In de praktijk zal het AOW-ouderdomspensioen door deze wet maximaal 4 weken later ingaan. Dat levert straks voor iedereen een gezamenlijk inkomensnadeel op ter grootte van in totaal 60 miljoen op jaarbasis. Dat blijkt uit de besparing die het ministerie van SZW voor deze maatregel inboekt. De wet gaat in op 1 april 2012.
Tijdens de parlementaire behandeling is onder meer het inkomensgat van mensen met een private verzekeringsuitkering in verband met arbeidsongeschiktheid aan de orde geweest. Deze groep verkeert in een kwetsbare positie omdat geen voorzieningen konden worden getroffen ter compensatie van het 'AOW-gat'. Dat is anders bij werkenden. Bij CAO kan immers worden geregeld dat men doorwerkt tot de 65e verjaardag en kunnen bestaande verzekeringscontracten worden opgepast zodat toekomstige verzekeringsuitkeringen doorlopen tot de 65e verjaardag. Voor lopende uitkeringsgerechtigden kan dat niet meer omdat de reserveringen die daarvoor zijn gedaan niet toereikend zijn. En zelfs al zou de gedachte ontstaan om lopende verzekeringscontracten ook voor ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan te passen, dan leert de verzekeringspraktijk dat in veel gevallen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden betaald zonder dat er nog een verzekeringscontract is. Dat contract kan inmiddels beëindigd zijn als gevolg van faillissement van de onderneming of door het oversluiten van het contract naar een andere verzekeraar. Uiteraard worden reeds ingegane uitkeringen bij beëindigen van het contract gewoon doorbetaald. Hierbij kan verwezen worden naar het zogeheten 'Convenant Van Leeuwen'.
Tijdens de Tweede Kamerbehandeling hebben verschillende politieke partijen op deze problematiek gewezen. Minister Kamp reageerde hierop door erop te wijzen dat voor ‘getroffenen’ verschillende manieren bestaan om het inkomensgat te overbruggen zoals het verzoek om een voorschot betaling van het AOW-oudedagspensioen of een beroep op sociale minimumregelingen. Dit is echter of een 'sigaar uit eigen doos' of een 'doekje voor het bloeden' maar in ieder geval geen echte oplossing omdat het financiële gat hierdoor niet wordt gedicht. De oproep van de Tweede Kamer om naar werkelijke oplossingen te zoeken is door de minister helaas afgewezen en kon uiteindelijk net niet rekenen op een meerderheid in de Kamer. De behandeling in de Eerste Kamer liet een herhaling zien van deze discussie met hetzelfde resultaat.
De conclusie is dat de hier bedoelde bezuiniging deels op de schouders terecht komt van uitkeringsgerechtigden die hiervoor geen voorzieningen konden treffen. Als uitvoerder van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen heeft Nationale-Nederlanden in het belang van de eigen uitkeringsgerechtigden, hiervoor tijdens de parlementaire behandeling aandacht gevraagd en zal dat ook doen in het kader van de verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 en later 67 jaar.
Zo kan wat dat laatste betreft alvast gewezen worden op het inkomensgat van 2 jaar waarmee bijvoorbeeld ex-zelfstandigen die momenteel een private arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben, straks geconfronteerd worden. In de meest schrijnende situatie wordt deze groep, die erop vertrouwde adequate inkomensvoorzieningen te hebben getroffen, straks gedwongen tot een tweejarig bestaan op minimum niveau waarbij eventueel eigen vermogen, wellicht mede bedoeld als pensioenvoorziening, noodgedwongen aangesproken moet worden. Dit zijn financiële gevolgen waarbij de gevolgen van de onlangs door de Eerst Kamer aangenomen wet, in het niet vallen.
Gezien deze gevolgen, is het te hopen dat de minister tot een andere politieke afweging komt. De rechtszekerheid zou daarmee in ieder geval gediend zijn.