Weten waar je aan toe bent
19 mei 2012
Geef waardering


4stars

Dissonanten

Jolande Dirkx

De meeste mensen die door ziekte of ongeval zijn uitgeschakeld kunnen na verloop van tijd weer aan het werk. De klachten zijn verdwenen of belemmeren het functioneren niet meer en ook de behandelaars zien geen beletsel om de patiënt het werk te laten hervatten. Afhankelijk van wat er aan de hand was, duurde het verzuim weken of maanden, soms nog langer.

Daarvoor waren ze ‘ziek’, genoodzaakt te verzuimen omdat ze niet in staat waren te werken, de daadwerkelijke toestand waar iedereen die iets mankeert tijdelijk mee te maken krijgt. Zodra de mogelijkheid om weer aan de slag te gaan aanbreekt, zal de casemanager de verzuimende daartoe aanmoedigen, eventueel met aangepast werk of in deeltijd, al is het maar een paar uur per week.

In de psychologie bestaat het begrip cognitieve dissonantie. Dit is, kort gezegd, een onaangename spanning of emotionele toestand die ontstaat wanneer iemands gedrag of opvatting in strijd is met zijn eigen innerlijke overtuiging. Om de spanning op te heffen zijn mensen geneigd dat gedrag of die opvatting met hun overtuiging in overeenstemming te brengen, simpeler gezegd: goed te praten. Vaak gebeurt dit onbewust.

Bijvoorbeeld: iemand ziet op straat een ouder persoon vallen en loopt snel voorbij omdat hij de trein moet halen. Hij voelt zich daar ongemakkelijk bij, omdat hij voor zijn gevoel had moeten helpen. Dat hij dat niet deed, praat hij goed met de gedachte dat de trein halen belangrijker was omdat hij op tijd in X moest zijn.

Cognitieve dissonantie kan ook bij verzuim voorkomen. Als de daadwerkelijke ziektetoestand verbeterd is en de werknemer weer aan het werk zou kunnen, wil deze in sommige gevallen wel eens van alles aanvoeren waarom hij (of zij) meent daar nog lang niet aan toe te zijn. Voor zichzelf redeneert hij dan bijvoorbeeld: ‘Als ik te vroeg begin, ben ik zo weer ziek en daar heeft niemand wat aan.’ Zijn gedrag is niet werken en zijn overtuiging past hij daaraan aan.

Belangrijk is dat die overtuiging zo snel mogelijk wordt doorbroken, want hoe langer de periode dat hij niet werkt duurt, hoe hoger de drempel wordt om weer te beginnen.

Aan cognitieve dissonantie bij verzuim zit nog een andere kant, namelijk de tegenovergestelde. Stel dat iemand die uitgeschakeld is weer aan het werk wil terwijl hij daarvoor te weinig hersteld is. Een (onbewuste) reden kan zijn dat hij bang is dat iemand anders zijn functie inneemt of omdat er een klus aankomt die hij niet graag naar een collega ziet gaan. Hij wil er weer honderd procent tegenaan en redeneert: ‘Ik voel me beter dus ik kan werken.’ Met als gevolg dat hij over zijn grenzen heengaat en meer schade aanricht dan er al was. Werken kan het herstel bevorderen, maar in dit geval is het verstandiger dat deze werknemer nog gedeeltelijk thuisblijft omdat het anders veel langer duurt voor hij weer helemaal fit is. Ook hier moet dus een scheve redenering doorbroken worden.

Hoewel het laatste minder zal voorkomen dan het eerste is het in beide situaties aan de casemanager om de zaak in balans te brengen. Zowel in het geval van de werknemer die de werkmogelijkheden negeert, als van de werknemer die weigert met de onmogelijkheden rekening te houden, is het belangrijk om iedere kleine kans om naar het werk terug te keren te benutten.

Ook al heeft de werknemer een flink salaris en bestaat de arbeid uit kleine, niet declarabele klussen, met aangepast werk of enkele uren per week is hij spoedig weer voltijds in de running. Op die manier leidt klein beginnen sneller tot groot eindigen. Zonder dissonanten.

Wil je een reactie plaatsen? Bevestig dan hier eenmalig je inlog. Inloggen