Weten waar je aan toe bent
19 mei 2012
Geef waardering


4stars

Een paard dat niet kan rennen

Jolande Dirkx

We zagen het al aankomen, maar sinds Prinsjesdag weten we het zeker. De werkloosheid zal de komende jaren groeien tot 615.000. Het door overheid en politiek gepropageerde recht op werk voor iedereen komt daardoor in het gedrang.

Neem S. Hij is 52, heeft vijftien jaar geleden een hartinfarct gehad en daarna ernstige psychische klachten. Zijn werk als programmeur moest hij opgeven. De Wet Verbetering Poortwachter bestond nog niet, maar met re-integratie van het UWV volgde hij een opleiding voor archief en documentatiebeheer en via een gespecialiseerd detacheringsbureau kreeg hij geregeld werk voor maanden of een halfjaar, soms met verlenging. Tot ieders tevredenheid.

Toen kreeg hij een tia. Hij herstelde daarvan goed en ging weer aan het werk, vaak ingehuurd om dossierachterstanden in te halen. Een vast dienstverband zat er niet in, ook niet bij het detacheringsbureau. Maar de ene na de andere tijdelijke baan eindigde of werd hem weer afgenomen. Waarom? Omdat hij te langzaam was.

Als gevolg van de tia kon hij het werktempo van - veelal jongere - collega’s die dossier na dossier fluitend wegwerkten niet bijbenen. Dat de kwaliteit van zijn werk hoog was, telde niet eens mee. Er waren genoeg werkpaarden te krijgen die harder renden.

Na een tijd een ziekengelduitkering te hebben gehad, heeft de verzekeringsarts nu vastgesteld dat S. best twintig uur per week kan werken. Dat vindt hij zelf ook en hij wil graag werken. Alleen, welk werk en waar?

Soms vraag ik me af of we ons met alle invalshoeken van het recht op werk, op zich een gewenst uitgangspunt, niet wijsmaken dat er voor iedereen werk is. Iedereen kan iets, dat is duidelijk. Maar is daar ook zoveel vraag naar dat voor al die mensen werk te vinden is? We weten allemaal al lang dat we daarop regelmatig nee moeten zeggen.

Met de komende werkloosheid wordt de kans voor mensen als S. om een baan te vinden, zelfs voor maar twintig uur, erg klein. Als werk er niet is, houdt het op. Maar dat er in de maatschappelijke ratrace voor mensen die hun werk noodgedwongen een tikje langzamer moeten doen helemaal geen plaats meer is, heeft minder met werkloosheid maar alles met mentaliteit te maken. Er zijn paarden die een race niet kunnen winnen. Dat is een feit. Een paard niet mee laten lopen is een keuze.

Iedereen met ongeacht welke uitkering zou daar iéts voor moeten doen. Dat is goed voor zijn gevoel van eigenwaarde en goed voor het gevoel van andere werkenden die zien dat de zwakkeren toch mede maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen.

Maar los van de wil om dit te organiseren betekent het een administratieve rompslomp waar niet overheen te kijken valt, reden dat zo’n plan veel meer zal kosten dan het ooit kan opleveren. Ook als het kabinet de administratieve lasten voor ondernemers nog verder zou verlagen, ook als het nog meer zou investeren in arbeidsmarkt, duurzame economie en bedrijfsleven. En daar zit de crux.

Een rechtvaardige verdeling van de arbeid kost geld, geld dat met arbeid verdiend moet worden. Maar dat om het recht op werk te verwezenlijken niet alleen de zwakkeren bereid moeten zijn iets te doen, maar dat ook de maatschappelijke winnaars dan bereid moeten zijn iets te laten, is nog niet doorgedrongen. Aan een rechtvaardige verdeling van de arbeid zijn we nog lang niet toe. Werkwillende mensen als S. worden straks uitgesloten van de race.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen