We gunnen iedereen die werk wil zo graag een baan. Bij Keerpunt doen we er met onze re-integratietrajecten alles aan om mensen hun werk te laten behouden of te zorgen voor een andere functie, bij het eigen bedrijf of elders. In 2009 was dat iets lastiger dan de jaren ervoor.
Op een nieuwjaarsreceptie ontmoette ik een vage kennis, die bij een reclamebureau werkt. Zoals het op die recepties gaat praat je vaak over werk. ‘De beste wensen voor het nieuwe jaar,’ zei ik om te beginnen. Ik informeerde bij de desbetreffende dame hoe het op haar werk ging, ook omdat ik wist dat de reclamebranche van de recessie van 2009 wel een en ander te verduren had. Toch verwachtte ik niet dat ze mij zou vertellen dat ze al in juni 2009 ontslagen was.‘Ging het zo snel?’ vroeg ik, tegen beter weten in verrast
over het feit dat haar geen traject naar ander werk was aangeboden en dat ze
gewoon met drie maanden salaris op straat stond. Ja zo snel ging het dus.
‘Natuurlijk heb ik voortdurend gesolliciteerd,’ vertelde ze. ‘Maar het is heel
lastig in onze branche.’
Met ons netwerk in gedachten en het feit dat we het bij
Keerpunt ook het afgelopen jaar toch vaak voor elkaar kregen mensen in een naar
tevredenheid stemmende functie te plaatsen, probeerde ik haar op te beuren. Ik merkte
op dat er toch altijd wel ergens passend werk te vinden was en dat je er soms
wel wat moeite voor moet doen en misschien tijdelijk iets onder je niveau moet
accepteren maar dat, als je wilde, het echt wel zou lukken om weer een baan te
vinden. Dat was de verkeerde opmerking.
‘Oh ja!’ beet ze met toe. ‘Jij hebt gemakkelijk praten. Jij
bent er niet uitgegooid. Bij jullie gaat het gewoon door, misschien op een wat
lager pitje dan daarvoor, maar het gaat wel door. Bij jullie hoefde niemand
ontslagen te worden, je kon de teruglopende opdrachten opvangen met de mensen
die zelf weggingen. En dat jullie re-integratiespecialisten het voor elkaar
kregen om zieke of om andere redenen verzuimende mensen ’vaak’ toch ergens te
plaatsen, zegt niets over degenen voor wie geen werk is gevonden en die alsnog
thuis blijven zitten. En het zegt al helemaal niets over mensen die helemaal
niet ziek waren, bij wie niets aan de hand was, die hun werk met plezier deden
en die gewoon ontslag kregen omdat er onvoldoende werk is. En bovendien, ik
moet het gewoon zelf, alleen, uitzoeken. Ik heb geen netwerk, geen organisatie
waarop ik kan terugvallen die mij helpt bij het vinden van een andere baan. En
of het in 2010 beter zal gaan, moet ik maar afwachten. Veroordeeld tot een
tijdelijke WW-uitkering en grote onzekerheid over het komende jaar, moet ik het
als alleenstaande moeder met twee pubers die bijna aan studeren toe zijn maar
afwachten. Zoveel banen zijn er voor mij niet.’
Na deze aan duidelijkheid niets te wensen over latende
uitval stond ik met mijn mond vol tanden. Ik begreep wat ze zei, wist dat ze
gelijk had en kon haar niet helpen, Keerpunt kon haar niet helpen. Met
langdurig verzuim en de oplossing daarvan had dit niets te maken. Ik dacht aan
een vrachtwagenchauffeur voor wie het ook niet gelukt was om met zijn klachten
in zijn eigen baan terug te keren en voor wie we nog geen ander passend werk
gevonden hadden en op dit moment nog steeds niet. En daarna dacht ik aan onze
cijfers, aan het aantal mensen dat met succes begeleid was in hun terugkeer
naar het werk, al of niet in hun eigen functie. Een resultaat waarover we
helemaal niet mogen klagen.
Toch moeten we maar afwachten hoe het in 2010 zal gaan. De
nasleep van de recessie zal zich nog wel even doen voelen en dat betekent
onvermijdelijk dat de banen in sommige sectoren, zoals transport en de bouw
niet voor het oprapen liggen en dat ook wij mensen zullen moeten teleurstellen.
Optimisme over de successen die er waren en er komend jaar zeker ook zullen
zijn, mag niet verhullen dat we geen ijzer met handen kunnen breken. Bij
Keerpunt klagen we niet. We doen wat we kunnen, al onze medewerkers doen met
volle overtuiging wat ze kunnen om mensen hun werk te laten behouden. Al heeft
de ene branche het moeilijker dan de andere, al vallen de klappen in bepaalde
hoeken en varen anderen wel bij de ontwikkelingen, we gaan gewoon stug door en
gaan er vanuit dat het voor ons liggende jaar beter zal zijn dan het vorige.
Tot die conclusie was blijkbaar ook mijn gesprekspartner gekomen. Ze lachte.’Trek het je niet aan, het moest er even uit. Ik ben niet van plan om lang met een uitkering in een hoekje te blijven zitten. Natuurlijk zal ik best weer werk vinden. Daar ga ik gewoon vanuit. En ondertussen denk ik na over wat ik verder wil met mijn loopbaan. Op een gegeven moment valt het kwartje, dan valt alles samen, weet ik wat ik wil en krijg ik nieuwe kansen. Zo zal het zeker gaan. Goed nieuwjaar!’