Werkgeversorganisaties, vakbonden en kabinet zijn het
eens geworden over de toekomst van het pensioenstelsel en het langer gezond
kunnen doorwerken. De afspraken zijn een uitwerking van het Pensioenakkoord dat
werkgeversorganisaties en vakbonden op 4 juni 2010 hebben gesloten. Helemaal rond is de zaak nog niet. Er zal over 5
weken een referendum worden gehouden onder alle FNV-leden. Pas daarna weten we
of het akkoord voldoende steun krijgt.
Het afgelopen
jaar hebben sociale partners uitvoerig onderhandeld over de uitwerking van de
afspraken over de overgang naar schokbestendige en transparante
pensioencontracten. Het resultaat is neergelegd in het “Uitwerkingsmemorandum
Pensioenakkoord 4 juni 2010”. Vervolgens heeft het kabinet besloten op basis
van de voorstellen van de Stichting van de Arbeid de AOW en fiscale regelingen
aan te passen.
Verhoging pensioenleeftijd
Nederland vergrijst. De gemiddelde leeftijd van de bevolking stijgt , terwijl de groei van de bevolking afneemt doordat er minder kinderen worden geboren. Hierdoor zal de beroepsbevolking vanaf 2010 kleiner worden, terwijl het aantal 65-plussers snel toeneemt. Er zijn straks minder mensen die werken en de premies voor de AOW moeten opbrengen voor meer mensen. Daarom is nu afgesproken dat de pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijd gaat naar 66 jaar in 2020 en naar 67 jaar in 2025.
Mensen kunnen ervoor kiezen om eerder te stoppen met werken, maar dan
ontvangen ze een lagere AOW-uitkering. Voor ieder jaar dat ze eerdere stopen
met werken is er een korting van 6,5 %. Wie een of twee jaar langer blijft
werken krijgt voor elk jaar 6,5% verhoging van de AOW-uitkering. De
AOW-uitkering gaat vanaf 2013 voor iedereen met 0,6 % extra per jaar omhoog.
Aanvullende pensioenen
De premies voor de aanvullende pensioenen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen.
Om dit te
ondervangen is nu een premiestabilisatie is afgesproken op basis van het in de
afgelopen jaren bereikte premieniveau. Hierdoor komen de risico’s van langer
leven en ontwikkelingen op de financiële markten bij de werknemers te liggen.
Als er tegenvallers zijn kan dat niet meer worden opgevangen met
premieverhogingen, maar zullen de opgebouwde aanspraken en pensioenuitkeringen
moeten worden verlaagd. Het Uitwerkingsmemorandum geeft hiervoor verschillende
varianten weer. Per bedrijfstakpensioenfonds of ondernemingspensioenfonds moet
bekeken worden welke variant men wil kiezen. Pensioenen worden dus onzeker,
maar de mate van onzekerheid hangt ook nog eens af van de keuze die het
pensioenfondsbestuur maakt.
Witteveenkader
De
aftrekbaarheid van de pensioenpremie, geregeld in het zogenaamde
Witteveenkader, wordt beperkt door verhoging van de rekenleeftijd naar 66 jaar
in 201 en naar 67 jaar in 2015. De maximale jaarlijkse opbouwpercentages (2,25% bij
middelloon en 2% bij eindloon) blijven ongewijzigd. De franchise
wordt verhoogd in lijn met de verhoging van de AOW-uitkering. Deze fiscale
maatregelen hebben geen effect op de tot 1-1-2013 opgebouwde aanspraken.
Pensioenverzekeringen
Het Pensioenakkoord
heeft betrekking op pensioenregelingen die worden uitgevoerd door
pensioenfondsen. Voor werkgevers en werknemers die hun pensioen hebben ondergebracht
bij een pensioenverzekeraar liggen de zaken anders. In het Pensioenakkoord is
afgesproken dat het kabinet in overleg treedt met werkgevers, werknemers en
pensioenverzekeraars om te bezien in welke mate de afspraken uit het akkoord
doorvertaald kunnen worden naar het terrein van pensioenverzekeringen, en welke
wettelijke aanpassingen daarvoor nodig zijn.
Vervolg
Het Uitwerkingsmemorandum van 9 juni 2011 laat nog veel punten open. Minister Kamp moet nog komen met een voorstel voor aanpassingen in de wetgeving om uitvoering van het akkoord mogelijk te maken. Bovendien is er nog een achterbanraadpleging bij de vakbonden. Voorlopig blijft er dus nog veel onzekerheid bestaan.
Hasko van Dalen, Directeur Beleidsontwikkeling Pensioenen