De Zorgverzekeringswet (Zvw) verplicht in een groot aantal gevallen tot inhouding van een Zvw-bijdrage op een vanuit Nederland verrichte pensioen- en/of lijfrente-uitkering aan een in het buitenland woonachtige begunstigde. In het spraakgebruik staan deze in het buitenland woonachtige begunstigden beter bekend als “pensionado’s”.
Minder bekend is dat de woonlandfactor die is bedoeld om Zvw- bijdragen meer in evenwicht te brengen met de kosten van zorg in het woonland een cruciale rol speelt bij de uiteindelijk door een buitenlands betrokkene verschuldigde Zvw-bijdrage.
I. Achtergrondinformatie woonlandfactor
Vrijwel onbekend is dat de woonlandfactor die per land wordt vastgesteld jaarlijks wordt aangepast. De laatste aanpassing (voor 2011) is gepubliceerd in de Staatscourant van 29 november 2009, nr.18843
De per land verschillende (woonland)factor wordt jaarlijks op voordracht van het College voor Zorgverzekeringen(CVZ) door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport(VWS) vastgesteld en in een tabel gepresenteerd. Voor het jaar 2010 is dit gebeurd in de Regeling van de minister van VWS van 17 november 2010, nr. Z/VV-3034207. Een regeling die zoals eerder vermeld is gepubliceerd in de Staatscourant van 29 november 2010, nr. 18843.
De woonlandfactor is het quotiënt van de gemiddelde uitgaven voor zorg in het buitenland en de gemiddelde uitgaven voor zorg in Nederland.
De woonlandfactor heeft in het merendeel van de aan de pensionado te verrichten uitkeringen flinke invloed op de uiteindelijke hoogte van de door een pensionado verschuldigde Zvw-bijdrage.
Voor een goed begrip van de reële betekenis van de woonlandfactor is het raadzaam om de bijbehorende toelichting op dit begrip in de Staatscourant van 29 november 2010 te raadplegen.
De Zvw-bijdrage die door de pensionado is verschuldigd in verband met de pensioen- en/of lijfrente-uitkering die hij vanuit Nederland ontvangt bestaat uit 3 componenten:
(1) een nominale premie (in 2011: € 114,50 per maand;
(2) een inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage (2011: 5,65% over maximaal € 33.427,--) ;
(3) een AWBZ-bijdrage(2011: 12,15% over maximaal € 33.485,--).
In tabel 8 van de Regeling van de minister van VWS van 17 november 2010 wordt een volledig overzicht gegeven van de per 1 januari 2011 geldende woonlandfactoren geldend voor vanuit Nederland verrichte pensioen- en/of lijfrente uitkeringen aan een pensionado woonachtig in één van de volgende landen.
II Woonlandfactoren 2011
Tabel 8
Land Woonlandfactor
België 0,6827
Bosnie-Herzegovina 0,0542
Bulgarije 0,0454
Cabo Verde 0,0323
Cyprus 0,1578
Denemarken 0,6590
Duitsland 0,7310
Estland 0,1474
Finland 0,5326
Frankrijk 0,7747
Griekenland 0,3275
Groot-Brittannië 0,7986
Hongarije 0,1448
Ierland 1,0176
IJsland 1,0833
Italië 0,6058
Kroatië 0,1660
Letland 0,0974
Liechtenstein 0,6938
Litouwen 0,1060
Luxemburg 0,8167
Macedonie 0,0448
Malta 0,2046
Marokko 0,0125
Noorwegen 1,4227
Oostenrijk 0,6596
Polen 0,0769
Portugal 0,3235
Roemenië 0,0437
Servië 0,0870
Slovenië 0,2867
Slowakije 0,1542
Spanje 0,4073
Tsjechië 0,2149
Tunesië 0,0209
Turkije 0,0464
Zweden 0,8181
Zwitserland 0,5143
III. Rekenvoorbeeld(en) effect woonlandfactor 2011
Uit de hierna te presenteren 5 rekenvoorbeelden blijkt wat het effect is van de toepassing van de voor 2011 geldende woonlandfactoren voor inwoners van de ons omringende landen, zoals:
(1) Duitsland;
(2) België;
(3) Frankrijk;
(4) Spanje;
(5) Groot-Brittannië.
Voorbeeld 1
Stel:
Een inwoner van Duitsland geniet maandelijks vanuit Nederland een levenslang ouderdomspensioen van € 1.000,-- . Daarop wordt een inkomensafhankelijke Zvw (2011: 5,65%) en dito AWBZ-bijdrage (2011: 12,15%) ingehouden.
Zonder toepassing van de woonlandfactor zou de totale Zvw-inhouding € 178,- bedragen.
Dankzij de in 2011 voor Duitsland geldende woonlandfactor van 0,7310 bedraagt de uiteindelijk verschuldigde Zvw-bijdrage nog maar € 130,--.
Voorbeeld 2
Stel:
Een inwoner van België geniet maandelijks vanuit Nederland een levenslang ouderdomspensioen van € 1000,--. Daarop wordt een inkomensafhankelijke Zvw (2011: 5,65%) en dito AWBZ-bijdrage (2011: 12,15%) ingehouden.
Zonder toepassing van de woonlandfactor zou de totale Zvw-inhouding € 178,-- bedragen.
Dankzij de in 2011 voor Belgie geldende woonlandfactor van 0,6827 bedraagt de uiteindelijk verschuldigde Zvw-bijdrage nog maar € 122,-.
Voorbeeld 3
Stel:
Een inwoner van Frankrijk geniet maandelijks vanuit Nederland een levenslang ouderdomspensioen van € 1.000,--. Daarop wordt een inkomensafhankelijke Zvw (2011: 5,65%) en dito AWBZ- bijdrage (2011: 12,15%)
ingehouden.
Zonder toepassing van de woonlandfactor zou de totale Zvw-inhouding € 178,-- bedragen.
Dankzij de voor Frankrijk geldende woonlandfactor van 0,7747 bedraagt de uiteindelijk verschuldigde Zvw-bijdrage nog maar € 138,--.
Voorbeeld 4
Stel:
Een inwoner van Spanje geniet maandelijks vanuit Nederland een levenslang ouderdomspensioen van € 1000,--. Daarop wordt een inkomensafhankelijke Zvw (2011: 5,65%) en dito AWBZ- bijdrage (2011: 12,15%) ingehouden.
Zonder toepassing van de woonlandfactor zou de totale inhouding € 178,-- bedragen.
Dankzij de voor Spanje geldende woonlandfactor van 0,4073 bedraagt de uiteindelijk verschuldigde Zvw-bijdrage nog maar € 73,--
Voorbeeld 5
Stel:
Een inwoner van Groot-Brittannië geniet maandelijks vanuit Nederland een levenslang ouderdomspensioen van € 1.000, -. Daarop wordt een inkomensafhankelijke Zvw (2011: 5,65%) en dito AWBZ –bijdrage (2011: 12,15%) ingehouden.
Zonder toepassing van de woonlandfactor zou de totale inhouding € 178,-- bedragen.
Dankzij de voor Groot-Brittannie geldende woonlandfactor van 0,7986 bedraagt de uiteindelijk verschuldigde Zvw-bijdrage nog maar € 142,--.
IV. Conclusie
Bij een woonlandfactor lager dan 1 worden de gevolgen van de pensionadoheffing gematigd.
Dit is in 2011 in 39 van de 42 landen het geval. Bij een woonlandfactor groter dan 1 verzwaard. Dit laatste geldt voor Ierland, IJsland en Noorwegen.