Een arbeidsdeskundige houdt zich bezig met
vraagstukken op het gebied van mens en arbeid en de factor
belasting/belastbaarheid. Dit artikel geeft een beschrijving van het werk van
een arbeidsdeskundige, gericht op de particuliere verzekeringssector en binnen
dit kader de zelfstandig ondernemer.
Het begrip arbeidsdeskundige is bij veel mensen wel bekend en vaak wordt hierbij gedacht aan iemand die arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen verricht bij het UWV of bij een verzekeraar. Er zijn ook vele arbeidsdeskundigen op andere gebieden werkzaam, bijvoorbeeld bij een arbeidsdeskundig adviesbureau, een re-integratiebureau, bij een Arbodienst of als zelfstandig ondernemer. De werkzaamheden kunnen zeer divers zijn, afhankelijk van de sector waar men werkzaam is.
Binnen de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen werkt de arbeidsdeskundige met de polisvoorwaarden als uitgangsbasis. Er zijn verschillende polissen: van beroeps tot passende en gangbare arbeid. De arbeidsdeskundige is op de hoogte van de polisvoorwaarden en bijbehorende criteria en stemt hier de werkwijze op af.
Doorgaans wordt de inzet van een arbeidsdeskundige gekoppeld aan het begrip arbeidsongeschiktheid. Maar ook bij dreigend verzuim, een acceptatieonderzoek, een werkplekonderzoek en re-integratiebegeleiding kan een arbeidsdeskundige ingeschakeld worden.
Bij een acceptatieonderzoek wordt door de
arbeidsdeskundige gekeken naar het risico dat het te verzekeren beroep met zich
meebrengt en of dit een acceptabel risico is voor de verzekeraar. Denk hierbij
aan onder andere sectoren als de autohandel, horeca, muziekwereld en
paramedische beroepen. De arbeidsdeskundige beoordeelt dan de fysieke en
mentale belasting van het beroep, kijkt naar sociaal-maatschappelijke factoren
en naar de functie-eisen die voor het betreffende beroep gelden. Ook wordt
aandacht besteed aan het type ondernemer, diens motivatie, visie en zijn
financiële situatie. Een acceptatieonderzoek is eenmalig en er wordt een advies
afgegeven over het te verzekeren bedrag en het polismodel.
Een arbeidsdeskundige kan ook worden ingezet voor een preventief onderzoek, bijvoorbeeld een werkplekonderzoek bij een startende ondernemer die zijn kantoor wil inrichten. Een juiste beeldscherm werkplekopstelling is dan belangrijk. Maar ook als een ondernemer zijn werkorganisatie wil veranderen, of hulpmiddelen of aanpassingen nodig heeft om de werkbelasting te verminderen, kan de arbeidsdeskundige ingeschakeld worden.
Voor kan een arbeidsdeskundige worden ingezet bij
dreigende arbeidsongeschiktheid. Denk aan een gezinssituatie waarbij er een
ziek gezinslid is en er in dit kader een extra beroep wordt gedaan op de
ondernemer waardoor zijn eigen belastbaarheid afneemt en uitval op termijn
dreigt waardoor de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt. Het kan dan
zinvol zijn om een arbeidsdeskundige in te schakelen en te bekijken of er een
oplossing is om problemen later te voorkomen. Bijvoorbeeld het tijdelijk
inschakelen van een extra hulp, andere werkorganisatie, inschakelen van
psychologische begeleiding om te leren omgaan met een situatie.
In geval van arbeidsongeschiktheid gebeurt de
schatting van de mate van arbeidsongeschiktheid door een arbeidsdeskundige. Dit
op basis van toetsing van de functiebelasting van het verzekerde beroep versus
de belastbaarheid van de verzekerde. De belastbaarheid wordt door een medicus
vastgesteld. Maar het komt ook regelmatig voor dat er een
arbeidsongeschiktheidsmelding bij de verzekeraar binnenkomt en dat de aard van
de ziekte, de belastbaarheid en de prognose nog niet bekend is. Ook kan het
vaak even duren voordat een medische situatie uitgekristalliseerd is. Maar ziek
zijn wil niet zeggen dat iemand ook volledig arbeidsongeschikt is voor zijn
werk. De arbeidsdeskundige wordt dan gevraagd een eerste inventariserend
onderzoek te verrichten. Op basis van bevindingen en overwegingen wordt dan een
schatting gedaan naar de mate van arbeidsongeschiktheid. Vaak kan er dan ook al
een afspraak gemaakt worden met de verzekerde over het verdere verloop van de
arbeidsongeschiktheid en niet altijd is inschakeling van een medisch adviseur
of controleren arts nodig.
De arbeidsdeskundige kan ook een rol hebben in de
re-integratie. Denk hierbij aan de coaching tijdens de
arbeidsongeschiktheidsperiode, het geven van informatie over hulpmiddelen en
voorzieningen of de aanzet geven voor belastbaarheidverhogende trainingen,
bijvoorbeeld een rugtraining bij rugklachten. De arbeidsdeskundige spreekt een
werkhervattingschema met de verzekerde af met vaak een stapsgewijze opbouw. Na
een periode van arbeidsongeschiktheid is de belastbaarheid meestal gering en om
problemen te voorkomen is het verstandig om de belastbaarheid geleidelijk op te
bouwen op alle fronten. Dus niet alleen richting het werk, maar ook de
thuissituatie en leefstijl worden meegenomen. Om weer terug te komen in een
“gezonde” situatie is het van belang om een goede balans op te bouwen tussen
belasting en belastbaarheid.
Dan is er nog het jaarcijferonderzoek. Dit is niet
standaard maar kan wel deel uitmaken van een arbeidsdeskundig onderzoek.
Bijvoorbeeld na langere tijd arbeidsongeschiktheid om te bepalen welk effect de
arbeidsongeschiktheid heeft op de financiële situatie van verzekerde. Ook in
het geval van controle op de verzekerde bedragen of op verdenking van fraude
kunnen de jaarcijfers opgevraagd worden.
Er is een grote diversiteit aan polissen. Een aantal
polissen kent in het eerste jaar het criterium beroepsarbeidsongeschiktheid.
Dan wordt er uitsluitend beoordeeld op het verzekerde beroep. In het 2e
jaar van arbeidsongeschiktheid kunnen ook taakverschuivingen meegewogen worden.
Dit kan soms een behoorlijke verandering in de bedrijfsorganisatie tot gevolg
hebben. Een bedrijfsleider inzetten, schuiven van taken en afdelingen et
cetera. Er wordt dus breder gekeken dan in het eerste jaar van
arbeidsongeschiktheid. Bij beoordeling op passende arbeid wordt er verder
gekeken dan uitsluitend het eigen bedrijf en is de beoordeling ook meer
theoretisch (de geduide functies hoeven niet daadwerkelijk voorhanden te zijn).
Is er sprake van een polis waarbij gangbare arbeid het criterium is, biedt dit
nog meer ruimte voor de beoordeling. Het type polis is dus van belang bij een
arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.
Een zelfstandig ondernemer meldt zich niet zo snel ziek en heeft doorgaans een hoge “verzuimdrempel”. Hij heeft vaak een emotionele binding met zijn bedrijf en “ziek zijn” kost hem direct geld. Een ondernemer is erbij gebaat dat zijn bedrijf kan doordraaien en is dan ook op ziek naar oplossingen voor het probleem dat arbeidsongeschiktheid met zich meebrengt. De ondernemer gaat vaak door binnen zijn bedrijf totdat het niet mee gaat en meldt zich dan pas bij de verzekeraar. Snel weer beginnen en veel uren maken is iets dat ondernemers niet vreemd is. Op het moment dat een ondernemer zich arbeidsongeschikt meldt bij de verzekeraar verwacht hij dat zijn melding zorgvuldig wordt behandeld en dat er met hem meegedacht wordt.
De aanpak van arbeidsongeschiktheid is integraal: er wordt gekeken naar het individu, naar werk en werkplek en de thuissituatie. Vervolgens wordt gekeken naar een combinatie van maatregelen om de problematiek op te lossen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden waarbij de ondernemer zijn bedrijf ondanks zijn arbeidsongeschiktheid toch kan laten draaien. Immers de arbeidsongeschiktheidspolis is erop gericht om inkomstenderving bij arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Door deze integrale aanpak wordt met de ondernemer samen naar oplossingen gezocht.
Soms kan het nodig zijn om in het kader van de
beoordeling, maar ook om naar oplossingen te zoeken, de jaarcijfers bij de
beoordeling te betrekken. Als de arbeidsongeschiktheid langer duurt dan 1 jaar
is vaak het effect ervan wel terug te zien in de cijfers. Er zijn bijvoorbeeld
extra personeelskosten gemaakt. Maar ook kan gekeken worden naar het
inkoopbeleid, de verhouding in kosten. Als er twijfel is over voldoende
inkomsten bij de verzekerde bedragen kunnen de cijfers eerder opgevraagd
worden. Iemand kan ook ziek worden omdat het bedrijf niet goed draait. Echter
om echt iets te kunnen zeggen over het effect van de arbeidsongeschiktheid op
de bedrijfsresultaten moet iemand toch wat langer uitgevallen zijn. Doorgaans
worden de cijfers opgevraagd tot 3 jaar voor de arbeidsongeschiktheid en bij
bedrijven waarbij de inkomsten flink kunnen fluctueren, 5 jaar voor uitval
(boerenbedrijven, tuinders).
Een schadeafhandelingstraject is zoveel mogelijk praktijk gericht. Behoudens dat er formeel een beoordeling plaats vindt zal er samen met de ondernemer gekeken worden naar de mogelijkheden om het eigen werk weer op te pakken, zonodig met aanpassingen.
Er kan bijvoorbeeld een taakwisseling binnen de organisatie plaatsvinden. Denk hierbij aan het inschakelen van een bedrijfsleider of het verschuiven van een meer uitvoerende taak naar een adviserende. Uiteraard wel in redelijkheid en billijkheid. Van een ondernemer die samen met zijn broer een bedrijf runt waarbij hij met name de uitvoerende kracht was en de broer de beleidsmatige kant voor zijn rekening neemt, kan niet direct gevraagd worden om deze rollen om te draaien. Daarom wordt ook een grondig onderzoek verricht en komen affiniteiten en capaciteiten aan de orde. Soms kan het nodig zijn dat er bij- of omscholing plaatsvindt. Bijvoorbeeld in het geval van een ondernemer die onvoldoende is toegerust op zijn taak en hierdoor psychische klachten krijgt. Denk hierbij aan een sterke groei van het bedrijf, overname van het bedrijf van vader op zoon en bijvoorbeeld onvoldoende of gerichte scholing. Ieder bedrijf en functie heeft zijn eisen en de ondernemer moet hierin mee kunnen.
Maar ook werkplekaanpassingen als een goede stoel, een aangepaste machine kunnen ertoe bijdragen dat de arbeidsongeschiktheid kan afnemen en de ondernemer zijn werk weer kan doen.
Om een uitspraak te kunnen doen over de mate van arbeidsongeschiktheid en het verdere verloop wordt een uitgebreide intake gedaan waar de volgende onderwerpen aan de orde komen: de sociale en medische situatie, arbeidsverleden en bedrijfsanalyse, taak- en functiebeschrijving, verzekeringstechnische aspecten, visie van de ondernemer en re-integratieafspraken. Aan het eind van een gesprek wordt besproken wat er uit de optiek van de arbeidsdeskundige richting verzekeringsmaatschappij wordt geadviseerd. Bijvoorbeeld afspraken over de uitkering, voorstel tot hulpmiddelen of re-integratiebegeleiding, overleg met de medisch adviseur of inschakelen van derden. Afhankelijk van de polis en ook de vraagstelling kan een bezoek een meer schattend karakter hebben of meer op de re-integratie gericht.
In de AOV heeft men te maken met vooral de zelfstandig ondernemers. In de praktijk vraagt dit om een specifieke aanpak. Een ondernemer is vaak een ander type mens dan de werknemer en kijkt op een andere manier naar zijn werk dan veel werknemers. Rondom het thema arbeidsongeschiktheid zijn er verschillen waar rekening mee moet worden gehouden. Zo heeft een ondernemer doorgaans alleen te maken met de AOV-verzekeraar, terwijl de werknemer heeft te maken met een Arbodienst, het UWV en zijn leidinggevende. Een ondernemer is zijn eigen baas, heeft vaak een variabel inkomen, diversiteit aan taken en de eindverantwoordelijkheid en er is het risico van voortbestaan van de onderneming. Doorgaans maakt een ondernemer meer uren dan een werknemer en de verzuimdrempel ligt hoger. Daarentegen heeft de ondernemer meestal meer regelmogelijkheden bij de re-integratie dan een werknemer die meer gebonden is aan de functieomschrijving en gemaakte afspraken in het bedrijf.
Of het nu gaat om een beoordeling bij (dreigende) arbeidsongeschiktheid een preventieonderzoek of een re-integratiebegeleiding, een oplossingsgerichte aanpak en maatwerk is belangrijk. Door het al in een vroeg stadium inschakelen van de arbeidsdeskundige kan iemand sneller weer op het goede spoor gezet worden, het re-integratieproces kan positief beïnvloed worden en mogelijke bedrijfsschade kan voorkomen of beperkt worden.