Weten waar je aan toe bent
19 mei 2012
Geef waardering


Tags
  • Verbond van Verzekeraars
  • Verzekeringen
5stars

Langjarige verzekering wordt taboe

Hasko van Dalen

Vroeger was het in de verzekeringsbranche heel gewoon dat contracten werden gesloten voor 10 jaar of langer. Het idee daarachter was dat de verzekeraar op die manier kon rekenen op een langdurige relatie met de klant en daarom een lagere premie kon aanbieden. Tegenwoordig worden langjarige contracten onwenselijk gevonden. Ze verhinderen een klant van verzekeraar te switchen als hij niet meer tevreden is met de dienstverlening. Ook belet het klanten in te spelen op aantrekkelijke aanbiedingen met premiekortingen die concurrerende maatschappijen voor nieuwe klanten aanbieden. De politiek zinspeelt daarom al jaren op het verbieden van langdurige verzekeringscontracten. In het nieuwe verzekeringsrecht dat in 2006 werd ingevoerd, is al bepaald dat wanneer een verzekering wordt gesloten voor een periode langer dan 5 jaar, de klant toch altijd de mogelijkheid heeft om elke 5 jaar op te zeggen.

Het Verbond van Verzekeraars heeft tot nu toe altijd alert ingespeeld op die politieke druk. Zo is een aantal jaren geleden afgesproken dat schadeverzekeringen voor particuliere consumenten nooit een langere looptijd hebben dan één jaar. Vrijwel alle verzekeraars houden zich daar ook aan. Er zijn zelfs al verzekeraars waarbij je particuliere schadeverzekering per maand kunt opzeggen. Wat wel is gebleven, is de stilzwijgende verlenging. Zegt de klant de verzekering niet op voor het einde van de looptijd, dan loopt die automatisch door. Dit is gedaan om de klant te beschermen. Als de verzekering niet automatisch door zou lopen en de klant zou vergeten de verzekering te verlengen dan loopt hij het risico onverzekerd te raken. Toch wil de politiek ook een eind maken aan die stilzwijgende verlenging. Dit in navolging van de wettelijke regeling die wordt getroffen voor kranten, internetaanbieders en hulpdiensten. De abonnementen met deze dienstverleners mogen in de toekomst niet meer stilzwijgend met een jaar worden verlengd. De aanbieders van dagbladen, tijdschriften en boekenclubs mogen straks nog wel overeenkomsten sluiten voor bepaalde tijd, dus ook langer dan drie maanden, maar daar moet dan een opzegtermijn van ten hoogste één maand voor de abonnee tegenover staan. Een krappe meerderheid in de Tweede Kamer vindt dat zo’n regeling ook moet worden ingevoerd voor verzekeringen. Ook hier heeft het Verbond van Verzekeraars alert op ingespeeld. Het Verbond wil zo’n wettelijke regeling voor zijn en komen tot afspraken tussen de verzekeraars. Zelfregulering heet dat in het Haagse jargon. Het uitgangspunt wordt dan éénjarige contracten voor alle particuliere schadeverzekeringen. Wil een verzekeraar toch een meerjarig contract afsluiten, dan mag dat alleen na expliciete instemming van de klant. Die moet daar ook apart voor tekenen. Verder vervalt de stilzwijgende verlenging. Er komt een model van 'geïnformeerde verlenging'. Dat houdt in dat verzekeraars hun klanten tijdig moeten informeren over de datum van verlenging van hun polis en de geldende opzegtermijnen.

De afspraken gelden niet voor arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen en collectieve inkomensverzekeringen. Dergelijke verzekeringen worden gesloten in de sfeer van bedrijf en beroep en daarbij speelt de consumentenbescherming niet. Toch verwacht ik dat de roep om korter durende contracten en geïnformeerde verlenging ook hier zal toenemen. Bij ziekengeldverzekeringen en WGA eigenrisicodragen zou de contractduur standaard 3 jaar moeten zijn. Toen ik destijds als ambtenaar van het Ministerie van Sociale zaken voorzitter was van het overleg met verzekeraars over privatisering van de Ziektewet vreesden we dat verzekeraars contracten voor 5 jaar of langer zouden sluiten. Dat leek ons ongewenst. De verplichte aansluiting bij het GAK zou dan vervangen worden door een verplichte aansluiting bij een verzekeraar. Van marktwerking kwam dan weinig terecht. We hadden daarom het plan in de wet vast te leggen dat een ziekengeldverzekering een standaard contracttermijn moest hebben van 3 jaar. Omdat de vertegenwoordigers van het Verbond van Verzekeraars plechtig beloofden dat zij zich aan die 3-jaarstermijn zouden houden, is het niet in de wet vastgelegd. We vertrouwden op de zelfregulering. Dat bleek niet onterecht. Tot voor kort hielden vrijwel alle verzekeraars zich keurig aan contracttermijnen van 3 jaar bij alle dekkingen die waren gebaseerd op geprivatiseerde sociale zekerheid. Met de komst van eigenrisicodragen voor de WGA is daar een beetje de klad in gekomen. Opeens is er een vraag ontstaan naar 5-jarige contracten voor eigenrisicodragen. Een rondgang langs bedrijven heeft mij geleerd dat het meestal niet de werkgevers zelf zijn die op dat idee komen, maar dat de vraag afkomstig is van het intermediair. Dat is voor mij onbegrijpelijk. Wie de WGA kent, moet weten dat de verzekeraar een garantieverklaring moet afgeven voor onbepaalde tijd. Verzekeringen voor eigenrisicodragen zijn daarom van de kant van de verzekeraar in principe niet opzegbaar, behalve in geval van fraude, wanbetaling of faillissement. Dat betekent dat de verzekering in principe een onbeperkte looptijd heeft. De klant kan wel elk half jaar opzeggen, want hij heeft het wettelijk recht terug te keren naar het publieke bestel. Dat wettelijk recht kan hem niet worden ontnomen. Daarnaast kan de klant bij een 3-jarig contract elke 3 jaar opzeggen zonder enige redengeving. Met een 5-jaars contract beperkt de klant dus alleen zijn eigen keuzevrijheid. De relatie met de verzekeraar wordt niet steviger, want de klant kan nog wel steeds elk half jaar weg. Hoe een verzekeringsadviseur met een Wft-verplichting op zak een klant kan aanbevelen een 5-jarig contract te sluiten voor eigenrisicodragen WGA is mij dus een raadsel.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen