De plannen van de commissie Bakker en het luchtballonnetje van Donner om de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen tot 70 jaar hebben de aandacht afgeleid van een eerder door Donner gepresenteerd plan om het voor werkgevers makkelijker te maken 65- plussers in dienst te houden. Dat is jammer.
Het is onwaarschijnlijk dat de pensioengerechtigde leeftijd op korte termijn wordt opgetrokken. Alle partijen zijn het er over eens dat alle energie voorlopig moet worden gericht op het verhogen van de arbeidsparticipatie van 55- en zelfs 45-plussers. Toch is het een gemiste kans als nu geen einde wordt gemaakt aan de lastige situatie van werkgevers die werknemers na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd aan het werk willen houden. Ook biedt het plan van Donner een oplossing voor de ontbrekende ziekteverzuimverzekering voor 65-plussers.
Het plan dat Donner presenteert in de discussienota ‘Men is zo oud als men zich voelt’ omvat een aantal maatregelen. Het minst onomstreden is de aanpak van de wetbepaling die onder juristen bekend staat als de Ragetlie-regel. Die regel houdt in het kort in dat een werknemer die al jarenlang werkt bij een werkgever, ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd de ontslagbescherming houdt die hem toekwam op grond van zijn oorspronkelijke contract. Een later ontslag met toepassing van de kantonrechterformule wordt dan wel erg kostbaar. Donner biedt werkgevers de mogelijkheid werknemers na pensionering een tijdelijk contract aan te bieden zonder ontslagbescherming.
Het tweede probleem dat Donner aanpakt is de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van twee jaar, die ook geldt voor 65-plussers. Ook dit weerhoudt werkgevers ervan werknemers in dienst te houden of te nemen nadat zij 65 jaar zijn geworden. Ouderen hebben een grotere kans om langdurig ziek te worden en de prikkel bij re-integratie is veel geringer omdat er alternatieve inkomstenbronnen zijn. Om te voorkomen dat werkgevers vastzitten aan twee jaar loondoorbetaling stelt Donner voor de loondoorbetalingsverplichting te beperken tot 6 a 8 weken .
Daarnaast maken de hogere kans op langdurig verzuim onder ouderen en het ontbreken van de re-integratieprikkel een verzuimverzekering voor 65 plussers erg kostbaar (en ongewild). Verzekeraars mogen onder de huidige wetgeving ook geen verzuimverzekering voor beperkte duur (korter dan twee jaar) aanbieden aan 65-plussers. Een werknemer zou op grond van leeftijdsdiscriminatie alsnog een uitkering van twee jaar kunnen afdwingen. Beperking van de loondoorbetaling tot 6 a 8 weken, lost dit verzekeringsprobleem op. Verzekeraars kunnen de verzekering over deze periode meenemen in de bestaande ziekengeldverzekeringen zonder dat dit tot premiestijgingen leidt.
Hierboven genoemde maatregelen worden gekoppeld aan een minimumloon voor 65-plussers, om verdringing te voorkomen. Niet alle werkgeversverenigingen zijn hier blij mee. Voor de werknemers en vakbonden is dit juist een pluspunt.
De meest omstreden maatregel uit het pakket is echter het voorstel om het mogelijk te maken de AOW pas na de huidige pensioengerechtigde leeftijd te laten ingaan, op een zelfgekozen moment. Voor elk jaar uitstel zou de AOW-uitkering 5% hoger uitvallen. De Kamer vreest voor uitvoeringsproblemen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en is niet overtuigd van de toegevoegde waarde van deze maatregel. De AOW kan ook op een eigen bankrekening worden gespaard. Ook vindt zij een periode van 6 tot 8 weken te kort om de alternatieve inkomstenbronnen te regelen op het moment dat een werknemer ziek wordt.
Het later laten ingaan van de AOW is geen essentieel onderdeel van een pakket maatregelen, dat het werkgevers makkelijker moet maken 65-plussers in dienst te houden. De overige drie onderdelen vormen wat mij betreft een afgewogen geheel. Het is daarom te hopen dat dit plan toch de aandacht krijgt die het verdient en dat zo spoedig mogelijk tot invoering wordt overgegaan. Dit zou een goed signaal zijn van de politiek naar alle werkgevers dat arbeidsparticipatie van ouderen serieus wordt genomen en er wel degelijk oor is voor de problemen van werkgevers die oudere werknemers aan de slag willen houden. Werkgevers hoeven hierdoor niet langer hun heil te zoeken in dure uitzendconstructies of papieren tijgers zoals de Doorwerk CAO.
Bijkomend voordeel is dat de 65-plussers die op deze manier de kans wordt geboden langer door te werken goede ambassadeurs kunnen zijn voor alle ouderen (45- en 55-plussers) die wel willen doorwerken maar onvrijwillig langs de kant staan.
Anna Marie Beerda, beleidsmedewerker Sociale Zekerheid Nationale-Nederlanden