Door de val van het kabinet ligt de discussie over de verhoging van AOW-leeftijd weer helemaal open.
Het wordt ongetwijfeld een belangrijk punt in de verkiezingsstrijd. Te hopen is dat de politici daarbij oog houden voor de uitvoering. Het gebeurt helaas maar al te vaak dat in het heetst van de verkiezingsstrijd voorstellen worden gedaan die in de praktijk niet of alleen tegen hoge kosten kunnen worden uitgevoerd.
Verkiezingsprogramma’s
Hoe de politieke partijen erover denken wordt binnenkort duidelijk, als ze hun verkiezingsprogramma’s presenteren. Van de meesten is natuurlijk bekend waar ze staan. SP en PVV zijn mordicus tegen een verhoging van de AOW-leeftijd. CDA is voor, evenals de VVD. D66 wil de AOW-leeftijd laten meestijgen met de levensverwachting. GroenLinks wil de AOW koppelen aan iemands arbeidsverleden en iedereen na veertig jaar arbeid recht op AOW geven. Wat de PvdA gaat doen is nog ongewis. Misschien komt die partij met het FNV-plan voor een flexibele pensionering, waarbij mensen zelf hun pensioendatum kunnen kiezen. Zo’n systeem is ook ingevoerd in Noorwegen. Bij 67 jaar is er recht op een volledige AOW, maar de Noren mogen ook eerder (vanaf 62 jaar) of later (tot 70 jaar) met pensioen. Het pensioen wordt dan rekenkundig verlaagd of opgehoogd. Uiteraard wil de FNV wel dat het recht op een volledige AOW op 65 jaar blijft.
Noodzaak verhoging
Volgens het CPB is een verhoging echter onvermijdelijk. Door de betere gezondheidszorg en toegenomen welvaart stijgt de levensverwachting. Bij de invoering van de AOW in 1957 hadden
65-jarigen een resterende levensverwachting van 15 jaar. In 2050 zal dat stijgen naar 22 jaar. Dat betekent 7 jaar langer AOW. Tegelijkertijd verwacht het CPB dat de beroepsbevolking krimpt met 900.000 personen. Hierdoor loopt de grijze druk – de verhouding tussen 65-plussers en de potentiële beroepsbevolking – op tot 50%. In 2035 staan tegenover één AOW-gerechtigde nog maar twee mensen in de leeftijd van 20 tot 64 jaar die premie betalen.
Gevolgen voor uitvoering
Als de leeftijd wordt verhoogd is de vraag hoe men dat wil. Het kabinet Balkenende IV koos bij de AOW voor twee stappen: in 2020 naar 66 jaar en in 2025 naar 67 jaar. Voor de fiscale regelingen (en dus aanvullende pensioenen) zou de leeftijd in één keer per 2020 naar 67 jaar gaan. Tegen die abrupte verhogingen was veel protest. Wie een verkeerde geboortedatum had moest een heel jaar langer werken. Gepleit werd voor een stapsgewijze verhoging, zoals in Duitsland. Per jaar wordt daar één maand bij de AOW-leeftijd opgeteld. Voor de Nederlandse pensioenuitvoerders zou dat een ramp zijn. Het past nauwelijks in ons systeem van salaris/dienstjarenregelingen en de daaraan gekoppelde pensioenwetgeving. Dus als men iets wil is een verhoging in één keer de beste oplossing. Of we moeten ons pensioenstelsel fundamenteel herzien. Als we naar flexibele pensionering toe willen is dat toch al noodzakelijk.