Beleidsarm noemen ze de miljoenennota voor 2011. Alleen uitvoeren wat toch echt moest. Maar is dat ook zo? Kijk, ik ben het er mee eens dat het noodzakelijk is inkomsten en uitgaven op elkaar af te stemmen. Wie schulden maakt moet zeker weten dat op termijn te kunnen terugbetalen. Dat geldt voor een huishouden en voor de staat.
Een hypotheek is niet erg als je je baan houdt toch. En de rente..., ja vervelend , ook voor de staat. Het laat minder ruimte voor andere uitgaven. Maar voor de staat geldt in tegenstelling tot de pensioenfondsen, dat een langdurig lage rente gunstig is. Ieder nadeel heeft zijn voordeel. Maar als we met elkaar meer moeten gaan verdienen, wat is dan de beleidsvisie achter bezuinigen op reïntegratie van werklozen, inburgering of kinderopvang? Dat betekent toch echt niet dat er meer mensen aan de betaalde arbeid deel gaan of blijven nemen.
Of moet ik die bezuiniging op de kinderopvang soms zien in samenhang met de bezuiniging op de WMO? Gemeenten moeten voor ze thuiszorg regelen vooral meer letten op de mogelijkheden die burenhulp en mantelzorg kunnen bieden, en dan is het dus gunstig als dochters en kleindochters meer tijd krijgen om hun oudere ouders of buren te gaan helpen. Ook de verlaging van de vennootschapsbelasting zal zeker leiden tot meer postbusfirma’s in Nederland, het westerse belastingparadijs. Maar of dat bijdraagt aan onze economische groei durf ik echt te betwijfelen. Nee, beleidsarm is het niet maar ik ben het oneens met het beleid.
Dat zal bij het te verwachten nieuwe kabinet nog toenemen. Niet meer investeren in duurzaamheid, als je nu ergens mee wil verdienen in de huidige wereldeconomie is het natuurlijk door nieuwe ontwikkelingen op duurzame en energiezuinige productie en consumptie sterk te bevorderen. Ik laat mijn andere bezwaren tegen het vermoedelijk komende kabinet maar achterwege.
Ach, had ik maar een bankvergunning. Dan leende ik miljoenen bij de Centrale Bank om dat op dezelfde dag weer aan de Centrale Bank uit te lenen. Het verschil tussen de debet en creditrente biedt ongekende mogelijkheden. Dat banken nog steeds in de problemen zitten is zo gezien toch een raadsel. Ik ontvang op mijn spaargeld nauwelijks rente, de fiscus gaat uit van een vast rendement van 4 %. Ook dat is dus slapend rijk worden....
Nee, niet voor de burger die niet begrijpt waarom zijn pensioenfonds dan niet ook met 4 % rekenrente de dekkingsgraad mag berekenen. Nu sla ik dus echt door. Pensioenen mogen niet betaald worden door uit de spaarpot van een volgende generatie te putten. Het is geen omslagstelsel. Maar het komt wel goed uit dat de de nieuwe berekeningen over de toename van de levensverwachting gepaard gaat met een toch al te lage dekkingsgraad van de pensioenfondsen, Dat versterkt de zichtbaarheid van de noodzaak tot langer doorwerken. Maar meer deelname aan betaalde arbeid, langer doorwerken vereist ook een werkelijke aanpassing van de arbeidsmarkt en, zie het begin van mijn betoog, ik zie nu juist een bevordering van het niet-buitenshuis werken....
Hoewel het het laatste kwartaal - met een demissionair kabinet- in Nederland beter gaat met de economische groei zal ik niet zeggen dat het zonder kabinet altijd beter gaat. Maar toch, geen kabinet is beter dan verkeerd kabinetsbeleid . Ik hoop toch echt dat er een nieuw kabinet zal komen dat de economie versterkt, de lasten eerlijk deelt en een ieder in staat stelt mee te werken aan een sterker en socialer Nederland.
Over Elske ter Veld
Bevlogen Groningse 'rooie vrouw', die na een studie aan de Sociale Academie werkzaam was bij de vakbeweging. Was vervolgens in de Tweede Kamer een toonaangevend en ter zake kundige woordvoerster sociale zekerheid. Voerde krachtig oppositie tegen de ingrepen in de sociale zekerheid van minister De Koning en staatssecretaris De Graaf. Als staatssecretaris in het derde kabinet-Lubbers i ontkwam zij zelf echter evenmin aan dergelijke pijnlijke ingrepen, waarbij met name haar voorstel voor een nieuwe Nabestaandenwet op veel verzet stuitte. Spanningen met de PvdA-fractie rond haar plannen met de bijstand leidde in 1993 tot haar gedwongen vertrek. Keerde in 1995 terug als Eerste Kamerlid. Strijdlustige en koppige socialiste, maar ook een onconventioneel gezelligheidsdier.
Partijpolitieke functies
- tweede fractiesecretaris PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 november 1988 tot 7 november 1989
- fractiesecretaris PvdA Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1999 tot 10 juni 2003