De overheid moet het sociale zekerheidsstelsel inrichten als een basisstelsel. Daarbij zorgt de overheid voor een minimum inkomensvoorziening voor alle werkenden die uitgevoerd wordt door private partijen. Aanvullende (private) verzekeringen zijn een zaak van de burgers zelf. Belangrijk is dat het gaat om individuele rechten die meegenomen kunnen worden indien iemand overstapt van de ene onderneming naar de andere. Dit bepleit de Baliegroep, een denktank van kopstukken uit vakbeweging, werkgeverskring en wetenschap vandaag in een ingezonden stuk in de Volkskrant. Onder hen SER-voorzitterAlexander Rinnooy Kan, oud-CNV-voorzitter Doekle Terpstra, Jeroen de Glas van FNV Jong en Ronald De Leij van werkgeversvereniging AWVN.
Het basisstelsel is onderdeel van een plan voor het inrichten van een nieuw soort arbeidsverhouding die beter aansluit op de moderne verhoudingen die ontstaan zijn buiten de reguliere arbeidsovereenkomst. Kern van de nieuwe arbeidsverhouding is dat er meer werkzekerheid moet zijn voor de werknemer. Voorgesteld wordt dat bij het aangaan van het arbeidscontract ook afspraken worden gemaakt over professionele ontwikkeling van de werknemer en over de zekerheden die het individu zelf moet regelen. Financiële ruimte wordt ter beschikking gesteld voor zaken als scholing, coaching, zorgverlof, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Via cao's kunnen dit soort afspraken op sectorniveau worden gemaakt. De overheid ten slotte ondersteunt het investeren van de werknemer in zijn eigen scholing en ontwikkeling via een investeringsregeling. Als iemand een beroep doet op inkomensbescherming mag verwacht en zo nodig verlangd worden dat hij zijn investeringsbudget gebruikt om zijn arbeidsmarktpositie te versterken. De overheid beoordeelt in een dergelijke situatie de claims door middel van een onafhankelijk assessment. De claimbeoordeling blijft een publieke verantwoordelijkheid, de uitvoering kan door private partijen worden gedaan. De ondersteuning moet zo worden vormgegeven dat burgers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun re-integratie. De individuele re-integratie overeenkomsten (IRO´s) zijn een goed voorbeeld van de wijze waarop dat zou kunnen
De plannen van de Baliegroep lijken baanbrekend:, maar eigenlijk gaat het om een concept dat al minimaal sinds de jaren 80 van de vorige eeuw regelmatig werd bepleit en dat even vaak verworpen is. Ook deze plannen stuiten in brede kring op veel weerstand. In ieder lijkt het politieke klimaat op dit moment bepaald niet gunstig voor dit soort plannen.
Dat deze plannen niet nieuw zijn blijkt bijvoorbeeld uit onderstaand krantenartikel van de Volkskrant van 16 juli 1994 met als titel: ‘Ook voor Kok zal een basisstelsel onontkoombaar zijn’. Enkele passages uit dat krantenartikel:
'Het gaat er nu om dat we de beeldvorming doorbreken dat we alleen maar verworven rechten aan willen tasten, we moeten duidelijk maken dat we aan iets nieuws werken (bedoeld is een basisstelsel) waar ook de vakbeweging voordeel van heeft', zei VNO-voorzitter Rinnooy Kan in de Volkskrant van 7 juli.
Een wezenlijk andere opzet van de sociale zekerheid lijkt onvermijdelijk.Een of andere versie van het basisstelsel biedt daarvoor waarschijnlijk het beste aanknopingspunt. PvdA'ers als Wöltgens, Ritzen en Van Kemenade hebben daar halverwege de jaren tachtig trouwens ook voor gepleit.
Zes jaar later publiceerde de Volkskrant op 20 juli 2000 een artikel met als kop: ‘De eerste stap naar een basisstelsel sociale zekerheid’. In dit artikel wordt gesproken over een plan dat erg veel lijkt op het plan van de Baliegroep:
Rieken wil naast dit basisstelsel een Wet Arbeidsparticipatie en Inkomensgarantie. De inkomensgarantie geldt voor burgers die niet zelfstandig in hun inkomen kunnen voorzien. Het deel arbeidsparticipatie in de voorgestelde wet moet scholing, begeleiding, vorming en gesubsidieerde arbeid regelen.
In deze passage is de gedachte van de Baliegroep terug te vinden dat de overheid niet alleen moet zorgen voor een minimale inkomensbescherming maar ook voor een regeling die scholing en ontwikkeling moet ondersteunen.
Jo Rieken, was destijds topman van de brancheclub sociale zekerheid van Deloitte & Touche en ‘kwartiermaker’ in opdracht van het ministerie van SZW voor de commissie Donner die destijds de grondslag heeft gelegd voor de herziening van de WAO die uiteindelijk heeft geleid tot de invoering van de WIA.
Conclusie
Bij deze en vele andere voorstellen voor een herziening van het stelsel van sociale zekerheid, vervullen verzekeraars weliswaar geen beleidsbepalende rol maar wel een rol die in de loop van de tijd steeds belangrijker is geworden. Een rol waarbij de sector zich steeds meer bewust wordt van een maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat inkomensverzekeringen van essentieel belang zijn om maatschappelijk ontwikkelingen te faciliteren. Zo is het bij elk sociaal stelsel noodzakelijk dat er een goed functionerende private verzekeringsmarkt is die iedereen in staat stelt zich al dan niet aanvullend tegen redelijke condities te verzekeringen tegen risico’s van ziekte, arbeidsongeschiktheid en onder voorwaarden werkloosheid. Als het gaat om scholing, ontwikkeling en bredere inzet op de arbeidsmarkt na uitval, hebben private partijen een duidelijk financieel belang om hieraan een bijdrage te leveren. Wat het Manifest van de Baliegroep betreft lijkt het politieke klimaat niet gunstig op dit moment voor dergelijke plannen. De politieke lijn is op dit moment om in principe het stelsel van sociale zekerheid (nog) niet aan te passen maar wel na te gaan in hoeverre de uitvoering kan zorgen voor een meer activerend stelsel. In die lijn past privatisering van de WGA waarover het kabinet zich zeer binnenkort zal uitspreken.