbij de WGA-lasten voor maximaal 10 jaar in de premie doorwerken. Daarbij geldt wel dat na een bepaalde periode niet meer de gehele uitkering wordt toegerekend maar een gedeelte. Bij de bepaling van de gedifferentieerde premie wordt onderscheid gemaakt in grote en kleine bedrijven. Het criterium daarbij is de totale loonsom. Voor 2009 is de grens groot/klein € 705.000,-. Deze grens is van belang omdat voor kleine en grote bedrijven aparte minimum- en maximumpremies gelden. Voor kleine bedrijven is de minimumpremie 2009 0,27% en de maximum premie 1,47%. Voor grote bedrijven is de minimumpremie 0% en de maximum premie 1,96%.

Kleine bedrijven zonder WGA-lasten betalen in 2009 dus een minimale WGA-premie van 0,27%. Als de onderneming WGA-lasten ‘veroorzaakt’ kan de premie stijgen tot maximaal 1,47%. Dat is toename met een factor 5.  Ter verduidelijking betaalt een bedrijf met een loonsom van € 350.000,- een minimumpremie van iets minder dan € 1.000,- per jaar. Als het bedrijf als gevolg van WGA-lasten, de maximumpremie zou moeten betalen, komt de premielast uit op ruim € 5.000,- per jaar. Bij gelijkblijvende premies zou de ‘boete’ over een periode van 10 jaar op kunnen lopen tot ruim € 40.000,- . Dit risico kan zich al voordoen wanneer slechts 1 werknemer langdurig ziek wordt en vervolgens recht krijgt op een WGA-uitkering. Voor kleine bedrijven gaat het dus een behoorlijk financieel risico. Voor grotere bedrijven geldt uiteraard hetzelfde. Als een groot bedrijf van een minimumpremie van 0% in een keer ‘doorschiet’ naar de maximumpremie, kan dit een behoorlijk financieel probleem veroorzaken. Zo zou een bedrijf met een loonsom van 1 miljoen euro bij de het bereiken van de maximum premie, per jaar bijna € 20.000,- betalen. Bij wederom gelijkblijvende premies zou dat over 10 jaar een extra last zijn van bijna € 200.000,-.  Dit bedrag kan veel hoger uitkomen als de WGA-premie of de loonsom van het bedrijf de komende jaren stijgt. Ook voor dit soort bedrijven dus een substantieel financieel risico.

Naast het financiële risico, gaat het om een gedifferentieerde premie waarvan de juistheid van de premieberekening door de complexiteit van het systeem vrijwel oncontroleerbaar is. Een van de redenen daarvoor is, dat merkwaardigerwijs ook WAO-uitkeringen aan (ex)-werknemers mee tellen voor de opslag of korting op de rekenpremie. De redenering daarachter is ingewikkeld en zou in dit bestek te ver voeren maar vergroot wel de complexiteit. Zo is er een correctiefactor ontwikkeld die ervoor moet zorgen dat de toerekening van WAO-lasten niet tot nog extremere resultaten leidt. Verder veroorzaakt de tijdsvertraging van 2 jaar verschillen tussen de lasten die worden toegerekend en de premie die moet worden betaald. Ook is er een verschil tussen de zogeheten rekenpremie die als grondslag geldt voor de opslag of korting en de zogeheten gemiddelde premie, die weer de grondslag is voor de maximum premie. En zo zijn er nog meer factoren die de berekening van de WGA-premie onnavolgbaar maken. Feit is in ieder geval dat het financiële risico als gevolg van premiedifferentiatie WGA, voor de meeste ondernemers oncalculeerbaar is. Daarbij is het algemeen bekend dat het UWV relatief veel fouten maakt bij de berekening van de WGA-premie. Ondernemers betalen daardoor vaak een te hoge premie. Slechts enkele zeer gespecialiseerde adviseurs zoals Theo van Dillen (zie zijn blogs op deze site), zijn in staat om voor relaties na te gaan of de berekening van de gedifferentieerde WGA-premie correct is.

Gezien de beschreven risico’s is het niet verwonderlijk dat veel werkgevers hiervoor een voorziening getroffen hebben. Zij hebben ervoor gekozen om eigen risicodrager WGA te worden en het risico privaat te verzekeren. Dat betekent dat de uitvoering van de WGA niet meer door het UWV maar door een private verzekeraar wordt gedaan. De private verzekeraar biedt daarbij een betere dekking dan het UWV, tegen een concurrerende premie die bovendien stabiel is en in veel gevallen zelfs gegarandeerd is voor een aantal jaren. Door te kiezen voor eigen risicodragen WGA, ruilt de werkgever de gedifferentieerde premie WGA in voor een stabiele dan wel vaste verzekeringspremie. Een belangrijke aanvullende overweging om eigen risicodrager WGA te worden is, dat de private verzekeraar als onderdeel van de verzekering, een veel effectievere ondersteuning biedt bij preventie en re-integratie dan het UWV. In veel gevallen is de verzekeraar zelfs bereid om voor een groot deel financieel bij te dragen aan de kosten van re-integratie.

Samenvattend zullen bedrijven als gevolg van de economische recessie een steeds sterker risicobewustzijn ontwikkelen. Een niet te onderschatten risico in de sfeer van sociale zekerheid is de gedifferentieerde WGA-premie. Deze premie kan ‘ineens’ verveelvoudigen wat voor de onderneming voor een lange periode tot forse financiële lasten zal leiden. In ieder geval betekent dit een hoge mate van financiële onzekerheid. Het probleem van de gedifferentieerde WGA-premie is daarnaast, dat de premielasten door de complexiteit van het systeem, niet controleerbaar zijn. In de praktijk is helaas te vaak gebleken dat bedrijven door een foutieve premievaststelling door het UWV, een te hoge premie betalen. Voor bedrijven die zoeken naar financiële stabiliteit en betrouwbaarheid is het eigen risicodragen WGA een serieuze overweging waard. In dat geval wordt afscheid genomen van de publieke uitvoerder en wordt de dekking in handen gegeven van een private verzekeraar. Deze hanteert voor een betere dekking dan het UWV een concurrerende premie die ten opzichte van de gedifferentieerde premie zeer stabiel en in veel gevallen zelfs vast is voor een bepaalde periode. Daarnaast bieden verzekeraars effectieve (financiële) ondersteuning bij preventie en re-integratie.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen