Eind september mocht ik een actieve bijdrage leveren aan de 3e invitational conference georganiseerd door het Verbond van Verzekeraars. Het thema was ‘Preventie, naar een gezonde toekomst’ en had alles te maken met de integratie van zorg en sociale zekerheid. Vertegenwoordigers van de wetenschap, werkgevers en werknemers, arbodiensten en verzekeraars lieten zien wat een gezondheidsbeleid op de werkvloer kan betekenen voor de gezondheid van werknemers en daarmee van het bedrijf. Zij gingen in op uitdagingen en gaven inzicht in de mogelijkheden bij bedrijven. Het SER advies over preventie en gezondheid op de werkvloer stond prominent op de agenda. Ik geef u graag inzicht in de onderwerpen die ter sprake kwamen.
SER advies
Het SER advies geeft aan dat op het niveau van arbeidsorganisaties een betere
gezondheid van werknemers kan leiden tot minder verzuim en uitval en tegelijkertijd tot
hogere productie en betere prestaties. Op langere termijn betekent een betere gezondheid een langere inzetbaarheid van werknemers. Met de komende verlenging van de AOW-leeftijd is dit alleen maar belangrijker. Duurzame inzetbaarheid van werknemers is nodig om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Daarnaast betekent een goede gezondheid van de bevolking, minder uitgaven voor zorg. Wetten als Wet uitbreiding loondoorbetaling bij ziekte, de Wet verbetering Poortwachter, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet hebben bedrijven en organisaties aangezet tot het nemen van verantwoordelijkheid. Er is gezondheidswinst geboekt. Naast een goed arbo-, verzuim en re-integratiebeleid, dient het beleid van organisaties gericht te worden op gezondheidsbevordering. Al hoewel de werknemer zelf verantwoordelijk is voor zijn leefstijl en gezondheid, kan de werkgever zijn werknemer aanspreken op zijn of haar verantwoordelijkheid wanneer de leefstijl van de werknemer leidt tot aantoonbaar minder functioneren op het werk. Dat zal echter in de praktijk niet altijd meevallen.
Hoe zit het eigenlijk met onze sterftecijfers en wat zijn dan de oorzaken?
Volgens het RIVM (RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu) overleden er in Nederland in 2007 ruim 133.000 personen, waarvan 65.000 mannen en 68.000 vrouwen. Absoluut gezien overlijden tot en met de leeftijd van 81 jaar op bijna iedere leeftijd meer mannen dan vrouwen. Vanaf 82-jarige leeftijd overlijden er meer vrouwen dan mannen. Dat heeft te maken met het feit dat er in 2007 meer oude vrouwen zijn dan oude mannen. Wanneer gekeken wordt naar de sterfteoorzaken dan zijn longkanker, coronaire hartziekten, beroerte en COPD de grootste boosdoeners. Willen we naar een gezonde toekomst dan moeten we inzoomen op deze boosdoeners.
De boosdoeners
Dat roken longkanker en COPD (longziekte) kan veroorzaken dat weten we inmiddels allemaal. Ik weet nog goed dat ik als kind voor mijn ouders de sigaretten in de plaatselijke tabakswinkel kon kopen. Omdat ik de namen van de toen welbekende merken (“Chief whiep (schrijf ik het goed? )en Roxy dual”) niet kon uitspreken, riep ik al kleuter “eentje voor papa en eentje voor mama”. Ik legde mijn centjes neer en kreeg mijn boodschapjes mee. Gelukkig kan dat tegenwoordig niet meer! Het ontmoedigingsbeleid dat de overheid voert is een maatregel om er preventief voor te zorgen dat er steeds minder mensen overlijden aan de gevolgen van roken. Met alle discussie van vandaag de dag. Ik herinner me de plaatjes van Fokke & Sukke die al zittend aan de bar, zuchtend aangeven dat het wel even wennen zal zijn. Normaal gesproken stoppen ze altijd op 1 januari met roken.
Persoonlijk moet ik toegeven dat ik het heerlijk vind dat ik na een Horeca avondje niet meer stink naar de rook, of dat mijn ogen niet meer als branderige speldenknoppen in mijn hoofd zitten. Ook kan ik me niets meer voorstellen van het feit dat mijn 60-jarige collega aan het bureau naast mij, jarenlang een sigaar op stak! Natuurlijk valt het vandaag de dag voor de Horeca-ondernemers niet mee. Zij hebben de gevolgen van het rookbeleid direct in de portemonnee gevoeld. Dat naast de huidige recessie is een extra financiële klap.
Wat betreft hartziekten worden deze ook voor een belangrijke mate veroorzaakt door roken. Andere factoren zijn voeding en bewegen.
Wat betreft het krijgen van een beroerte is de belangrijkste risicofactor de leeftijd: hoe ouder des te hoger de kans op een beroerte. Andere belangrijke risicofactoren zijn: een verhoogde bloeddruk, een gestoorde glucosetolerantie, roken en overmatig alcoholgebruik.
De wetenschappers gaven tijdens de bijeenkomst van het Verbond van Verzekeraars aan dat preventie op het gebied van gezondheid baten opleveren. Een bewezen besparing van de curatieve zorg, maar ook betere schoolprestaties en minder verzuim een hogere arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit.
Bewegen is als risicofactor voor hart en vaatziekten van vrijwel even groot belang als roken.
Ook hier heeft onderzoek uitgewezen dat voldoende bewegen een positief effect heeft op arbeidsverzuim. Sportende werknemers verzuimen minder vaak en vooral korter, met name bij zittend werk. In 4 jaar tijd is de “winst” 25 dagen t.o.v. niet-sporters ofwel 50 dagen t.o.v. nooit-sporters (onderzoek V.d. Heuvel 2003).
Preventieprogramma’s moeten dus gerelateerd zijn aan voeding en bewegen.
Ervaringen tot nu toe
Arbodiensten, brancheorganisaties en verzekeraars, bieden diverse programma’s aan om diverse type ondernemers te ondersteunen.
Bij middelgrote bedrijven (ongeveer 200 werknemers) worden initiatieven rond gezondheidsmanagement door arbodiensten ingevoerd. Dit houdt in dat medewerkers vragenlijsten invullen. Op organisatieniveau worden hiervan rapporten opgesteld en een plan van aanpak voorgesteld. Interventies vinden op individueel niveau plaats door o.a. inzet van een gezondheidscoach en een activity monitor. Na verloop van tijd worden resultaten opnieuw gemeten en is ontwikkeling te zien.
De agrarische en groene sector heeft de regie rond de ketenaanpak gezond en veilig werken bij de sociale partners gelegd. De ervaring is dat de meeste bedrijven te klein zijn om zelf verantwoordelijkheid te nemen en de lasten te kunnen dragen. Preventie is een onderdeel van de keten van verzuim en verzekeren en is gericht op de gezondheid van het individu en schadelastbeheersing. Sociale partners zijn distributiekanaal, regelaar en (mede)financier.
Als verzekeraar hebben ook wij aandacht voor preventie. Ook wij zien (deels) dat preventie een onderdeel is van de keten verzuimbegeleiding, re-integratiedienstverlening en verzekeren. Ik kan diverse voorbeelden geven hoe wij binnen deze keten voor brancheorganisaties de preventie op maat invullen. In de diverse verzuimloketten geven wij de ondernemers zelf, maar ook de brancheorganisaties inzicht in de problematiek van de branche. Welke verzuimoorzaken zijn kenmerkend en wat zijn de mogelijke oplossingsrichtingen. Zo merken wij bijvoorbeeld bij de Centrale Branchevereniging Wonen dat er “bewegingsarmoede” is bij de jongere werknemer en bieden wij hiervoor een preventief programma. De interventionist laat de individuele werknemer een vragenlijst invullen, en gaat aan de slag met het vitaliteitsprogramma. Naast het meten van BMI, zuurgraad, buikomvang en het vullen van de vragenlijst, wordt de werknemer begeleid zodat positieve resultaten gehaald kunnen worden. Deze worden door middel van Leefstijl Quotiënt (vragenlijst) en Vitaliteits Quotiënt (fysieke metingen) gemeten. De begeleiding wordt uitgevoerd door een coach en vindt plaats in de “eigen tijd” van de werknemer via e-mail of telefoon. Het programma wordt laagdrempelig aangeboden door werkgevers aan de werknemers. Kosten zijn relatief laag, paar honderd euro, en wordt enthousiast ontvangen. Hierdoor is het MKB, is deze branche gemiddeld 7 werknemers, erg enthousiast.
Belangrijk bij het aanbieden van preventieprogramma’s is de aansluiting te vinden bij de werknemers die het betreft. Of dit nu bedrijven zijn met een eigen P&O afdeling die een programma voor de hele organisatie neerzetten, de boeren in de agrarische sector of de woninginrichters in het mkb. Inzoomen op de problematiek is belangrijk om gepaste oplossingen te kunnen bieden. Deze oplossingen zijn gerelateerd aan de leefstijl. Werknemers zullen alleen meedoen als het aanbod bij ze past. Niet te ingewikkeld of te betuttelend. In sommige situaties blijft het een lastig onderwerp voor zowel werkgevers als werknemers. Voor werkgevers, omdat het ronduit vervelend is je medewerker te moeten aanspreken op verzuim wanneer je weet dat zijn/haar leefstijl niet gezond is. Maar ook voor werknemers is het lastig om toe te geven dat hij/zij iets aan zijn leefstijl zou moeten doen, welke vorm dan ook.
Ik wil hiermee niet zeggen dat leefstijl programma’s de oplossing zijn tot verzuimreductie. Wel ben ik ervan overtuigd dat veel verzuimproblemen gerelateerd zijn aan een gezonde leefstijl zoals voeding en bewegen.