De commentaren zijn weer niet mals. Terwijl Nederland zich vergaapt aan de fraaie plaatjes die Prinsjesdag altijd oplevert, kraait het oproer. De jaarlijkse vormgeving van ons Nationale huishoudboekje jaagt menigeen in de gordijnen.
Zolang percentages en bedragen enigszins abstract blijven valt het allemaal wel mee. Zeg nou zelf, ombuigingen ter grootte van € 7.000.000.000 of een stijging van het begrotingstekort van 0.9 naar 1,8%, zijn cijfers die de verbeeldingskracht van vrijwel iedereen te boven gaat. Zo ook die van mij.
Dat wordt anders als die bedragen worden teruggebracht naar begrijpelijke proporties. Een tussen neus en lippen door geuite opmerking over inflatie blijft vaag, tot je een kleine vergelijking maakt tussen een vol boodschappenkarretje in januari en datzelfde karretje medio augustus.
Verschil is duidelijk merkbaar.
Dat weet ik zo goed, omdat ik voor ons gezinnetje alle boodschappen doe. Duidelijk emancipatieverhaal, gevolg van mijn volledige technische onbekwaamheid. Mijn wederhelft zaagt, timmert en klust, en ik word naar de Super gestuurd. Waar ik tot de conclusie kom dat bijvoorbeeld een pak koffie (DE roodmerk) gewoon ruim twee kwartjes duurder is geworden.
Mijn geld wordt dus zienderogen minder waard, inflatie verklaard.
Wat te doen? Protesten helpen over het algemeen niet zo heel veel. Iedereen wijst naar iedereen, oorzaak ligt over het algemeen buiten de werkingssfeer van welke leverancier dan ook.
Dus rest mij maar een alternatief. Het aanpassen van mijn eigen huishoudboekje. Als er meer uitgaat, zal er of meer in moeten komen, en dat zit er niet zo heel erg in, of een andere prioriteitsstelling bij de te verdelen gelden moeten plaatsvinden.
Logische gang van zaken, waar binnen ons gezin niemand tegen protesteert. Je bekijkt alle “posten” nog een keertje, je schrapt, vereenvoudigt, doet sommige dingen gewoon niet meer of in een lagere frequentie en zet dus op oud Hollandse wijze de tering naar de nering.
Volgens mij gebeurt dat op Nationaal niveau ook. Het grote huishoudboekje moet kloppend worden gemaakt en daarom wordt er geschrapt, geschraapt, geschoven, verplaatst, herbenoemd enzovoort, enzovoort.
Op die manier hopen de door ons naar voren geschoven vertegenwoordigers en hun spelbepalende ambtenaren ‘het plaatje rond te krijgen’
Ondank is hun loon.
Misschien vanuit de optiek dat niet echt transparant is wat er nu precies gebeurt. En vooral waarom. Waarbij die abstracte getallen en aantallen een moeilijk verhaal vormen.
Volgens mij ligt de kern van het wederzijds onbegrip in de oeroude tegenstelling tussen de theorie en de praktijk. Gestaafd door duidelijke voorbeelden blijkt dat bijvoorbeeld de administratie en vooral de uitvoering daarvan, bij de toekenning van de persoonsgebonden budgetten in de zorg (PGB) te wensen overlaat.
Ik heb mogen ervaren dat het systeem niet reageert op duidelijke signalen waardoor uiteindelijk de overheid opdraait voor ontstane tekorten. Die dus weer kunnen leiden tot bezuinigingen op plaatsen waar de zorg echt hard nodig is. En tot onbegrip van diegenen die de PGB wel hard nodig hebben.
Daar ligt dus een terrein braak. Utopia misschien maar waarom niet zorgen voor duidelijkheid, korte lijnen en een sluitend administratief proces. Met inachtneming van ieders rechten. En plichten.
Zo kunnen we streven naar een overzichtelijk huishoudboekje. Ook op macro niveau! Dat leidt op zijn beurt weer naar een gezellige en routineuze Prinsjesdag. Waarop we eigenlijk horen wat we allang wisten. Dat we in een mooi landje leven en onze zaken samen goed voor elkaar hebben.