Hoog tijd voor wettelijke definitie van het zelfstandigenbegrip!
Mieke van Westing
Onlangs is maar weer eens gebleken dat het gebrek aan
een officiële en juridische definitie voor zelfstandigen voor veel verwarring
en onjuiste beeldvorming kan zorgen. Onder de kop: ‘Inkomen zelfstandigen daalt
in 2008’
berichtte de media (o.a. Zibb) dat het besteedbare inkomen van zelfstandigen de
komende jaren zal dalen. Het reële inkomen van zelfstandigen zal stijgen, maar
door een hoge inflatie en een verhoogde premiedruk zou ‘de zelfstandige’ er in
2008 1.5 procent op achteruitgaan.
Ik was
verbaasd over deze berichten omdat de winstverwachting in 2008 voor
zelfstandigen en het mkb juist erg gunstig zijn (2.25%). Bij nader onderzoek
blijkt echter dat de berichtgeving over het inkomen van de zelfstandigen een
vertekend beeld geeft en wel om de volgende redenen:
- In het recente onderzoek naar de inkomens van
zelfstandigen (dat is uitgevoerd door EIM) is het gemiddelde inkomen berekend
voor alle personen die fiscaal winst genieten uit onderneming voor de Inkomstensbelasting
(de IB-ondernemers). In de analyse zijn alle
inkomensbronnen betrokken, dus ook het deel ‘loon uit diensbetrekking’ dat
de grote groep hybride ondernemers (ondernemers die naast de onderneming ook in
loondienst werken) ontvangen. De verzekeringsplichten en andere
werknemerslasten van deze groep hybriden worden zo ook meegeteld. Het gevolg
van deze keuze is doorslaggevend: hoewel normaal gesproken een verhoging voor
de ww- en arbeidsongeschiktheids premies absoluut geen betrekking of effect
heeft op zelfstandigen, hebben zij in dit onderzoek het effect dat het gemiddelde
inkomen van ‘de zelfstandigen” daalt.
-
Een
tweede nadeel van deze gekozen definitie voor zelfstandigen is dat nu ook de
inkomens van ondernemers mét personeel meegeteld worden, omdat alle IB
ondernemers als zelfstandigen worden aangemerkt. Een verhoging van de
werkgeverslasten drukt in het onderzoek zo ook op het gemiddelde inkomen van de
zelfstandigen. Zelfstandige ondernemers zijn natuurlijk noch werknemers, noch
werkgevers. Kortom: de conclusies van het onderzoek geven voor de zelfstandigen
een vertekend beeld. Bovendien vallen de dga’s die zelfstandig zijn buiten de
definitie in het onderzoek en worden ze apart geanalyseerd.
Deze case
demonstreert wederom uitstekend waarom het hoog tijd is voor een eenduidige,
hanteerbare en wettelijke zelfstandigenbegrip. Een definitie voor zelfstandigen
zal niet alleen bijdragen aan beter beleid voor zelfstandige ondernemers, maar
het is ook van groot belang bij het verrichten van gedegen onderzoek naar
zelfstandig ondernemerschap. Als er immers een ruime definitie wordt
gehanteerd, dan zullen de onderzoeksresultaten anders zijn dan met gebruik van
een enge definitie. Het onderzoek van EIM is een goed voorbeeld hoe dat in de
praktijk ongelukkig uitpakt voor de echte zelfstandige ondernemers! Gelukkig
lijkt de politiek ook steeds meer naar deze oproep van zelfstandigen
organisaties te luisteren. De Tweede Kamer heeft in het afgelopen jaar via moties
de druk opgevoerd en we kunnen van het kabinet in de komende paar weken een
antwoord verwachten. Ik ben benieuwd…