Vorige week was ik bij een bijeenkomst waar vertegenwoordigers van verzekeraars, arbodienstverleners, re-integratiebedrijven en diverse interventionisten aanwezig waren. We discussieerden over arbeidsvoorwaarden, de politieke agenda en de zorg die de jongeren tegenwoordig niet meer aan ouders willen geven.
Flexibilisering en vitaliteit
In de jaren 80 leefden 80% van de bevolking aan de onderkant van onze samenleving. Slechts 20% had toen meer dan modaal te besteden.
Sinds 2000 is dat omgekeerd. 80% zit boven het modaal inkomen. In de loop der jaren veranderen onze behoeften. Tegenwoordig kan het overgrote deel van onze bevolking goed voor zichzelf zorgen.
Dat vindt de politiek vandaag de dag ook. Discussies over afschaffing van veel fiscale voorzieningen, nog maar te zwijgen over de hypotheekaftrek, zijn van alle dag.
In ieder geval zien we een aantal onderwerpen op de politieke agenda. Naast flexibilisering van de arbeidsmarkt, eerst werken dan inkomen, zien we dat er vooral behoefte is aan een vitale arbeidsmarkt want langer doorwerken moet gestimuleerd worden.
Arbeidsmobiliteit
Ook de sociale partners gaan daar in mee. De Abvakabo, met zo’n 350.000 leden de grootste vakbond in de publieke sector, gaat al van baanzekerheid naar werkzekerheid. Ook daar wordt gesproken over workability. Om dat te bereiken moeten we levenslang leren. Werknemers krijgen dan levenslange leerrechten. Het SER advies spreekt over employability waar de werkgever een verplichting kent ten aanzien van de zogenaamde beroepsrisico’s. Er zijn genoeg beroepen waarvan we weten dat het moeilijk wordt om dat tot een hoge leeftijd vol te houden. Dus moet er een betere arbeidsmobiliteit komen. Ook het aangevraagde SER Advies moet de arbeidsmobiliteit tussen private en publieke sector gaan stimuleren.
Vitaliteit
Vitaliteit is een onderwerp dat ook door vakbonden ingevuld wordt. De Work Ability Index, arbocatalogi en Branche RI&E’s staan op de agenda. Ze worden echt omarmd. Om maar een voorbeeld te noemen: Vrachtwagen chauffeurs worden nog steeds tegen wil en dank gezien als “gehaktstaven achter het stuur”. Daar willen ze echt vanaf als je het aan de vervoerders vraagt. Een goede zaak.
Balans werk en privé
Om genoeg werkenden op de arbeidsmarkt te hebben wordt flexibiliteit verder gestimuleerd, zoals opgemaakt kan worden uit het aangevraagde SER Advies dat de balans tussen werk en privé flexibeler moet maken. In Europa werken naar verhouding meer vrouwen dan in Nederland. Deze dames hebben we wel zeker nodig. Er zijn natuurlijk meerdere redenen waarom de Nederlandse arbeidsmarkt hierop achterblijft. Natuurlijk kennen wij de goede sociale voorzieningen, waardoor het niet voor iedereen “rendabel” is om te gaan werken. Dat moet dan dus anders. Maar een andere reden is de kinderopvang, waar in de Scandinavische landen de flexibiliteit en opvang mogelijkheden veel groter zijn. Krijgen we dat in Nederland ook voor elkaar? Ik betwijfel het.
Duurzame inzetbaarheid
Op dit moment stopt 38% van de mensen die werken voor zijn 65ste jaar. Hoe krijgen we dan de 7 miljoen werkenden tot 67 jaar actief? Werkgever en werknemer dragen samen de zorg voor duurzame inzetbaarheid. Een werknemer in een zwaar beroep krijgt van zijn werkgever straks voor z’n 30ste alternatief werk aangeboden. In Cao’s en in het arbobeleid is duurzame inzetbaarheid het onderwerp dat volop aan de orde komt. Het inventariseren van belemmeringen om langer gezond en vitaal door te werken zijn ook de onderwerpen in het aangevraagde SER Advies Duurzame Inzetbaarheid.
Andere marktontwikkelingen
Maar ook andere marktontwikkelingen bepalen onze arbeidsvoorwaarden. Kijken we naar de sector Vervoer, daar zijn er tegenwoordig geen jongeren meer te vinden. “Vroeger” was het beroep als internationaal vrachtwagenchauffeur “hot”. Je deed dit een kleine tien jaar en verdiende een aardige boterham. Tegen de tijd dat men thuis nodig was in het drukke gezin, reed men alleen de nationale ritten. Tegenwoordig zijn er vele Hongaren en Bulgaren die deze vrachten voor onze Nederlandse markt rijden.
Individualisering
Kijken we naar het individu, dan zijn er werknemers genoeg die het niet noodzakelijk vinden om na de pensioengerechtigde leeftijd 70% van het huidige inkomen te hebben. Die menen ook genoeg te hebben aan 40 of 50%. Zeker als een deel van de eigen woning is afgelost. Daar is vermogen in opgebouwd, dus waarom nog meer sparen? Of sterker nog, waarom nog doorwerken? Maar ook de ouder die altijd gewerkt heeft, heeft een goed pensioen. Jongeren willen dan niet meer voor de AOW betalen. Zeker niet als ze er straks zelf geen aanspraak op kunnen maken.
Zo is het ook met het vinden van werk. Ik hoor collega’s het nog hebben over de typistes die op de afdeling zaten, in de tijd dat er nog geen computers waren. Ook deze typistes hebben toch zelfstandig nieuw werk gevonden? En wat dacht u van de koffiedames die een aantal keren per dag iedereen van een overheerlijke kop koffie voorzagen? Ook zij hebben weer werk gevonden nadat op alle afdelingen binnen mijn bedrijf van die grote koffieautomaten kwamen. Ofwel het individu blijft aan het roer. De werknemer bepaalt zelf zijn keuzes. Heeft daarbij behoefte aan flexibiliteit, transparantie en modulaire opbouw van verschillende producten en diensten. Dus ook als het gaat om arbeidsvoorwaarden.
Arbeidsvoorwaarden: ze worden vast flexibeler. Maar of we daarmee tot 67 jaar aan het werk blijven? Er moet toch wel heel wat gebeuren willen we onze maatschappij draaiend houden.